Geen Strade Bianche, heel Lombardije zit op slot. En toch kunnen we even naar de meest iconische weg van de wedstrijd over de grindpaden van Toscane. Volgende week verschijnt Het Mooiste Uit De Koers. In dit nieuwe boek belicht Alex van der Hulst de 50 iconen (renners, materialen, wegen, bergen, shirts, uitspraken en fenomenen) uit het wielrennen waar nog geen boekenkasten over volgeschreven zijn. Hier alvast een voorpublicatie over de meest gefotografeerde grindweg uit de wedstrijd: het straatje van de Strada Provinciale 71 naar Lucignano d’Asso.

Wielerliefhebbers zijn sadisten. Het liefst hebben ze renners zo modderig mogelijk. Pas als hun hele gezicht onder de modder zit, is het goed. Parijs-Roubaix moet modderig zijn, de beklimming van de Gavia in de sneeuwstorm was de beste beklimming ooit en als de Koppenberg er niet nat en glad bij ligt telt het eigenlijk niet. Vanuit die wens werd de Strade Bianche populair. Een race over de grindwegen van Toscane waar de renners in het slechtste geval met een kleimasker finishplaats Siena binnenrijden.

Strada 71
De renners rijden over de Senese klei, ofwel de Crete Senesi, ten zuiden van Siena. De grijze klei wordt mattaione genoemd, het is afzetting van de zee die er in het Plioceen lag. Ergens op de route ligt een boerderij. Voor wielerliefhebbers een van de bekendste boerderijen in Italië, want hij ligt aan een gravelweg die ieder jaar volop wordt gefotografeerd. De kronkelende weg ligt in een klein dal tussen twee heuvels in. Het is een zijstraatje van de Strada Provinciale 71 naar Lucignano d’Asso. Vanaf de heuvel waarop dat dorpje ligt kun je het peloton in de verte zien aankomen. Aan de horizon bovenop de andere heuvel staan een villa en een eenzame boom. Achter de renners en de volgkaravaan zie je het stof opwaaien.

De befaamde strook is populair bij fotografen, omdat je vanaf de heuvel neerkijkt op de kronkelende gravelweg. Het is het einde van het langste gravelsegment van de Strade Bianche, meer dan tien kilometer lang. Alleen die boerderij staat op de foto’s in de weg. Een onooglijke en vieze keuterboerderij als je het via Google Maps dichterbij bekijkt. Een witte labrador loopt er rond die wegvalt tegen het witte gravel. Fotografen proberen terecht de boerderij links uit hun beeld te houden waardoor de eenzame boom aan de horizon centraal in beeld komt te staan.

De wegen mogen oud zijn, de koers is dat niet. Strade Bianche is een van de jongste wedstrijden. Pas begonnen in 2007 als variatie op de l’Eroica, een bekende tocht voor recreanten op antieke fietsen. Dat je daar voor je plezier als recreant fietst op je dooie gemak, maakt het niet automatisch een fijne profkoers.

Traumatisch
Het is de vraag hoe leuk renners die aansprekende routes vinden. Meestal is publieksvermaak tegengesteld aan rennersvermaak. Wij kunnen iedere keer weer praten over die ijzige editie in 1980 van Luik-Bastenaken-Luik, voor de renners is het een licht-traumatische gebeurtenis.

Asfalt
De laatste jaren worden renners steeds vaker van de geasfalteerde paden afgestuurd. Stond het halve peloton vroeger nog met een lekke band na 10 meter grind, tegenwoordig maken zandwegen onderdeel uit van vele wedstrijden. Het materiaal kan weer net zo goed tegen onverhard terrein als in de jaren dat er amper geasfalteerde wegen waren. Dat opent mogelijkheden voor eerder onbegaanbare bergpaadjes en toeristische uitstapjes door Toscane. Leuk voor de kijker, minder leuk voor de renners die liever een brede asfaltweg hebben. Daar profiteer je immers het meest van de zuigkracht van het peloton. Als de renners ons romantisch ingestelde wielerschrijvers terug zouden kunnen pakken zouden ze ons werk laten doen op een antieke computer met Wordperfect 5.1 en dan filmen hoe zo’n kantoorklerk zit te foeteren op zijn trage tekstverwerker. Zo moet het voor ze voelen.