Foto Bert Verhoeff / Anefo - http://proxy.handle.net/10648/ac30bf4c-d0b4-102d-bcf8-003048976d84, CC0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=65601201
De curieuze weigering om een kampioenstrui te dragen: de jarige Lucien Aimar en de titel van 1967
344 dagen schelen Lucien Aimar en Jan Janssen van elkaar. De ‘bebrilde Nootdorper’, zoals de eerste Nederlandse Tour- en Vueltawinnaar veelvuldig zou worden genoemd, is net een klein jaartje ouder dan zijn generatiegenoot. Het maakt Janssen de oudste nog in leven zijnde Tourwinnaar. Aimar is echter de nog levende oud-renner wiens zege in Frankrijk het verst achter ons ligt. Twee jaar voordat Janssen in de afsluitende tijdrit van de ronde van 1968 Herman Van Springel op het laatste moment van de eindzege berooft, staat Aimar in het geel op het erepodium in Parijs.
Niet herinnerd aan de Tour
De Fransman, afkomstig uit Hyères, een kilometer of achthonderd ten zuiden van de hoofdstad, verslaat na een ware titanenstrijd uitgerekend Jan Janssen, de Nederlander die twee jaar later alsnog de Tour op zijn naam zou schrijven. Janssen is in 1966 al akelig dichtbij succes. Na de zestiende etappe leidt hij het klassement. Op weg naar Turijn – de Tour maakt via de Alpen een Italiaans uitstapje – moet de renner uit Zuid-Holland echter het onderspit delven. Aimar, die kan rekenen op de zeer luxe steun van landgenoot en bovenal vijfvoudig Tourwinnaar Jacques Anquetil, neemt in de stad van voetbalclub Juventus en automerk FIAT de leiderstrui over van Janssen, om die de resterende dagen niet meer af te staan. Toch is niet die Tourzege, maar een incident dat zich een klein jaar later afspeelt, het meest curieuze feitje uit de negenjarige carrière van Aimar als prof. In 1967 wordt de Fransman namelijk door de nationale wielerbond van zijn land veroordeeld tot een boete van vijfhonderd Franse francs voor elke dag dat hij blijft weigeren de blauw-wit-rode kampioenstrui van zijn thuisland aan te trekken in koers. Aimar houdt niet zonder reden voet bij stuk. Hij heeft de nationale titelstrijd namelijk helemaal niet gewonnen. Désiré Letort was hem in Felletin de baas geweest. De renner van Peugeot-BP levert nadien echter een positieve dopingplas in bij Franse wielerbond, waardoor de titel en de bijbehorende driekleur als vanzelf bij nummer twee Aimar terechtkomen. Die meent echter als verliezer geen recht te hebben op het tricot en weigert het zodoende in wedstrijdverband aan te trekken.
Titelstrijd
In tegenstelling tot wat nu gebruikelijk is, wordt de Franse nationale titelstrijd in 1967 niet voor, maar pas na afloop van de Tour beslecht. Drie weken nadat Roger Pingeon Aimar heeft onttroond als winnaar van de ronde, staat in het departement Creuse, in het hart van het land, een bescheiden peloton Fransen aan de start om de nationale titel te betwisten. De timing is in dit verhaal met terugwerkende kracht opmerkelijk. Even een stukje extra duiding om de tijdlijn helder te krijgen. Het is zondag 13 augustus 1967, als in Felletin om de Franse nationale driekleur wordt gestreden. De Tour is op 23 juli in Parijs aangekomen en precies tussen die beide data in, op 3 augustus, onthult de wedstrijdleiding van de ronde dat er na afloop van de twintigste etappe, met aankomst op Le Puy-de-Dôme, meerdere renners op verboden middelen zijn betrapt. De Spanjaard Julio Jiménez en Letort zijn de bekendste namen. Desondanks – regels en straffen omtrent dopinggebruik zijn in die dagen geheel anders en vooral veel soepeler dan vandaag de dag – kan de Fransman tien dagen na die bekendmaking gewoon in de nationale titelstrijd aantreden. Ook zijn vierde plaats in de eindrangschikking van de Tour van 1967 blijft in de boeken staan. Letort valt weliswaar net buiten het podium, maar staat in Parijs een plaats boven Janssen geklasseerd en zelfs twee hoger dan Aimar. Je zou zeggen dat Letort zich niet tweemaal aan dezelfde steen stoot en dat een gewaarschuwd mens voor twee telt, maar de Fransman blijkt, tien dagen nadat hij een zestig kilometer lange solo in Felletin succesvol heeft afgerond, ook de nationale titelstrijd bepaald niet op een baguette met brie of een croissant te hebben gereden. De kersverse kampioen plast opnieuw positief en kan zijn titel inleveren. Die gaat naar degene die een minuut na Letort als tweede finishte in Felletin: Lucien Aimar.
Trotse weigering
Ditmaal komt de zondaar er trouwens minder makkelijk mee weg. Zijn tweede overtreding in nog geen maand tijd kost Letort zijn plaats in de Franse selectie voor het WK in Heerlen. De nationale titel, alsmede de bijbehorende blauw-wit-rode kampioenstrui, is intussen overgegaan naar runner-up Aimar. Die wordt zo dus verplicht een jaar lang in de nationale driekleur aan de start van elke koers te verschijnen. Aimar weigert. Hij ziet zich, ondanks het bedrog van Letort, niet als terechte winnaar. Het gevolg is een potje touwtrekken op het hoogste niveau tussen de renner en de Franse wielerbond. De bobo’s vinden dat Aimar de trui moet dragen en besluiten hem een boete op te leggen van liefst vijfhonderd Franse francs voor iedere keer dat hij niet in het juiste tricot aan het vertrek verschijnt. De renner is het er vanzelfsprekend niet mee eens en besluit de zaak voor de rechter te brengen. Die geeft Aimar gelijk. De boete, dan al aardig opgelopen, hoeft de voormalig Tourwinnaar niet te betalen. Precies een jaar later, intussen is Aimar in de Franse ronde van 1968 zevende geworden, zes plaatsen en bijna vijf minuten achter winnaar Janssen, zal hij in Aubenas, midden in de Ardèche, alsnog de nationale titel veroveren. Ditmaal gewoon door ondubbelzinnig zelf als eerste de meet te passeren. Gedurende de twaalf maanden die volgen draagt Lucien Aimar de Franse nationale driekleur, die hem nu dus wel volledig toekomt, met de grootst mogelijke trots.
Foto Bert Verhoeff / Anefo - http://proxy.handle.net/10648/ac30bf4c-d0b4-102d-bcf8-003048976d84, CC0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=65601201