Foto ANEFO / neg. stroken, 1945-1989, 2.24.01.05, item number 916-5774 - Nationaal Archief Fotocollectie Anefo, CC BY-SA 3.0 nl, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=59604629
Hiep hiep hoera voor Cees van Espen, de oudste nog levende Nederlandse Touretappe winnaar!
Cees van Espen is de oudste nog levende Nederlandse winnaar van een Touretappe. Om misverstanden te voorkomen, de Arnhemmer is dan weer niet de nog in leven zijnde landgenoot wiens ritzege in Frankrijk het langst geleden is. Mocht die vraag ooit in een wielerquiz worden gesteld, dan luidt het correcte antwoord Huub Zilverberg. Hij schrijft, namens de Flandria-Faema-ploeg, in 1962 de zevende Touretappe op zijn naam. Van Espen zal datzelfde pas drie jaar later presteren, maar is negen maanden ouder dan Zilverberg. Zilverberg zag op 13 januari 1939 het levenslicht, terwijl in Huize Van Espen op datzelfde moment al een dik half jaar een klein knulletje door de woonkamer kruipt. Bijna was de Nederlander, die als 27-jarige in de Tour van 1965 uitkomt voor de TeleVizier-ploeg van Kees Pellenaars, ook de oudste nog levende Nederlandse gele truidrager in de ronde geweest. De ontsnapping, die Van Espen de grootste zege uit zijn in totaal slechts vier jaar durende profloopbaan oplevert, bezorgt hem bijna tevens het geel. Hij nadert klassementsleider Felice Gimondi tot op niet meer dan 23 seconden. Helaas voor Van Espen moeten hij en zijn collega’s zich later op diezelfde dag nogmaals in het zadel hijsen. Daardoor raakt het geel, net zo snel als dat het in het vizier was gekomen, enkele uren later al weer buiten het bereik van de Nederlandse ritwinnaar.
De Tour de France van 1965
Op zaterdag 26 juni 1965 krijgt het peloton niet een, maar twee proeven voor de kiezen. Zoals zo vaak in die dagen wordt er eerst een ochtendetappe verreden en moeten de renners, na een korte rustperiode, in de middag opnieuw op pad. Het is voor Tourdirecteuren Félix Lévitan en Jacques Goddet een makkelijke manier om meer inkomsten binnen te harken. De Franse steden en dorpen staan immers in de rij voor het verwelkomen van de ronde. Lokale autoriteiten betalen met graagte een flinke som geld om als start- of aankomstplaats te mogen fungeren. Door meerdere kortere etappes op dezelfde dag te laten verrijden kunnen Lévitan en Goddet nog vaker luisteren naar het gerinkel van de vele Franse francs, die in hun kassa-lade landen. Het is tegen de zin van de renners. Zij hebben een hekel aan de lange dagen en de vele korte tussentijdse verplaatsingen. Die moeten ze bovendien meestal in bezwete koerskledij afleggen. Er is in die tijd echter niemand die het voortouw neemt om collectief op te staan tegen de geldzucht van de koersleiding. Pas als in 1978 Bernard Hinault zijn intrede doet in het Tourpeloton en zich direct ontpopt tot ‘patron’ gaan de renners de barricades op en wordt er iets gedaan aan de vele opgesplitste etappes. Dertien jaar eerder is dat niet geval. Op de laatste junizaterdag gaat de Tour in de ochtenduren over 147 kilometer van Saint-Brieuc naar Châteaulin, om ’s middags in die tweede stad een 26,7 kilometer lange tijdrit af te werken.
Juichende Van Espen
Wie denkt dat de meeste renners zich met een chronorace voor de boeg liever koest houden, vergist zich. De ochtendetappe is uitermate onrustig. Het regent ontsnappingspogingen. Na veel vijven en zessen blijkt die van Leo van Dongen de beslissende. De Nederlander krijgt de Belgen Frans Brands en Michel Van Aerde mee, evenals de Fransman Pierre Everaert. Ook Van Espen haakt aan. Hij is een ploeggenoot van de initiatiefnemer van de ontsnapping. Samen benutten de twee TeleVizier-renners hun overwicht in de kopgroep ten volle. Een kort klimmetje op de laatste plaatselijke omloop in Châteaulin verleidt Van Espen een sprint met vijf niet af te wachten. Hij kiest het hazenpad. Onmiddellijk kruipt Van Dongen in de rol van stoorzender, die de achtervolging op zijn land- en ploeggenoot lam legt. Het Nederlandse duo hoeft niets te vrezen van de drie anderen. Van Espen strijkt, juichend maar met zichtbare verbazing op zijn gezicht, de ritzege op. Achter hem slaagt Van Dongen er in de slotfase zelfs in zich te ontdoen van Brands, Van Aerde en Everaert.
Een-tweetje
Een loepzuivere één-twee voor de TeleVizier-ploeg van Pellenaars is het resultaat. Pas twee minuten later meldt het peloton zich aan de aankomstlijn in Châteaulin. Van Espen stijgt in het algemeen klassement met stip naar de tweede plaats. Niet meer dan 23 seconden bedraagt zijn achterstand nog op gele truidrager Gimondi. Onderweg had hij zelfs even virtueel in het geel gereden, maar in de slotfase heeft het peloton voldoende tijd goed gemaakt om de Italiaan zijn leiderstrui te laten behouden. Helaas voor de Nederlander is hetgeen er diezelfde middag op het programma staat allerminst zijn specialiteit. Ook al is de tijdrit rond Châteaulin niet langer dan 26,7 kilometer, Van Espen wordt slechts 48ste op bijna drie minuten van winnaar Raymond Poulidor. Ook Gimondi is aanmerkelijk sneller dan de renner die voor de start zijn meest naaste belager leek. De Nederlander duikelt naar de zesde plek in de algemene rangschikking en kijkt tegen een niet meer te overbruggen marge ten opzichte van het geel aan. De oudste nog levende Nederlandse gele truidrager is Cees van Espen dus niet – voor de quizzers: dat is Jan Janssen. Dankzij zijn fraaie ritzege in Châteaulin is hij momenteel echter wel de oudste nog levende Nederlandse etappewinnaar.
Foto ANEFO / neg. stroken, 1945-1989, 2.24.01.05, item number 916-5774 - Nationaal Archief Fotocollectie Anefo, CC BY-SA 3.0 nl, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=59604629