Foto Sirotti
Magnier Mia! Dat is een hattrick voor Paul Magnier!
Deze Giro is van Vingegaard, van Jhonatan Narvaez en…..van Paul Magnier. De achttiende etappe van de Giro d’Italia gold als laatste kans voor de vluchters. In Pieve di Soligo was het toch Paul Magnier die zegevierde, na een lead-out van Jasper Stuyven die het verschil maakte.
Deze Giro kent vele gezichten. Of eigenlijk maar een paar. Als je op de lijst met etappe winnaars moet afgaan dan. Want met vier zeges voor Vingegaard, drie voor Magnier en drie voor Narvaez is het voor de rest vechten om de kruimels. Vluchters zoeken kansen, maar krijgen ze maar sporadisch. En als ze de kans hebben, dan is het eigenlijk net niet die vlucht (zie etappe in Milaan). En ook nu weer. Etappe 18 was voor de vluchters, maar uiteindelijk was het Magnier die zijn hattrick voltooide en daarmee ook mooi de ‘Maglia Clicamino’ weer overnam van ….juist ja, Narvaez. Edoardo Zambanini werd tweede en een buffelende Jonathan Milan derde.
Aan de riem
De strijd aan het begin van de rit, die velen voorspeld hadden, bleef uit. Andrea Mifsud en Mattia Bais reden weg, even later sloten James Shaw en Jonas Geens aan. Met ruim honderd kilometer te gaan was de kopgroep gevormd. Niemand voelde de noodzaak om nog te reageren, en de maximale voorsprong liep niet verder op dan twee minuten.
Bais pakte onderweg de bergpunten op het klimmetje naar Fastro en de punten bij de tussensprint. Jhonatan Narváez sprokkelde daar één punt. Voor de rest was het wachten, op de beklimming die iedereen in zijn achterhoofd had: de Muro di Ca’ del Poggio, 1,1 kilometer aan 12,3%, met de top op 9,3 kilometer van de finish.
Muro beslissend
De aanloop naar de Muro was snel. Halverwege de beklimming versnelde nota bene wittetruidrager Afonso Eulálio. Er vielen gaten, er ontstond een elitegroep met onder anderen Alessandro Pinarello, Corbin Strong, Jonas Vingegaard, Egan Bernal, Felix Gall en Jai Hindley. Op vijf kilometer van de streep trok Johannes Kulset door, Eulálio sprong mee. Achter hen groeide de achtervolgende groep weer aan, met alle sprinters erbij.
Het was een finale waar klassementsrenners nerveus van worden en sprinters ook onrust voelen om goed gepositioneerd te zijn. Die nervositeit was er, maar de sprinters waren paraat. Behalve dan die ene sprinter: Dylan Groenewegen. Die finishte na gelost te zijn met zijn adjudant Elmar Reinders op ruim 6 minuten.
Magnier en Stuyven
Op anderhalve kilometer van de finish werden Kulset en Eulálio gegrepen. Daarna volgde een rommelige sprint, na een koers die het peloton flink uitgedund had. Jasper Stuyven loodste Magnier door de laatste bocht, een dalende, naar links buigende passage, en schoof opzij. Magnier deed de rest.
“Niet het plan wat we vanochtend besproken hebben, maar soms werkt dit ook,” zei Stuyven na afloop. “Als hij er zit, dan was het enige wat we mosten doen hem in de juiste positie brengen in de laatste bocht. Er was een beetje chaos maar we vonden elkaar op het juiste moment. Hij is een prachtige coureur’.
Milan, wiens ploeg Lidl-Trek de hele dag had geïnvesteerd, nam de schuld op zich voor de derde plek. “Ik denk dat het een beetje mijn fout was dat ik in de laatste bocht op het vierde wiel zat. Ik had achter Magnier moeten blijven zitten,” zei de Italiaan.
Wat een man
Zoals gezegd: de Giro is apart en ergens dus ‘drietonig’. Drie courers met drie ritzeges. De maglia ciclamino is nu stevig om zijn schouders. In de sprints is Magnier de te kloppen man. Ook als het een lastige aankomst is zoals vandaag.
Het zorgt ervoor dat Magnier nu met stip dé favoriet is voor zondag. Mooie trein van Groenewegen of niet, Magnier is de man. Mamma mia.