Foto Stefano Sirotti

Studio Kigali

Studio Kigali – een jaar later – wat is er over van de Afrikaanse wielerdroom?

Een jaar geleden stonden we met Het is Koers! in Kigali. Een WK in een wielergek land, dat uiteindelijk wat gekunsteld aanvoelde. Los van alle meningen die mensen hebben over het hoe, waarom, de mensenrechten en wat al niet meer, zagen wij toen vooral hoop. Hoop voor Afrikaanse renners en rensters om zich te tonen aan de wereld. Een kans die ze anders bijna niet kregen, dankzij visum problemen, geld en een algeheel gebrek aan ondersteuning. Het was mooi om te zien hoe renners en rensters uit o.a. Zuid-Soedan ineens wél aan de start van een WK stonden. En nu? Wat is er over van die droom? Dat is een goede vraag.

Een groot verschil met 2025 is dat we dit jaar niet in Montréal zijn.

Puur praktisch, maar ook financieel. Voor onze aanwezigheid in Kigali hadden we een EU-subsidie. Ja, echt. Met dank aan Wilde Ganzen en Connect for Global Change. Dit jaar is die subsidie er niet. Een week Montréal wordt dan ineens een serieuze kostenpost.

Dat geldt natuurlijk voor iedereen. Maar voor renners en rensters uit minder goed gefinancierde wielerlanden ligt de drempel nog een stuk hoger.

We zagen het deze week zelfs in Denemarken. Mads Pedersen hielp twee Deense beloften naar Montréal nadat de Deense bond aanvankelijk maar vier van de zes beschikbare U23-plekken kon financieren. Pedersen stelde Tour de France-memorabilia beschikbaar voor een veiling, waarvan de opbrengst naar de jeugdselectie ging.

Als zelfs Denemarken moet rekenen om een WK-selectie compleet te krijgen, wat betekent dat dan voor Kenia, Zimbabwe, Oeganda of Rwanda?

Dat was precies een van de dingen waar we in Kigali naar keken.

We spraken daar bijvoorbeeld met de Keniaanse Monica Jelimo en de Tanzaniaanse Jazzy Abdullah. Jelimo vertelde dat ze een jaar eerder niet in Zürich was geweest vanwege problemen met haar visum. In Kigali stond ze wel aan de start en werd ze 38e in de individuele tijdrit. Abdullah leek minder over de financiën en het visum in te zitten, maar is er dit jaar ook niet bij.

Het bijzondere aan Kigali was juist dat we veel van dit soort landen zagen.

De vrouwen-tijdrit van 2025 telde 44 rensters uit 33 landen. Botswana, Tanzania, Kenia, Oeganda, Benin, Ethiopië, Mauritius en Rwanda stonden allemaal aan de start. Dat was niet toevallig. Kigali was het eerste WK op Afrikaanse bodem en trok uiteindelijk deelnemers uit 36 Afrikaanse landen.

Een jaar later ziet het beeld er anders uit.

In Montréal is het aantal deelnemers aan de vrouwen-tijdrit iets groter, maar een aantal Afrikaanse landen die in Kigali nog aan de start stonden, ontbreekt. Kenia, Rwanda en Mauritius zijn er wel. Zimbabwe stuurt twee rensters. Maar Benin, Oeganda, Tanzania, Ethiopië en Botswana zijn in deze discipline niet meer vertegenwoordigd.

Jelimo is wel aanwezig, maar eindigt in de achterhoede.

Bij de mannen is het verschil minstens zo opvallend. In Kigali stonden naast Rwanda en Mauritius ook onder meer Eritrea, Zuid-Afrika, Oeganda en verschillende andere Afrikaanse landen aan de start. In Montréal is de Afrikaanse vertegenwoordiging bij de elite-tijdrit veel kleiner. Mauritius en Zuid-Afrika waren daar de uitzonderingen.

Dat is geen detail.

Ook vóór Kigali was het al duidelijk dat verschillende Afrikaanse federaties vanwege de kosten kleinere delegaties naar het WK zouden sturen. Kim Le Court wees in hetzelfde verhaal op een simpel maar belangrijk probleem: voor Afrikaanse landen zijn de euro, dollar en pond relatief duur, terwijl een Europese ploeg naar Afrika juist relatief goedkoop reist.

En na Kigali werd het verhaal niet ineens eenvoudiger.

Jeremy Ford van Team Africa Rising, die in Kigali de Beninse ploeg begeleidde. Hij wees op twee structurele problemen: er zijn weinig wedstrijden in Afrika en deelname aan wedstrijden in Europa is duur. Daar komen de problemen rond visa nog bij.

Ook Jacques Landry van het UCI World Cycling Centre schetste een vergelijkbaar beeld. Het aantal wedstrijden op de UCI Africa Tour is sterk teruggelopen. In 2015 stonden er 34 wedstrijden op de kalender, in 2025 nog maar 11. Zonder wedstrijden ontwikkel je geen renners, zo was zijn redenering.

Het is dus wel interessant om  Kigali en Montréal met elkaar te vergelijken.

Want Kigali liet zien wat er gebeurt wanneer je de grootste wedstrijd van de sport naar Afrika brengt. Er waren uiteindelijk 36 Afrikaanse landen vertegenwoordigd. Er waren trainingsprogramma’s, een UCI-satellietcentrum, lokale ondersteuning en veel aandacht voor jonge renners. De UCI noemt Kigali inmiddels expliciet als aanleiding voor het nieuwe Ride Your Colours-programma, waarmee in 2026 41 nationale federaties met beperkte middelen werden geholpen aan nationale tenues.

Maar één jaar later kun je op basis van de startlijsten nog niet zeggen dat de structurele problemen zijn opgelost. Integendeel: als je alleen naar de elite-tijdritten kijkt, is de Afrikaanse aanwezigheid in Montréal aanzienlijk kleiner dan in Kigali.

Dat is geen bewijs dat Kigali niets heeft opgeleverd. Daarvoor is één jaar simpelweg te kort. Er zijn bovendien ontwikkelingen die je niet in een startlijst terugziet. Team AMANI bestaat nog steeds, de UCI investeert verder in Afrikaanse talentontwikkeling en er zijn meer dan honderd Afrikaanse renners actief op UCI-teams.

Maar het maakt wel één ding duidelijk.

Een WK organiseren in Afrika is iets anders dan de toegang tot het internationale wielrennen structureel veranderen. Dat klinkt misschien logisch. Maar juist daarom is en was Kigali 2025 een interessante case studie.

We zagen daar een enorme hoeveelheid energie. Renners, coaches, federaties, supporters, lokale organisaties. Met een enorm verschil in ondersteuning, zowel kwalitatief als in aantal. Renners met velgremmen die in de eerste kilomter al gelost werden tegenover fulltime profs die toen nog aan het warmdraaien waren.

De aanwezigheid van lokale UCI-mensen die federaties en renners hielpen met praktische problemen. Nieuwe trainingsfaciliteiten. Nieuwe aandacht voor vrouwen en junioren. En vooral: het gevoel dat er iets stond te gebeuren. Dat meen ik oprecht, er heerste echt optimisme.

Maar misschien moeten we dus nog even wachten op de resultaten van die eerste investeringen.

Westerse blik

Ik kijk hier misschien ook te veel vanuit een West-Europees perspectief naar. Want laten we eerlijk zijn: ook Europese landen lieten in Kigali onderdelen schieten. Nederland was bijvoorbeeld niet met alle beloftenploegen aanwezig. Geld speelde ook daar een rol. De reis naar Rwanda was voor veel federaties simpelweg duur. Federaties maakten keuzes. De lange en kostbare reis ervoor zorgde dat sommige landen geen volledige delegatie stuurden of bepaalde onderdelen oversloegen.

Dus wellicht gaat dit verhaal uiteindelijk minder over Afrika dan we denken. Het gaat meer over de vraag wat een WK eigenlijk is geworden.

Een wereldkampioenschap waar je je als renner voor moet kwalificeren én vervolgens moet kunnen veroorloven om naartoe te gaan. Dat is een ander verhaal. Het zorgt er dan voor dat je een wereldkampioenschap bestrijdt met slechts een kwart van de landen in de wereld.

Een wereldtitel klinkt per definitie mondiaal. Maar als de toegang tot het evenement sterk afhankelijk is van het budget van een nationale federatie, wordt deelname steeds meer een kwestie van middelen. Wat dat betreft lijkt wielrennen meer op schaatsen. En dan te bedenken dat schaatsen in Afrika in het algemeen en andere landen rond de evenaar niet echt op de kaart staat.

Nieuwe ronde, nieuwe kansen

In 2027 verhuist het WK opnieuw. Dan naar de Haute-Savoie, voor het Super-WK. Dan kijken we opnieuw. Hoeveel landen staan er aan de start? Welke landen kunnen hun beste renners sturen? En hoeveel van de energie die in Kigali ontstond, is dan nog zichtbaar?

Voorlopig is Montréal vooral weer het vertrouwde beeld: een groot, evenement, maar met een peloton dat nog altijd sterk Europees gekleurd is. In Montréal zien we wel dat landen als Trinidad, Belize en

Met af en toe een Amerikaan, Australiër, Kazach of Colombiaan die zich tussen de gevestigde orde rijdt. En misschien is dat precies het punt.

Kigali liet zien dat er veel meer wielrennen is dan het peloton dat we gewend zijn te zien. Montréal laat zien hoe moeilijk het is om dat peloton daadwerkelijk groter te maken. Maar dan zullen we ook nog wat moeten doen aan het dichten van de kwaliteitskloof. Want we kunnen misschien wel 100 landen aan de start krijgen. Maar als het peloton na 5km al gesplitst is in een a-peloton en b-peloton, dan schiet dat het doel wellicht voorbij.

Of niet. Want wat is er inspirerender dan te kunnen zeggen dat je mee hebt gedaan aan het WK als je uit zeg de Filippijnen komt.

We gaan het zien.

 

Lees ook van Sander Kolsloot

Studio Kigali – een jaar later – wat is er over van de Afrikaanse wielerdroom?

Studio Kigali

Column: Angst is een slechte raadgever

Koersverhalen