Foto Anefo - http://proxy.handle.net/10648/af618c96-d0b4-102d-bcf8-003048976d84, CC0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=65397574<
21 juli 1968: Jan Janssen grijpt eerste Nederlandse Tourzege
Een verzwakte ploeg, zestien seconden achterstand en één laatste tijdrit naar Parijs. Op 21 juli 1968 rijdt Jan Janssen de koers die het Nederlandse wielrennen voorgoed in de historie boeken vereeuwigd. Hij pakt de belangrijkste gele trui, die in Parijs en wint de Tour van 1968.
Op 21 juli 1968 rijdt Jan Janssen, de 28-jarige Nederlandse kopman, het Vélodrome de Vincennes in Parijs binnen. Zijn tijdrit is dan al voorbij, terwijl die van geletruidrager Herman Van Springel, de Belgische tempobeul, nog loopt. Rond de piste staan fotografen en supporters te wachten op de tijden. Als Van Springel uiteindelijk finisht, bijna 54 seconden trager, weet Janssen dat hij de Tour de France heeft gewonnen als eerste Nederlander.
Hij wordt opgetild en huilt. Van Springel rijdt ondertussen teleurgesteld verder over de baan. De eindstand geeft Janssen een voorsprong van 38 seconden, destijds het kleinste verschil tussen de eerste twee renners in de Tourgeschiedenis.
Een Tour zonder vanzelfsprekende kopman
De 55ste Tour de France was op 27 juni begonnen in Vittel. De ronde telde 22 etappes over ongeveer 4.492 kilometer. Er reden elf nationale ploegen, elk met tien renners. Het was de laatste Tour volgens dat landenmodel, want vanaf 1969 keerden de commerciële merkenploegen terug. Die waren voor de oorlog al actief, maar werden op een gegeven moment uitgefaseerd.
Die opzet hielp Janssen aanvankelijk niet. De renners van de Nederlandse nationale ploeg kwamen gedurende de rest van het seizoen voor verschillende werkgevers uit. Ploegleider Ab Geldermans, ooit een van de Nederlandse geletruidragers, moest van dat gezelschap een eenheid maken.
In de ploegentijdrit verloor Nederland zes minuten op België. Daarna viel de formatie snel uiteen. Jos van der Vleuten ging na de eerste dag naar huis, terwijl Huub Zilverberg en Gerard Vianen later afstapten. Tijdens de lange Pyreneeënrit naar Canet-Plage verdwenen nog eens drie Nederlanders uit de koers.
Janssen won die rit. De overgebleven ploegmaats schaarden zich vervolgens achter hun kopman, maar eerder in de Tour had hij zelf aan opgeven gedacht. Hij belde zijn vrouw en zei: “Ik denk dat ik maar naar huis kom, Cora. Het gaat echt niet meer.”
Cora Janssen-Lakens, zijn vrouw en vaste steun buiten de koers, hield hem in Frankrijk. “Kom Jan, probeer het nou nog maar een keer. Opgeven kan altijd nog”, zei ze tegen hem. Janssen reed verder, hoewel hij na een zware Pyreneeënrit zelfs bloed plaste.
Zestien seconden achter Van Springel
In de slotweek bleef het klassement verschuiven. Een ontsnapping kon een favoriet uitschakelen en de gele trui wisselde herhaaldelijk van eigenaar. Van Springel veroverde de leiding in de negentiende etappe en bereikte Parijs met zestien seconden voorsprong op Janssen.
Tussen hen stond Gregorio San Miguel, de Spaanse nummer twee van het klassement. Janssen begon de afsluitende tijdrit daardoor als derde. Over ongeveer 55 kilometer van Melun naar Parijs moest Janssen zestien seconden goedmaken op een renner die juist bekendstond om zijn grote motor.
Voormalig ploegleider Kees Pellenaars had Janssens kansen eerder op de radio weggewuifd: “Als Jan Janssen de Tour kan winnen, kan mijn schoonmoeder het ook.” Janssen kende de uitspraak. Een dag voor de tijdrit formuleerde hij zijn eigen inzet bondiger: “Dit keer moet ik winnen. Ik wil geen tweede worden.”
De tijdrit van zijn leven
Janssen reed op lichte zijden tubes, sneed de bochten scherp aan en nam risico. Onderweg haalde hij Franco Bitossi, de Italiaanse klassiekerrenner die tweeënhalve minuut eerder was vertrokken, zelfs in. “Toen Janssen me passeerde ging hij zo hard, dat ik dacht dat het Merckx was. Hij vloog!”, herinnerde Bitossi zich later.
Na één uur en ruim twintig minuten kwam Janssen aan op La Cipale, de piste in het Bois de Vincennes. Daarna begon het wachten. De ploegleider van Van Springel bracht de Belg onderweg steeds op de hoogte, maar de geletruidrager kon het verschil niet meer verkleinen. Janssen won de Tour in 133 uur, 49 minuten en 42 seconden, met Van Springel op 38 seconden.
Dat record hield 21 jaar stand. In 1989 versloeg Greg LeMond, de Amerikaanse Tourwinnaar, Laurent Fignon met acht seconden. Ook die beslissing viel in een slottijdrit naar Parijs.
Cora en Karin tussen de fotografen
Na de uitslag zoekt Janssen tussen de mensen rond de baan naar Cora, die zwanger is, met hun driejarige dochter Karin op haar arm. Karin heeft tulpen meegenomen. “Cora, ik heb de Tour gewonnen, kindje”, brengt Janssen uit. Daarna richt hij zich tot zijn dochter: “Karin, pappa heb de Tour gewonnen, kindje.”
Nederland beleeft de ontknoping voor het eerst live op televisie. De archiefbeelden van de finish tonen hoe de huilende winnaar boven de menigte uitkomt. Drie dagen later staan volgens latere schattingen ongeveer 100.000 mensen langs het parcours van de Acht van Chaam om hem in het geel te zien.
Janssen droeg tijdens de Tour geen dag de gele trui, totdat alles beslist was. De eerste Nederlandse Tourwinnaar kreeg hem pas op de allerlaatste middag om de schouders, met 38 seconden voorsprong en zijn gezin naast zich op de piste.