Foto Naike Erenozaga/Cxcling
Pogačar in Andorra: vijftig kilometer solo en ruim drie minuten voorsprong
De Vuelta 2026 lijkt voorbij, alvorens deze goed en wel begonnen is. Zoals verwacht van te voren is het Pogi, Pogi en nog eens Pogi. Gisteren speelde moeder natuur even voor spelbreker, maar vandaag, in Andorra viel de wereldkampioen al op de Collada de Beixalis aan. Een lange solo en een grote voorsprong waren het resultaat. Jarno Widar werd tweede, terwijl Primož Roglič na vier ritten tegen een achterstand van 3:21 aankijkt.
Op dinsdag 25 augustus rijdt Tadej Pogačar, de Sloveense wereldkampioen, in Andorra la Vella solo naar zijn tweede ritzege in deze Vuelta. Zijn aanval op de Collada de Beixalis houdt 50,3 kilometer stand. Aan de finish bedraagt zijn voorsprong 2:39.
Deze Vuelta lijkt vooral te gaan om de strijd om plek twee. En daarvoor deed Jarno Widar, de twintigjarige debutant van Lotto-Intermarché, heel goede zaken. Hij wint de sprint van de achtervolgers voor Felix Gall. Primož Roglič eindigt als zevende in dezelfde groep en volgt in het algemeen klassement nu op 3:21. Pogačar bouwt daarmee al na vier etappes een ruime voorsprong op in de Vuelta.
Decathlon aan zet
De korte rit van 104,8 kilometer telt meer dan 3.000 hoogtemeters. Na de Port d’Envalira voert het parcours over de Collada de Beixalis, de Coll d’Ordino en de Alto de la Comella. Zoals beschreven in onze voorbeschouwing vormt de Beixalis met 6,7 kilometer aan gemiddeld 8,5 procent en stroken tot 16 procent de zwaarste beklimming.
Decathlon CMA CGM Team voert op die klim het tempo op voor Gall, de nummer twee van de voorbije Giro. Nog voordat de Oostenrijker zelf kan versnellen, valt Pogačar aan. Gall probeert aan te haken, maar moet de rode trui snel laten rijden.
Pogačar verklaart na afloop dat ploeggenoot Jay Vine hem naar het wiel van de Decathlon-renners bracht. Daarna zag hij weinig in een afwachtende koers tussen zijn rivalen. Bij Sporza zei hij: “Toen Jay (Vine, red.) me doorliet tot in het wiel van de Decathlon-mannen, dacht ik: oké… ik wil hier niet geïsoleerd zitten tegen al die klassementsmannen.”
Achtervolgers rijden voor de ereplaatsen
Boven op de Beixalis heeft Pogačar ongeveer anderhalve minuut op de eerste achtervolgende groep. Daarin rijden Widar, Gall, Roglič, Enric Mas, Sepp Kuss, Oscar Onley, Richard Carapaz en Mattias Skjelmose. Met de Ordino en La Comella nog voor de finish lijkt de vroege aanval riskant, maar de voorsprong blijft groeien.
Achter hem ontbreekt een gesloten jacht. Aanvallen en tempowisselingen breken de samenwerking, terwijl Pogačar ongeveer een uur en twintig minuten alleen rijdt. Carapaz verliest in de finale nog achttien seconden op de groep-Roglič. Skjelmose komt 38 seconden na die groep binnen.
Widar houdt wel stand. De jonge Belg klopt Gall in de sprint en wordt tweede in zijn eerste grote ronde. In het klassement bezet hij de negende plaats op 4:06, terwijl hij ook tweede staat in het jongerenklassement.
Stevig in het rood
Pogačar finisht na 2 uur, 40 minuten en 35 seconden. Het is zijn vijfde Vuelta-ritzege en zijn 37ste etappeoverwinning in een grote ronde. Eerder deze Vuelta won hij al de openingstijdrit in Monaco, met negen honderdsten voorsprong op Ethan Hayter.
Na vier etappes leidt hij met 3:21 op Roglič. Mas staat derde op 3:32 en Kuss vierde op 3:44. In de stand staan zeven renners binnen vier minuten van de rode trui, maar niemand binnen drie minuten. Het pleit lijkt al beslecht.
Andorra leverde Pogačar in 2019 zijn eerste Vuelta-zege op, bij Cortals d’Encamp. “Ik had toen geen seconde gedacht dat ik ooit zo zou rijden”, zei hij na zijn nieuwe overwinning. Woensdag volgt een rit van 173,4 kilometer tussen Falset en Roquetes, met een vlakke aankomst.