Robert Gesink: ‘Toen ik prof werd, was doping schering en inslag in het peloton’
De voormalige klimmer vertelt hoe hij bij Rabobank meermaals werd benaderd voor doping. Als jonge renner twijfelde hij, maar zijn omgeving hield hem op het rechte pad.
Bijna twee jaar na zijn afscheid van het peloton kijkt Robert Gesink, voormalig Nederlands klassementsrenner, terug op een tijd waarin doping volgens hem nog diep in de koers zat. In de podcast Bahamontes bespreekt hij zijn eerste jaren binnen de Rabobank-structuur, van zijn opleiding tot de periode waarin de ploeg in 2012 haar hoofdsponsor verloor.
“Toen ik prof werd, was doping schering en inslag in het peloton”, zei Gesink in de podcast. De oud-renner vertelde dat hij meermaals werd benaderd om verboden middelen te gebruiken. Als jonge prof dacht hij dat meegaan misschien noodzakelijk was om aansluiting te vinden bij de beste renners.
“Toen ik jong was, dacht ik dat ik hetzelfde moest doen als ik dit niveau wilde bereiken”, zei Gesink in zijn terugblik op die periode. “Gelukkig hielpen de mensen om mij heen me om op het rechte pad te blijven.” Gesink raakte tijdens zijn loopbaan niet rechtstreeks betrokken bij een dopingzaak.
Achterdocht binnen Rabobank
Gesink werd in 2007 prof bij Rabobank, de Nederlandse ploeg waarvoor hij al in het opleidingstraject had gereden. Hij gold als een van de grootste klimtalenten van zijn generatie, maar kwam terecht in een peloton waarin positieve tests en dopingschandalen de verhoudingen bepaalden.
Een goede uitslag kon volgens Gesink direct argwaan oproepen. Wanneer iemand boven verwachting presteerde, dachten andere renners al snel dat diegene een nieuw middel of een nieuwe methode had gevonden. In plaats van uitsluitend harder te trainen, zocht een deel van het peloton volgens hem ook naar farmacologische winst.
Gesink beschreef hoe bepalend zijn directe omgeving in die jaren was. Hij wilde graag het niveau bereiken van Michael Boogerd, de Nederlandse kopman die zijn beste jaren bij Rabobank had beleefd. Als Boogerd hem tijdens een vroeg trainingskamp onder zijn hoede had genomen, had Gesink naar eigen zeggen mogelijk zonder veel vragen diens voorbeeld gevolgd. Boogerd erkende later tijdens zijn loopbaan verboden middelen te hebben gebruikt.
De Tour van Rasmussen
De spanningen binnen Rabobank liepen in 2007 op door de zaak rond Michael Rasmussen, de Deense drager van de gele trui. Gesink behoorde dat jaar niet tot de Tourselectie, maar maakte wel deel uit van dezelfde ploeg.
Rabobank haalde Rasmussen uit de Tour nadat duidelijk was geworden dat hij controles buiten competitie had gemist en onjuiste informatie over zijn verblijfplaats had gegeven. Hij had gemeld in Mexico te zijn, terwijl hij in Italië verbleef. Rasmussen stond op dat moment al tien dagen aan de leiding van de Tour. De ploeg ontsloeg hem later en hij kreeg een schorsing van twee jaar.
Gesink omschreef die fase als een slechte periode voor de ploeg. De onderlinge verhoudingen werden beheerst door achterdocht en onzekerheid. Ook Thomas Dekker, destijds een ander Nederlands toptalent van Rabobank, testte later positief op EPO in een hertest van een controle uit december 2007.
Het vertrek van de sponsor
In oktober 2012 maakte Rabobank bekend na zeventien jaar te stoppen als titelsponsor van de profploegen. De bank verwees naar het rapport van het Amerikaanse antidopingagentschap USADA over Lance Armstrong en zei niet langer overtuigd te zijn dat de internationale profwielersport schoon en eerlijk kon opereren.
Rabobank besteedde destijds ongeveer 15 miljoen euro per jaar aan de profploeg. De bestaande rennerscontracten bleven geldig, maar vanaf 2013 verdween de naam van de bank van het shirt.
Gesink was toen 26 jaar en noemde het besluit een klap in het gezicht. Hij vond het onrechtvaardig dat de renners van dat moment de gevolgen droegen van gebeurtenissen uit eerdere jaren. Latere bekentenissen van voormalige Rabobank-renners bevestigden intussen dat doping gedurende een deel van de sponsorperiode binnen de ploeg voorkwam.
Een schoner peloton
Gesink ziet een duidelijk verschil tussen zijn eerste profjaren en de koers van nu. “De moderne wielersport is veel schoner, maar er zullen altijd valsspelers zijn”, zei hij in Bahamontes.
De klimmer beëindigde zijn loopbaan na de Vuelta a España van 2024. In achttien profseizoenen eindigde hij twee keer bij de beste tien van de Tour de France: als vijfde in 2010 en als zesde in 2015. Zijn terugblik laat zien onder welke omstandigheden hij die resultaten behaalde.