Foto By JoMiek - Own work, CC BY-SA 4.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=113046196

Wielercultuur

Tom Simpson: waarom 13 juli voor altijd bij de Mont Ventoux hoort

Een wereldkampioen reed door terwijl zijn lichaam al bezweek. Zijn dood legde de medische en morele grenzen bloot van een wielersport waarin opgeven nauwelijks als optie gold.

Op 13 juli 1967 ziet Jan Janssen, de Nederlandse kopman en latere Tourwinnaar, zijn vriend en concurrent Tom Simpson achter zich rijden op de kale bovenflanken van de Mont Ventoux. Simpson ziet “wit, zo wit”, herinnerde Janssen zich vijftig jaar later. Even daarna moet de Brit lossen.

Janssen denkt op dat moment als coureur: weer een concurrent minder. Hij wint de 211,5 kilometer lange rit van Marseille naar Carpentras, maar hoort na de huldiging dat Simpson in Avignon is overleden. “Mijn overwinning deed er niet meer toe”, zei Janssen.

Volgens hem was het ongeveer 35 graden. Andere reconstructies noemen hogere temperaturen, al is geen betrouwbare officiële meting van de Ventoux bewaard gebleven. Vaststaat dat renners in 1967 weinig drinken meekregen. Ze stopten bij fonteinen en cafés, terwijl de hitte en het stijgingspercentage het peloton uit elkaar trokken.

Britse pionier

Tom Simpson, de 29-jarige Britse wereldkampioen, was veel meer dan de renner die op de Ventoux stierf. De zoon van een mijnwerker uit County Durham verhuisde in 1959 naar het Europese vasteland en maakte carrière in het Franse en Belgische profmilieu. Gent werd zijn uitvalsbasis.

In 1961 won hij als eerste Brit de Ronde van Vlaanderen. Een jaar later werd hij de eerste Britse drager van de gele trui en eindigde hij als zesde in de Tour. Daarna volgden Bordeaux–Parijs, Milaan–San Remo en in 1965 zowel het wereldkampioenschap op de weg als de Ronde van Lombardije. In het voorjaar van 1967 won hij Parijs–Nice en twee ritten in de Vuelta a España.

Simpson was overigens niet de eerste Britse Tourritwinnaar. Hij won zelfs geen etappe in de Ronde van Frankrijk. Zijn pioniersrol lag in het feit dat hij de gele trui droeg, zijn top-10 klassering in de Tour en vooral zijn overwinningen in de grootste eendagskoersen. Maar hij zal voor altijd de geschiedenis ingaan als de man die in het harnas stierf.

Tom Simpson – Door Panini – [1], Publiek domein, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=50279122

Ziek en uitgeput naar de Ventoux

De Tour van 1967 werd met landenteams verreden. Simpson leidde de Britse nationale ploeg en stond na de eerste week zesde. Hij mikte op het podium of een nieuwe periode in het geel. Een goed klassement zou bovendien hogere startgelden opleveren in de criteriums na de Tour.

In de Alpen begon zijn lichaam tegen te werken. Simpson kreeg maagpijn en diarree, kon nauwelijks eten en verloor een plaats in het klassement. Ploeggenoot Vin Denson adviseerde hem zijn verlies te beperken. Zijn manager bij Peugeot, Gaston Plaud, wilde dat hij opgaf, maar had binnen de Britse selectie geen formele zeggenschap. Simpsons persoonlijke manager verwachtte juist een uitschieter op de Ventoux.

Tijdens de dertiende etappe blijft Simpson aanvankelijk bij de beste klimmers. Boven Chalet Reynard verdwijnt de beschutting. In de laatste kilometers begint hij over de weg te slingeren. Hij verliest de controle en valt.

De woorden die een mythe werden

Mechanieker Harry Hall en ploegleider Alec Taylor bereiken Simpson vanuit de volgwagen. Hall probeert hem te laten stoppen. Volgens zijn herinnering wijst Simpson naar zijn toeclipsen: “Me straps, Harry, me straps!” Hall en omstanders zetten hem terug op de fiets en geven hem een duw.

Na enkele honderden meters valt Simpson opnieuw. Zijn handen zitten om het stuur geklemd. Hall, een verpleegkundige en Tourarts Pierre Dumas proberen hem te reanimeren. Dumas gebruikt zuurstof en past hartmassage toe. Een politiehelikopter brengt Simpson naar het ziekenhuis in Avignon, waar hij rond 17.40 uur dood wordt verklaard.

“Put me back on my bike” wordt hem sindsdien als laatste uitspraak toegeschreven. De formulering kwam echter van journalist Sid Saltmarsh, die niet bij de val stond en tijdens het incident geen radio-ontvangst had. Harry Hall herinnerde zich als laatste woorden eerder “On, on, on”.

De beroemde zin is daardoor geen controleerbaar laatste citaat. Wel vat hij samen wat getuigen zagen: een renner die zelfs na zijn eerste instorting verder wilde.

Amfetamine, alcohol en uitputting

Bij het onderzoek werden amphetaminetabletten in Simpsons achterzakken gevonden, waaronder een buisje Tonedron. Ook alcohol speelde een rol. De officiële medische lezing kwam neer op een hartstilstand door extreme uitputting, waarbij de hitte, zware inspanning, maag-darmklachten, uitdroging en gebruikte middelen bijdroegen.

Hoewel maar wat graag gesproken werd over zijn middelen gebruik is de doodsoorzaak meer dan amfetamine alleen. Het middel kon Simpson in staat hebben gesteld signalen van uitputting te onderdrukken en verder te gaan dan zijn lichaam aankon.

Stimulantia waren in de jaren zestig verweven met het profwielrennen. Renners en begeleiders spraken vaak over tonics of medische hulp. Frankrijk had sinds 1965 een antidopingwet en in de Tour werd vanaf 1966 getest, maar de controles waren beperkt en stuitten op verzet uit het peloton. Medische kennis over uitdroging en inspanning in extreme hitte stond eveneens ver van de huidige praktijk.

Na Simpsons dood veranderde de sport geleidelijk. In september 1967 publiceerde de UCI haar eerste lijst met dopingmiddelen en zette zij een inspectiestructuur op. De Tour voerde in 1968 systematischer controles aan de finish in. Een jaar later legde de UCI internationale voorschriften voor medische controles vast. Veel later volgden bloedonderzoek, controles buiten competitie en de geharmoniseerde regels van het Wereldantidopingagentschap.

Dat wil niet zeggen dat renners nooit meer in de pillenpot hebben gegraaid. Maar de dood van Simpson was wel een eerste aanzet tot een beter systeem. Er is blijkbaar eerst een fataal ongeluk nodig voordat we iets veranderen. Zie de invoering van de fietshelm, zie andere veiligheidsprocedures.

De huidige koers kent uitgebreidere medische begeleiding en uiteraard formele antidopingprocedures. Hitte, ziekte en commerciële druk zijn daarmee niet verdwenen, terwijl geen enkel controlesysteem alles direct opspoort. Het verschil met 1967 is vooral dat de gezondheid van een renner niet meer uitsluitend aan diens eigen oordeel of dat van de ploegleiding wordt overgelaten.

Het monument onder de top

Ongeveer een kilometer onder de top van de Ventoux staat sinds 1968 een granieten monument voor Simpson. Bezoekers laten er bidons, petjes en andere wielersouvenirs achter. Zijn dochters plaatsten er in 1997 een plaquette met de woorden “There is no mountain too high”.

Op 13 juli wordt daar niet alleen de dood van een renner herdacht. De datum hoort ook bij de wereldkampioen die de Britse wielersport naar het continent bracht, en bij het moment waarop de koers nadrukkelijker moest gaan bepalen hoeveel risico zij van een renner mocht aanvaarden.

Lees ook van HetisKoers!

Rustdag in de Tour: welke renners zijn naar huis?

Koersverhalen

Tom Simpson: waarom 13 juli voor altijd bij de Mont Ventoux hoort

Wielercultuur