Foto By René Milanese - Own work, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=25012280
Guimard en Van Impe: de gele trui die in 1976 te vroeg kwam
Een halve eeuw na de Tourzege van Lucien Van Impe houdt Cyrille Guimard vast aan zijn lezing: de Belg luisterde slecht, viel te laat aan en won dankzij een zorgvuldig getimede Pyreneeënstrategie, aldus Guimard.
Vijftig jaar na de rit naar Alpe d’Huez van 4 juli 1976 zegt Cyrille Guimard, destijds de 29-jarige ploegleider van Gitanes, nog altijd kwaad te zijn over de gele trui van Lucien Van Impe. Volgens Guimard had Van Impe pas zes dagen later het klassement moeten aanvoeren.
In een vrijdag gepubliceerd interview met DH Les Sports+ kijkt de Franse oud-renner terug op de Tour die Van Impe zijn enige eindzege bracht. Volgens Guimard moest de Belg pas na de Pyreneeën het geel nemen, omdat zijn ploeg niet sterk genoeg was om de koers langdurig te controleren.
“Lucien zei altijd ja, maar deed wat hij wilde”, zei Guimard. De moeizame samenwerking leverde wel de grootste overwinning uit Van Impes loopbaan op.
Alpe d’Huez doorkruist het plan
De negende etappe voerde het peloton over 258 kilometer van Divonne-les-Bains naar Alpe d’Huez. Joop Zoetemelk, de voornaamste concurrent voor Guimard, versloeg Van Impe in de sprint met drie seconden. De Belg nam desondanks het geel over, met acht seconden voorsprong op Zoetemelk.
“Ik was kwaad. Het was veel te vroeg”, zei Guimard. “Ik besloot meteen dat we de trui weer zouden afstaan. Van Impe wilde dat niet.”
Guimard had de zwakke plekken van zijn formatie vooraf ingecalculeerd. Neoprof Raymond Martin kon volgens hem een eerste col overleven, maar geen tweede. Voor Alain Meslet gold hetzelfde. In de vlakke ritten profiteerde Gitanes intussen van het werk van de ploeg rond Freddy Maertens, die acht etappes zou winnen.
Drie dagen na Alpe d’Huez raakte Van Impe het geel kwijt aan Raymond Delisle, die na een lange vlucht naar Pyrénées 2000 meer dan zes minuten pakte op de favorietengroep. Guimard beschouwde de Fransman niet als een directe bedreiging. Delisle zou uiteindelijk vierde worden in Parijs.
Van Impe gaf daar later een andere draai aan. In een interview met Koersmuseum Roeselare zei hij dat hij zijn ploeg niet wilde opofferen aan een achtervolging op Delisle. Hij concentreerde zich op Zoetemelk en Raymond Poulidor, de renners die volgens hem wel de Tour konden winnen.
Eén kans op de Pla d’Adet
Op 10 juli lag tussen Saint-Gaudens en Saint-Lary-Soulan een rit van 139 kilometer met de Col de Menté, Col du Portillon, Col de Peyresourde en de aankomst op de Pla d’Adet. In totaal moesten de renners ongeveer 4.500 hoogtemeters verwerken.
“Wij hadden een revolver met één kogel”, zei Guimard. Met Van Impe in het geel na deze Pyreneeënrit achtte hij de Tour, behoudens een grote fout, vrijwel beslist.
De opdracht was om vanaf de eerste kilometer van de Portillon aan te vallen. Van Impe bleef echter zitten. Guimard claxonneerde naar Martin om de afspraak door te geven, maar ook daarna kwam er aanvankelijk geen demarrage. Van Impe vond tachtig kilometer tot de finish te ver.
Guimard reed vervolgens langs het peloton en zette zijn kopman onder druk. Van Impe sprong weg, maar zijn voorsprong bleef rond een halve minuut hangen. Met toestemming van Tourdirecteur Albert Bouvet bereikte Guimard hem voordat het gebruikelijke verschil van één minuut was ontstaan. Van Impe reed op dat moment naast de koerswagen van de Belgische krant Het Volk.
“Ik zei tegen zijn bevriende journalisten dat hij de Tour zou verliezen als hij niet versnelde”, zei Guimard. “Ik weet nog altijd niet wat zij hem hebben verteld, maar daarna vloog hij weg.”
Op het vlakke gedeelte profiteerde Van Impe van sterke rouleurs in de vlucht, onder wie Luis Ocaña en Giancarlo Bellini. Op de slotklim reed de Belg alleen verder. Hij won in 4 uur, 20 minuten en 50 seconden. Zoetemelk volgde op 3.12, waarna Van Impe het geel heroverde met een marge van 3.18.
Van Impe vertelt een ander verhaal
Van Impe plaatste zijn aanval later op 73 kilometer van de aankomst. Volgens zijn versie dichtte hij onderweg een achterstand van negen minuten en bereikte hij met Ocaña de voet van de Pla d’Adet. Hij zou de Spanjaard daar de ritzege hebben aangeboden in ruil voor samenwerking, maar Ocaña kon zijn tempo niet volgen.
De Belg zei ook dat hij al in de winter zijn zinnen op het eindklassement had gezet vanwege de vele aankomsten bergop. Daarmee wijkt zijn herinnering af van Guimards bewering dat maandenlang overtuigingswerk nodig was om hem als Tourwinnaar te laten denken.
Hun samenwerking eindigde na het seizoen. Guimard wilde verder met de jonge Bernard Hinault, terwijl Van Impe vertrok. De gele trui bleef vanaf de Pla d’Adet tot Parijs om zijn schouders.