Foto A.S.O./Pauline Ballet

Koersverhalen

Tour de France Femmes etappe 6: wordt deze in de afdaling beslist?

Zes beklimmingen en ruim 2.500 hoogtemeters brengen het peloton naar de Ardèche. Toch kan de beslissing in plaats van bergop, zomaar bergaf vallen. Kijk uit voor specialiste Cédrine Kerbaol met een aanval richting Tournon-sur-Rhône.

Franse herinneringen aan nummer 6

In Tournon-sur-Rhône eindigt op donderdag 6 augustus een rit die past binnen de korte, maar al rijke geschiedenis van de moderne Tour de France Femmes. De wedstrijd keerde in 2022 terug op de kalender, na eerdere vrouwenrondes onder verschillende namen tussen 1984 en 2009 en de eendagswedstrijd La Course van 2014 tot en met 2021.

 

Foto A.S.O.

Ook het nummer zes heeft inmiddels een plaats in de recente geschiedenis. In 2024 won Cédrine Kerbaol, de Franse allroundster van EF Education-Oatly, de zesde etappe na een aanval over de laatste klim. In de afdaling bouwde ze haar voorsprong uit tot ongeveer een halve minuut. Kerbaol werd daarmee de eerste Franse ritwinnares sinds de herstart van de Tour de France Femmes. Een jaar later leverde de zesde rit opnieuw een Franse solo op, ditmaal van Maeva Squiban in Ambert.

De route van 2026 volgt een vergelijkbaar patroon: een laatste klim op enige afstand van de streep en daarna een lange afzink. Bovendien ligt de rit ingeklemd tussen de heuvels van etappe 5 en de aankomst op de Mont Ventoux. Klassementsploegen moeten dus kiezen hoeveel krachten ze al willen besteden voordat de zwaarste klim van deze Tour begint.

Zes beklimmingen en veertig kilometer bergaf

De route gaat over 153,4 kilometer, van Montbrison naar Tournon-sur-Rhône. De rensters gaan om 13.35 uur van start voor een dag met 2.581 hoogtemeters. De aankomst staat gepland rond 17.41 uur.

Na ongeveer dertien vlakke kilometers begint de Côte de Périgneux, 1,4 kilometer aan 6,2 procent. Vrijwel direct daarna volgt de Côte de la Prunerie, waarna ook de Côte d’Aurec en de korte Côte de Praneuf in de eerste 68 kilometer liggen. Die opeenvolging maakt de openingsfase lastig te controleren. Een grote vlucht kan al vroeg ontstaan, terwijl pure sprintsters moeite zullen hebben om aansluiting te houden.

Bij Flaminges, na 63,5 kilometer, ligt de tussensprint. De weg blijft daarna mooi oplopen tot het hoogste punt van de dag op ongeveer 1.148 meter. Vervolgens trekt de koers de Ardèche in, waar bijna 70 kilometer van deze etappe wordt afgewerkt.

De Col de Lalouvesc is de langste gecategoriseerde klim. Vanuit Lalouvesc stijgt de weg met een lengte van 8,6 kilometer en een gemiddeld stijgingspercentage van 5 procent, met de top op 47,8 kilometer van de finish. Dat gemiddelde oogt niet extreem, maar de opeenstapeling van hoogtemeters en het nerveuze parcours kunnen hier voor een flinke selectie zorgen. Boven liggen vijf punten voor de bergtrui klaar.

Daarna volgt een afdaling van ongeveer 28 kilometer, onderbroken door een stuk vals plat. In de Doux-vallei begint de laatste hindernis, de Côte de Boucieu-le-Roi. Deze klim meet ongeveer 3,8 kilometer aan 5,7 procent en eindigt op 15,9 kilometer van de streep. Wie daar een gat slaat, krijgt nauwelijks nog vlakke weg voor de wielen.

Op 9,2 kilometer van de finish ligt bij Saint-Barthélemy-le-Plain nog een bonisprint met zes, vier en twee seconden. Aan de aankomst zijn nog eens tien, zes en vier seconden te verdienen. Ongeveer veertig van de laatste vijftig kilometer lopen bergaf. Dit is belangrijk voor het koersverloop.

Kerbaol of toch de klassementsfavorieten

Cédrine Kerbaol staat bovenaan de lijst met ritfavorieten. Haar zege in 2024 kwam tot stand volgens bijna hetzelfde tactische patroon dat donderdag kansrijk lijkt: versnellen rond de laatste top en daarna in de afdaling doorrijden. De smalle wegen in de Ardèche kunnen een achtervolging bovendien ontregelen. Kan Kerbaol nog eens toeslaan?

De vroege vlucht krijgt een serieuze kans. De eerste vier klimmetjes bieden voldoende mogelijkheden om weg te rijden, terwijl de Mont Ventoux van een dag later de klassementsploegen tot terughoudendheid kan bewegen. De ideale vluchter kan lang klimmen, stuurt overtuigend bergaf en beschikt na 140 kilometer nog over een versnelling.

Als het peloton de kopgroep binnen bereik houdt, komen de kanshebbers voor de eindzege in beeld. Demi VolleringKasia NiewiadomaPauline Ferrand-Prévot en Anna van der Breggen. Maar ook Paula Blasi kan voordeel hebben bij een zware, tactische finale.

De stand na de tijdrit en etappe 5 bepaalt hoeveel vrijheid zij krijgen. Een achterstand kan aanleiding zijn om al op de Col de Lalouvesc aan te vallen. Voor een renster die dicht bij het geel staat, kunnen de bonificaties juist voldoende reden zijn om de vlucht terug te halen.

Bij een hergroepering krijgen andere, meer klassieke rensters een kans. Dan komen Marianne Vos en Lotte Kopecky in beeld, als zij de laatste klim overleven.

Een massasprint ligt niet voor de hand. De laatste kans om op de klim verschil te maken ligt op de Côte de Boucieu-le-Roi, maar ook de afdaling kan beslissend zijn. Een kleine voorsprong kan in de afdaling standhouden tot Tournon-sur-Rhône.

Lees ook van HetisKoers!

TDFF 2026: Bosbranden bedreigen koninginnenrit etappe 7 naar Mont Ventoux

Koersverhalen

Tour de France Femmes etappe 7: de Ventoux waar iedereen naar uitkijkt

Koersverhalen