Foto A.S.O./Pauline Ballet
Tour de France Femmes 2026 etappe 3: de Jura selecteert op weg naar Poligny
De Col de la Faucille zet vanuit de start het peloton onde rdruk, maar een vlakke finale houdt ook de optie open voor een sprint. Aanvallers, klassementsrensters en sterke sprintsters krijgen op papier vooraf allemaal een kans.
Op maandag 3 augustus steekt de Tour de France Femmes, de negen dagen lange rittenkoers, na de Zwitserse Grand Départ de Franse grens over. De derde etappe voert van Genève naar Poligny en is daarmee de eerste Franse afspraak van deze editie. De wedstrijd beleeft sinds de herlancering in 2022 haar vijfde jaargang. Annemiek van Vleuten, winnares van de eerste moderne editie, werd opgevolgd door Demi Vollering, Kasia Niewiadoma en Pauline Ferrand-Prévot. Die laatste bezorgde Frankrijk in 2025 zijn eerste eindzege in de moderne Tour de France Femmes, terwijl Lorena Wiebes het puntenklassement won. De route telt dit jaar 1.175 kilometer, een record voor de moderne wedstrijd, verdeeld over drie vlakke en drie heuvelritten, twee bergetappes en een individuele tijdrit van 21 kilometer.
De oversteek door de Jura sluit aan bij een langere Tourgeschiedenis. De Col de la Faucille verscheen al 41 keer in de mannenwedstrijd en Genève ontving de Tour de France voor het laatst in 1990. Voor Poligny is de aankomst nieuw: de plaats die als hoofdstad van de Comté bekendstaat, ontvangt de Tour de France Femmes voor het eerst. De Jura vormde in 2024 al het decor voor de rit van Champagnole naar Le Grand-Bornand. Ditmaal eindigt de etappe in de streek. De heuvels bepalen wie met winstkansen aan de rechte slotkilometers begint.
Foto A.S.O.Etappe
Over 156,5 kilometer verzamelt het peloton ongeveer 2.500 hoogtemeters. Na amper vier kilometer steken de rensters de grens over, waarna de weg door de Jura vrijwel voortdurend omhoogloopt naar de Col de la Faucille. Dit is de zwaarste klim van de dag met 11,4 kilometer in lengte en een gemiddelde van 6,3 procent.
Zo vroeg in de koers hoeft daar nog geen beslissende demarrage van een klassementskopvrouw te komen, maar de klim kan het peloton wel breken en eventueel de sterke sprinters snel isoleren. Kort na de Faucille volgt de Côte de Lajoux, 3,6 kilometer aan 5,6 procent. Binnen de eerste 40 tot 50 kilometer is daarmee een groot deel van het klimwerk achter de rug, een ideale zone voor sterke vluchters om hun slag te slaan. Vervolgens duikt het parcours over een afdaling van ongeveer 32 kilometer richting Morbier. De Col de la Savine, 5,6 kilometer aan 5,1 procent, brengt opnieuw een flink stuk klimwerk, al ligt de top met circa 84 kilometer te gaan nog ver van Poligny. De laatste gecategoriseerde hindernis is de Côte de Chaux-Champagny: 1,8 kilometer aan 6,4 procent, op ongeveer 25 kilometer van de meet.
Daar kunnen aanvalsters hun laatste poging wagen en kunnen klassementsrensters elkaar testen met het oog op de bonificaties die kort daarna te verdienen zijn. Na de klim vlakt het parcours geleidelijk af. De laatste 15,5 kilometer zijn vlak en de slotstrook van twee kilometer is vrijwel kaarsrecht. Een kleine kopgroep is daar goed zichtbaar. Als de achtervolging na Chaux-Champagny snel wordt georganiseerd, kan een uitgedund peloton in de lange zichtlijn naar Poligny alsnog terugkeren.
Favorieten
De eerste 50 kilometer bepalen welke rensters voor de dagzege kunnen meedoen. Demi Vollering, de Nederlandse Tourwinnares van 2023, en Elisa Longo Borghini, de Italiaanse klassementsrenster van UAE Team ADQ, kunnen op de Faucille de koers hard maken. Een vroege aanval van de klassementsvrouwen ligt minder voor de hand door de lange weg na de Savine, maar een hoog tempo kan in ieder geval het peloton uiteen slaan.
Ook titelverdedigster Pauline Ferrand-Prévot, de Franse kopvrouw van Team Visma | Lease a Bike Women, is wat dat betreft een goede naam om op te schrijven. Hetzelfde geldt voor de Zwitserse Marlen Reusser, ‘good old’ Anna van der Breggen en Paula Blasi. Voor de ritzege komen de sterke afmaaksters nadrukkelijker in beeld.
Lotte Kopecky, de Belgische allrounder, heeft tijdens het WK in Zurich laten zien dat ze een parcours als dit óók aankan. Marianne Vos, de Nederlandse veterane, beschikt over hetzelfde bruikbare mengsel van klimvastheid en sprint. Aanvallers als Puck Pieterse, Liane Lippert, Cédrine Kerbaol en Kristen Faulkner kunnen de Côte de Chaux-Champagny gebruiken als springplank, zeker wanneer de klassementsploegen naar elkaar kijken.
Mocht het niet hard genoeg gaan en de sprintploegen zich toch nog kunnen formeren, dan is Lorena Wiebes, van Team SD Worx-Protime, een logische favoriete. Haar vermogen om lastige heuvelritten te overleven maakt dit parcours minder ongunstig dan de 2.500 hoogtemeters doen vermoeden. De klimtrein moet haar wel over de Faucille en Lajoux loodsen zonder te veel krachten en helpers te verliezen. Lukt dat, dan biedt het parcours nog kansen. Elisa Balsamo, de Italiaanse sprintster, is in dat scenario haar voornaamste rivale, terwijl Vos en Kopecky gevaarlijker worden naarmate de groep kleiner is. Het is een rechte aankomst dus dat is fijn voor een sprint.
De kans dat het een sprint wordt? Kleiner dan 50%.