Toen er een paar weken geleden op radio 1 werd bericht over de nominaties voor de Nico Scheepmaker Beker (Beste sportboek van het jaar) en Briek! van Herman Chevrolet voorbijkwam, schrok ik een beetje.

Hmm, dat boek heb ik sinds eind vorig jaar gesigneerd en al in de kast liggen. Ik was er aan begonnen maar vond het blijkbaar niet pakkend genoeg. Waarom, vroeg ik mij nu af over deze genomineerde.

Van Chevrolet las ik eerder ‘De kunst van het winnen’ (vond ik geen absolute hoogvlieger, Chevrolet had het over dit onderwerp denk ik bij zijn artikel in De Muur moeten laten) en het fantastische ‘Het feest van list en bedrog’.

Ik pakte ‘Briek! De laatste flandrien’ weer op, en herpakte me. ‘Briek!’ is het rauwe verhaal over de West-Vlaamse wielrenner Briek Schotte (1919-2004). Over een boerenzoon die voorbestemd leek om op het land te wonen en zijn vader op te volgen. Maar dat wilde Briek niet. Niet per se omdat hij het zware werk op het land verafschuwde of omdat hij de door zijn moeder gemaakte Tatjespap (karnemelkpap met aardappelen) zat was.

Nee, Briek wilde fietsen. En dat kon hij ook. Hard en zo zag het er ook uit. Dat wil zeggen: hij stoempte hoekig naar zeges. Mollema avant la lettre.

Twee wereldtitels op de weg en tweemaal de Ronde van Vlaanderen zijn zo’n beetje de grootste wapenfeiten van Briek die tot zijn veertigste koerst en erna in de ploegleiderswagen geraakt. Daar speelt de dienstbare en bescheiden Briek meestal de tweede viool.

‘Briek!’ is geen biografie. Nou ja, geen biografie zoals je verwacht. Geen erelijst achterin het boek, geen foto’s van de renner. Het is eerder een historische roman met onder andere prachtige gedetailleerde beschrijvingen van het leven op het West-Vlaamse boerenland tussen de twee wereldoorlogen.

Klopt het allemaal wel wat Chevrolet schrijft, vraag ik mij tijdens het lezen herhaaldelijk en een tikje onrustig af. Moet ik mij dat afvragen, is echter de vraag die daarop volgt. ‘Briek!’ is een sterk boek en leest, na mijn wat stroeve start, goed weg. Was het niet Chrevolet die ooit zei dat wielrennen een literair genre is?

Jos van Nierop