Finish op de Champs-Élysées: vijf leuke dingen om te weten over de laatste etappe in de Tour
België won een op de vijf Touraankomsten op de Champs-Élysées. Montmartre verandert het vertrouwde sprintspel, maar de Belgische voorsprong in Parijs staat steviger dan ooit.
Zondag 26 juli draait het peloton opnieuw de Champs-Élysées op, maar de traditionele massasprint is niet langer vanzelfsprekend. Na de uitwijking naar Nice in 2024 voor de Spelen en de introductie van Montmartre in 2025 krijgt ook de finale van 2026 drie passages over de Parijse heuvel. Alles met dank aan de Olympische Spelen.
Wie één nationaliteit moet kiezen, komt op basis van de historie bij België uit. Belgen wonnen tien van de eerste vijftig Touraankomsten op de Champs-Élysées. De eerste winnaar was Belg, de voorlopig laatste ook.
1. België won dertien keer in Parijs
Op de Champs-Élysées begon het in 1975 met Walter Godefroot, de Belgische sprinter die de eerste Tourfinish op de avenue won. Die openingseditie was nog een rit van 163,5 kilometer over 25 ronden door Parijs.
Daarna volgden Belgische zeges van Freddy Maertens in de eerste halve rit van 1976 en opnieuw in 1981, Pol Verschuere in 1980, Eric Vanderaerden in 1984 en Rudy Matthijs in 1985. Later vulden Johan Museeuw, Tom Boonen en Gert Steegmans het nationale palmares aan. Om niet te vergeten dat Jordi Meeus, Jasper Philipsen en Tom Steels ook zegevierden

In 2025 bracht Wout van Aert, de veelzijdige Vlaamse klassiekerrenner, de Belgische teller op dertien zeges. Hij viel aan tijdens de laatste beklimming van Montmartre en bleef voorop tot de Champs-Élysées. Daarmee staan de Belgen ruim boven Frankrijk en Italië, die ieder vijf keer wonnen. Groot-Brittannië volgt met vier zeges.
België won dus twintig procent van alle Champs-Élysées-aankomsten tot en met 2025. Op gepaste afstand gevolgd door Frankrijk, met vijf zeges. Nederland kende vier winnaars op de ‘Champs’. Gerben Karstens (1976), Gerrie Knetemann (1978), Jean-Paul van Poppel (1988) en als laatste was daar Dylan Groenewegen (2017). Nederland heeft goede kans om met Mathieu Van der Poel een vijfde zege op de Champs binnen te halen.

2. Mark Cavendish blijft de individuele koning
Geen renner won vaker op de Champs-Élysées dan Mark Cavendish, de Manxman die tussen 2009 en 2012 vier keer achter elkaar toesloeg. In 2011 deed hij dat in het groen, een jaar later in de regenboogtrui.
Cavendish staat ook bovenaan in het klassement van meeste Tourritzeges. Zijn 35 overwinningen kwamen tussen Châteauroux in 2008 en Saint-Vulbas in 2024. Eddy Merckx bleef steken op 34.
Achter Cavendish delen vier renners de tweede plaats in Parijs. Bernard Hinault, Djamolidine Abdoujaparov, Robbie McEwen en Marcel Kittel wonnen ieder twee keer. Cavendish is daarmee verantwoordelijk voor alle vier Britse overwinningen, terwijl de Belgische tien over negen verschillende renners zijn verdeeld.

3. De massasprint bepaalde de traditie
Het klassieke recept bestond uit champagne onderweg, rondjes door het centrum en daarna een nerveuze lead-out over de deels beklinkerde avenue. Vluchters kregen weinig ruimte. Tot en met 2025 hield een ontsnapping slechts zeven keer stand.
Dat verklaart het type renner op de erelijst. Abdoujaparov, McEwen en Kittel waren pure sprinters. Ook winnaars als Maertens, Vanderaerden, Boonen en Steegmans beschikten over de snelheid en positionering voor een chaotische laatste kilometer.
De groene trui bood weinig garantie: de drie succesvolste winnaars van het puntenklassement, Peter Sagan, Erik Zabel en Sean Kelly, wonnen nooit op de Champs-Élysées. Slechts zes keer zegevierde de leider van het puntenklassement: Maertens deed dat tweemaal, Abdoujaparov, McEwen, Cavendish en Sam Bennett ieder eenmaal.
4. Hinault en LeMond doorbreken het sprintersbal
Bernard Hinault, de vijfvoudige Tourwinnaar, bewees dat Parijs niet uitsluitend voor sprinters was. In 1979 begon Joop Zoetemelk de slotrit met een achterstand van 3.07 en trok hij ten aanval. Hinault reageerde en won vervolgens de rit. In 1982 zegevierde hij opnieuw. Hij is de enige renner die twee keer in het geel op de Champs-Élysées won.
De grootste afwijking kwam in 1989, toen de slotrit een individuele tijdrit van Versailles naar Parijs was. Greg LeMond, de Amerikaanse klassementsrenner en tijdrijder, begon met vijftig seconden achterstand op Laurent Fignon. LeMond reed 58 seconden sneller en won de Tour met acht seconden verschil. Het bleef de enige tijdritfinish op de Champs-Élysées.
Ook Eddy Seigneur en de Amerikaan Jeff Pierce zijn bekende aanvallers die de sprinters te snel af zijn.
Die uitzonderingen veranderen de hoofdregel niet. Op het traditionele parcours won vrijwel altijd een sprinter, met een enkele geslaagde vlucht ertussen. Oo
5. Met Montmartre wordt alles anders
De slotrit van 2026 voert over 132,5 kilometer van Thoiry naar Parijs. De Côte de la Butte Montmartre wordt drie keer beklommen. Na de laatste passage bij Sacré-Cœur resteert ongeveer vijftien kilometer tot de finish.
Volgens de Tourorganisatie is die afstand lang genoeg om de sterkste sprinters terug in de koers te brengen. De editie van 2025 liet de andere mogelijkheid zien: Van Aert plaatste zijn beslissende aanval op de klim en voorkwam dat de snelle mannen zich nog konden organiseren.
Een Belgische keuze rust zondag daarom op twee argumenten. Geen land won vaker op de Champs-Élysées, terwijl het vernieuwde parcours beter past bij veelzijdige renners dan bij de zware pure sprinter. De klassieke avenue blijft de aankomst, maar Montmartre bepaalt inmiddels wie daar nog om de zege kan sprinten.