Foto Sirotti

Wielercultuur

Terug in de tijd 20 juli 2006: en de monsterontsnapping van Floyd Landis

Een dag na zijn totale inzinking rijdt Floyd Landis bijna 130 kilometer alleen door de Alpen. Zijn wederopstanding lijkt de Tour te redden, tot een positieve dopingtest de rit verandert in het symbool van een besmet tijdperk.

Het is 20 juli 2006 als Floyd Landis, de dertigjarige Amerikaanse kopman van Phonak Hearing Systems, op de Col des Saisies zijn ploeg naar de kop stuurt. Voor hem liggen nog bijna 130 kilometer, vier zware beklimmingen en een Tour die hij de vorige middag heeft weggegooid. De opdracht aan zijn ploegmaats is eenvoudig: zo hard rijden dat niemand wil volgen.

Daarna gaat Landis alleen.

Wat volgt, lijkt eerst een van de grote wederopstandingen uit de Tourgeschiedenis. De Amerikaan wint in Morzine na 200,5 kilometer koers en klimt van de elfde naar de derde plaats in het klassement. Een week later blijkt zijn urine synthetisch testosteron te bevatten. De ritzege en zijn eindoverwinning worden geschrapt.

Twintig jaar later bestaat de zeventiende etappe van de Tour van 2006 daardoor in twee versies. Er is de officiële uitslag, die Carlos Sastre als winnaar weergeeft. Wie de koers rechtstreeks zag, herinnert zich Landis, de bidons over zijn hoofd en de almaar groter wordende voorsprong.

Een Tour zonder vaste eigenaar

De Tour van 2006 was al beschadigd voordat het peloton vertrok. Ivan Basso, Jan Ullrich, Francisco Mancebo en Óscar Sevilla mochten niet starten vanwege hun vermeende betrokkenheid bij Operación Puerto. Astana-Würth hield te weinig inzetbare renners over, waardoor ook Alexander Vinokourov ontbrak.

De uitsluitingen haalden de voornaamste favorieten uit de wedstrijd. Lance Armstrong was gestopt en de Tour begon zonder de beste vijf renners uit de eindstand van 2005. De Puerto-affaire maakte tegelijk duidelijk dat de georganiseerde dopingpraktijken uit het EPO-tijdperk niet met de Festina-affaire van 1998 waren verdwenen.

In dat open klassement wisselden Landis en Óscar Pereiro, de Spaanse kopman van Caisse d’Épargne, het geel uit. Pereiro had in de dertiende etappe bijna een halfuur cadeau gekregen in een lange vlucht. Landis pakte de trui terug op Alpe d’Huez, met slechts tien seconden voorsprong.

Een dag later brak hij op La Toussuire. Landis verloor meer dan acht minuten, zakte buiten de top tien en leek uitgeschakeld. Na de rit dronk hij een biertje. Tijdens zijn persconferentie na Morzine zei hij: “Ik dronk een biertje om de dag te vergeten.”

De volgende ochtend las hij in Le Dauphiné een kop die hem afschreef. “Er stond dat Landis uitgeschakeld was. Dat maakte me kwaad, want ik mag dan achterstaan, maar ik ben niet uitgeschakeld.”

Phonak zet alles op de eerste klim

Landis en ploegleider John Lelangue zagen geen ruimte voor een beheerste hersteloperatie. Zes minuten terugpakken op de slotklim was onmogelijk en wachten op de tijdrit betekende dat zijn rivalen de koers konden controleren.

“De enige kans om de Tour te winnen was vanaf het begin te gaan,” zei Landis. “Niemand pakt zes minuten op de laatste klim. Daarvoor is die niet lang genoeg.”

Phonak trok op de Col des Saisies het peloton uiteen. Toen de weg verder omhoog liep, versnelde Landis. De klassementsrenners lieten hem aanvankelijk rijden. Een solo vanaf de eerste klim, daags na een complete inzinking, leek eerder wanhoop dan tactiek.

Voorin reed een vlucht van elf man. Landis haalde de overgebleven aanvallers een voor een terug. Patrice Halgand en Patrik Sinkewitz bleven korte tijd in zijn buurt, maar de Amerikaan zette zijn raid vrijwel zonder hulp voort.

Aan de top van de Saisies bedroeg zijn voorsprong ongeveer drie minuten. Op de Aravis werden dat er vier. Richting de Colombière liep het verschil verder op en op een bepaald moment reed Landis 8:33 voor Pereiro’s groep. Daarmee had hij de 8:08 van La Toussuire volledig uitgewist en was hij virtueel opnieuw drager van het geel.

“Ik koos gewoon een tempo waarvan ik wist dat niemand het wilde rijden,” zei Landis. Over het risico was hij even duidelijk: “Het zou er heel dom hebben uitgezien als het niet had gewerkt.”

De achtervolgers wachten te lang

Caisse d’Épargne moest aanvankelijk vrijwel alleen achtervolgen. De andere ploegen hadden eigen belangen en niemand wilde zijn kopman opofferen om Pereiro te redden. Tegen de tijd dat Team CSC de jacht organiseerde, bedroeg de achterstand al meer dan acht minuten.

Sastre viel aan op de Col de Joux-Plane, de zwaarste scherprechter van de dag en de klassieke klim en afdaling richting Morzine. Verder naar achter probeerden Christophe Moreau en Cadel Evans het verschil te beperken. Landis bleef intussen een groot verzet ronddraaien, nam voortdurend bidons aan en koelde zijn lichaam met water.

Op de top van de Joux-Plane had hij 5:02 op Sastre. Moreau volgde op 5:59, terwijl de groep-Pereiro 6:52 moest toegeven. Zelfs in de afzink naar Morzine kwam de zege niet meer in gevaar.

Na 5 uur, 23 minuten en 36 seconden sloeg Landis op de finish met zijn vuist door de lucht. Sastre arriveerde 5:42 later. Moreau verloor 5:58. Pereiro hield het geel, maar Landis stond ineens derde op slechts dertig seconden. De beelden van de solo maakten de ommekeer zichtbaar.

Landis op het podium
Sirotti

Tourdirecteur Jean-Marie Leblanc noemde het “de beste prestatie in de moderne geschiedenis van de Tour”. De vergelijking met Charly Gaul lag voor de hand. De Luxemburger had zich in 1958 met een lange Alpenaanval terug in het klassement gereden en daarna de Tour gewonnen.

Positieve test

Twee dagen na Morzine reed Landis een sterke tijdrit. In Parijs werd hij gehuldigd als eindwinnaar, 59 seconden voor Pereiro. Het verhaal bevatte alles wat de Tour graag zag: een verslagen kopman, een aanval van ver en een onverwachte terugkeer in het geel.

Op 27 juli maakte Phonak bekend dat Landis positief had getest na de rit naar Morzine. Zijn verhouding tussen testosteron en epitestosteron bedroeg volgens zijn arts 11 tegen 1, bij een toen toegestane grens van 4 tegen 1. Aanvullend onderzoek wees op synthetisch testosteron.

Landis ontkende en verwees onder meer naar bier en een glas Jack Daniel’s na zijn inzinking. Zijn verdediging richtte zich vervolgens op fouten bij het Franse laboratorium en de behandeling van de stalen. Een arbitragepanel bevond hem in september 2007 met twee stemmen tegen één schuldig. Ook het internationale sporttribunaal CAS wees zijn beroep af.

Landis verloor zijn ritzege en werd de eerste Tourwinnaar van wie de eindoverwinning wegens een dopingzaak werd afgenomen. Pereiro kreeg de gele trui officieel toegewezen. Sastre werd winnaar van de zeventiende etappe, ruim een jaar nadat hij in Morzine als tweede over de streep was gekomen.

De bredere impact

Vier jaar lang hield Landis zijn onschuld vol. Hij voerde kostbare procedures en publiceerde een boek waarin hij zijn versie verdedigde. In mei 2010 keerde hij terug op die ontkenningen. Hij gaf toe dat hij van 2002 tot en met 2006 doping had gebruikt.

Daarmee kreeg de rit naar Morzine een bredere betekenis. Landis had vóór Phonak voor U.S. Postal Service gereden en beschuldigde Armstrong en andere voormalige ploeggenoten van georganiseerde doping. Zijn verklaringen en e-mails werden later onderdeel van het materiaal in de zaak tegen Armstrong. USADA schrapte in 2012 Armstrongs zeven Tourzeges.

De dopingcultuur van die jaren was al zichtbaar door Festina en Operación Puerto. Die affaires hadden laten zien hoe diep het probleem zat. Landis leverde wel een directe verbinding tussen een positieve test in de Tour en de praktijken binnen de ploeg die de wedstrijd van 1999 tot en met 2005 had beheerst.

Op 20 juli 2006 won Landis een van de langste en meest opvallende bergritten van zijn generatie. Het bleek achteraf allemaal een leugen.

Lees ook van Sander Kolsloot

Terug in de tijd 20 juli 2006: en de monsterontsnapping van Floyd Landis

Wielercultuur

Tourgeschiedenis: 19 juli 2019 – de horrorblessure van Van Aert en ‘super-JuJu’.

Wielercultuur