De meest memorabele Nederlandse Vuelta-prestaties: René Pijnen (#8)
Tijdens de Vuelta blikt HetisKoers.nl dagelijks terug op de meest memorabele prestaties van Nederlandse renners in eerdere edities van de ronde. Volkomen subjectief en arbitrair tellen we een top 25 af. Op de achtste plaats staat de landgenoot die het vaakst in de toen nog amarillo gekleurde leiderstrui reed. René Pijnen droeg het tricot in totaal zeventien dagen.
De Vuelta krijgt aan het begin van de jaren ’70 weinig aandacht buiten de Spaanse landsgrenzen. Beelden worden nauwelijks uitgezonden en de naam van een etappewinnaar klinkt hoogstens in een kort zinnetje tijdens een sportjournaal, of staat in de Nederlandse ochtendkranten in een minuscuul artikeltje. De eindoverwinning van Jan Janssen in de Vuelta van 1967 verandert daar niets aan. Het maakt de Spaanse ronde jarenlang een ondergeschoven kindje. Dat de Vuelta dan nog in het voorjaar verreden wordt, waardoor de rittenkoers concurreert met de klassiekers en er daardoor vooral renners uit het thuisland aan de start staan, helpt vanzelfsprekend niet mee om de populariteit buiten Spanje te vergroten. De landgenoot die tot op heden het vaakst de leiderstrui heeft mogen aantrekken had dan ook net zo goed in een lijst met de meest vergeten Vuelta-prestaties kunnen staan. Dat René Pijnen drie edities op rij het dan nog amarillo gekleurde tricot weet te bemachtigen, gaat aan nagenoeg heel Nederland voorbij. De Brabander, die toevallig afgelopen week zijn verjaardag mocht vieren – op 3 september werd René 80, nog gefeliciteerd! – staat vooral bekend als onovertroffen Zesdaagse-koning, maar in de Vuelta is Pijnen aan het begin van de jaren ’70 net zo succesvol en mag zich in totaal zeventien dagen klassementsleider noemen.
Ijzersterke proloog
Het is vooral te danken aan een specialiteit die Pijnen, naast eindeloos rondjes draaien op de piste, ook tot in de puntjes beheerst. Een ijzersterke proloog rijden. Die kwaliteit bezorgt hem in zijn eerste Vuelta-kilometers al bijna direct het amarillo. Namens de Willem II-ploeg noteert Pijnen op de openingsdag van de ronde van 1970 net niet de snelste tijd. Als de klok wordt stopgezet blijkt Luis Ocaña de zes kilometer lange tijdrit vier tienden van een seconde sneller te hebben afgeraffeld. Pijnen zou de proloog met gemak hebben gewonnen als zijn fiets in de laatste meters op de sintelbaan in Cadiz niet was weg geslipt. De volgende dag neemt de Nederlander de leiding in het klassement alsnog van Ocaña over. De koersdirectie wil de Spanjaard na de door de Belg Eddy Peelman gewonnen etappe opnieuw het amarillo geven, maar Willem II-ploegleider Ton Vissers voert met succes aan dat de rituitslagen van Pijnen (tweede en negende) beter zijn dan die van Ocaña (eerste en 47ste). Acht dagen lang, met tussendoor een onderbreking van een dag doordat Domingo Perurena de leiderstrui kortstondig afpikt van Pijnen, voert de Nederlander het klassement aan. Pas als de bergen opdoemen zakt de uitgesproken niet-klimmer steeds verder naar achteren, al zal hij uiteindelijk in Madrid op een niet onverdienstelijke twintigste plaats eindigen.
Opnieuw de proloog
Een jaar later revancheert Pijnen zich voor de nipte nederlaag tegen Ocaña op de openingsdag. Nu is Alméria het decor en klopt de Brabander, die inmiddels een ploeggenoot van de Spanjaard is bij BIC, in de 4,2 kilometer lange proloog alles en iedereen. Het amarillo is voor hem. Opnieuw draagt Pijnen het tricot acht dagen en – déjà vu! – wederom snoept Perurena het tussentijds voor een dagje van hem af. Nadat de Nederlander in de vierde etappe door de Spanjaard is onttroond stelt hij de volgende dag direct orde op zaken. Pijnen klopt in vakantieoord Salou twee medevluchters, wint de etappe en krijgt de leiderstrui terug. Winnen zal hij op de slotdag nogmaals doen. De parcoursbouwers hebben na het defilé in Madrid nog een korte tijdrit van vijf kilometer uitgetekend, zodat het massaal op de Vuelta afgekomen Spaanse publiek de renners nog een laatste keer kan zien passeren. De chronorace is voor Pijnen een niet te missen kans, die hij probleemloos benut. Datzelfde kan worden gezegd over de proloog van een jaar later. Ook in 1972 is de latere Zesdaagse-koning afgetekend de beste op de openingsdag. Ditmaal moet hij het amarillo na een dag al afstaan en slaagt hij er niet meer in de trui te heroveren. Pijnen zal in die ronde buiten de tijdslimiet binnen komen en nooit meer in de Vuelta terugkeren.
Liever op de baan
Jaren later, het is inmiddels 2009, laat de Nederlands recordhouder als het gaat om de klassementsleiding in de Vuelta weten bepaald geen fan van de ronde te zijn geweest. Eigenlijk sowieso niet van het wegwielrennen in het algemeen. Pijnen rijdt zijn hele carrière lang veel liever op de baan en gebruikt zijn succes in Spanje vooral om een hoger startgeld te kunnen vragen in criteriums en op de piste. In hetzelfde interview met Wieler Revue doet hij ook zijn vaste routine voor een proloog uit de doeken. Hij eet niets in de uren voor de start, tot grote frustratie van BIC-ploegleider Maurice De Muer, en het warm rijden doet Pijnen het liefst op het parcours als er al andere renners aan hun proloog bezig zijn. Door vlak achter hen te fietsen kan de specialist goed zien hoe hij de bochten moet aansnijden en wordt hij gedwongen alvast een paar keer een flinke inspanning te leveren. Het zorgt ervoor dat hij altijd messcherp aan de start staat. ‘Bij het vertrek was het dan net of ik afgeschoten werd’, zegt hij tegen Wieler Revue. De raket lanceerde zichzelf op die manier naar een nog niet door een andere Nederlander overtroffen aantal leiderstruien in de Vuelta.
