Foto Loua van Loon
Vermogenspaspoort: zeven ploegen delen data met ITA, maar het peloton is verdeeld
De ITA verzamelt historische prestatiedata van ruim zestig renners voor een haalbaarheidsstudie naar het ‘vermogenspaspoort’. Zeven teams doen vrijwillig mee, maar de rennersunie CPA en invloedrijke makelaars verzetten zich.
Ergens op de servers van de University of Kent krijgen duizenden oude koers- en trainingsbestanden een tweede leven. De International Testing Agency (ITA) is in april 2026 begonnen met het binnenhalen van historische vermogensdata van ruim zestig profrenners, als onderdeel van een haalbaarheidsstudie van een jaar naar wat in de wandelgangen het ‘vermogenspaspoort’ heet.
Het idee: prestatiecurves over langere tijd in kaart brengen om antidopingcontroles gerichter in te zetten. Niet als sanctie-instrument, benadrukt de ITA, maar als hulpmiddel bij het opsporen van afwijkende patronen. Zeven ploegen hebben zich vrijwillig gemeld: Visma-Lease a Bike, Decathlon-CMA CGM, Picnic-PostNL, Jayco-AlUla, Cofidis, Uno X-Mobility en Tudor. Alle betrokken renners hebben toestemming gegeven. Maar het project stuit op weerstand van de rennersunie CPA en invloedrijke makelaars als Alex Carera, die de belangen van onder anderen Tadej Pogačar behartigt.
Wat de ITA wil meten
Het vermogenspaspoort is verwant aan het biologisch paspoort, dat bloedwaarden volgt, maar richt zich op prestaties in plaats van fysiologie. Olivier Banuls, hoofd controles bij de ITA, zei tegen L’Équipe: “Dit wordt niet gebruikt om sancties op te leggen. Het is uitsluitend een instrument voor het richten van controles.”
James Hopker, professor aan de University of Kent en verantwoordelijk voor de wetenschappelijke kant, werkt al met wat hij omschrijft als 64.000 bestanden van één enkele ploeg. Zijn team zoekt niet zozeer naar extreme pieken in vermogen, maar naar patronen in herhaalde inspanningen over tijd, gecorrigeerd voor profiel, rol en leeftijd van de renner. De verwachting is dat koersdata uiteindelijk waardevoller zullen zijn dan trainingsdata, omdat omstandigheden als temperatuur, hoogte en materiaal bij wedstrijden beter gedocumenteerd zijn.
Het concept is niet nieuw. Al in 2012 opperde de WADA het idee. In 2016 bracht toenmalig Sky-teambaas het opnieuw ter sprake, en in september 2024 werd een wetenschappelijk artikel van vijftien experts gepubliceerd met technische voorbehouden. Pas met een budgetverhoging van 35 procent voor het antidopingprogramma in het wielrennen kon de ITA in juni 2025 de haalbaarheidsstudie officieel lanceren.
Tegengeluid
De oppositie is concreet. Adam Hansen, voorzitter van de CPA, zei “honderd procent tegen” te zijn. Zijn bezwaren: vermogensdata worden beïnvloed door tactiek, vermoeidheid, materiaal en hoogte, waardoor interpretatie onbetrouwbaar wordt. En wat als een renner geen bestand kan inleveren door een defect apparaat of een mislukte upload?
Carera richtte zijn pijlen op de vertrouwelijkheid van trainingsmethodes. Ploegen beschouwen hun aanpak als bedrijfsgeheim. Hopker pareert dat de ITA niet geïnteresseerd zou zijn in de inhoud van trainingen, maar in de vraag of wat de data tonen “verklaarbaar” is.
Ook binnen het kamp van de voorstanders klinkt frustratie. Frédéric Grappe, directeur performance bij Groupama-FDJ United en jarenlang pleitbezorger van het concept, weigerde mee te doen toen hij voor de Tour de France 2025 werd benaderd. Zijn redenering: zonder verplichte deelname van alle ploegen levert de studie te weinig op. “We verliezen onze tijd,” zei Grappe. “Ze gaan een jaar studie doen en uiteindelijk zullen een paar teams zeggen dat ze niet willen.”
Jean-Baptiste Quiclet, verantwoordelijk voor performance bij Decathlon-CMA CGM, wees op de grenzen van modellering. De moderne koers draait steeds meer om vermoeidheidstolerantie en het herhalen van submaximale inspanningen, zei hij, en dat laat zich lastig vangen in een simpel wattagemodel.
Begin juni moet de ITA verantwoording afleggen aan het financieringscomité van het UCI-antidopingprogramma. Bijeenkomsten later dit jaar bepalen of het project een tweede fase ingaat, waarin live-data worden verzameld en geanalyseerd. Tot die tijd bestuderen de onderzoekers in Kent oude bestanden van renners die hun wattagegeheugen vrijwillig hebben opengelegd, in een sport die al decennia worstelt met de vraag hoeveel waarheid er in een cijfer past.