Foto Sirotti
Tourgeschiedenis: 21 juli 1997, Marco Pantani op de Joux Plane: één aanval tot in Morzine
Een dag na ziekte wachtte Il Pirata op de klim naar de Joux-Plane en de afdaling naar Morzine. Zijn demarrage brak de groep met favorieten in stukken, zijn afdaling was de kers op de taart.
We gaan terug in de tijd. Het is 21 juli 1997 als Marco Pantani, de 27-jarige Italiaanse klimmer van Mercatone Uno, op de smalle Joux Plane zijn kans ziet en ervoor gaat. Hij komt uit het zadel, versnelt en kijkt niet om. Achter hem reageren de gele trui en diens rivalen te laat. Voor hem ligt de kronkelende weg naar de top en dan de gevaarlijke afzink naar Morzine.
De vijftiende etappe van de Tour voert over 208,5 kilometer van Courchevel naar Morzine. De Forclaz, Croix Fry en Colombière hebben de renners al veel energie gekost wanneer de Joux Plane als laatste klim volgt. De klim is ongeveer twaalf kilometer aan ruim 8 procent gemiddeld. De tweede helft is steiler, met lange passages rond 10 procent en nauwelijks gelegenheid om te herstellen. Het is een klim met een top die niet klassiek ‘over de berg’ gaat, maar die een beetje langs de top rijdt, voor een technische afdaling naar het skidorp Morzine.
Pantani begint bovendien met fysiek malheur aan de klim. Hij heeft bronchitis en zijn start was zelfs onzeker. Een dag eerder verloor hij tijd en moest hij zijn derde plaats in het klassement voorlopig afstaan aan Bjarne Riis, de Deense titelverdediger van Telekom. Zijn achterstand op Riis bedraagt slechts 24 seconden, maar de Alpen hebben al veel van hem gevraagd.
Twee dagen eerder was er nog geen spoor van kwetsbaarheid. Op Alpe d’Huez plaatste Pantani één beslissende demarrage en reed hij Jan Ullrich, de 23-jarige Duitse geletruidrager, op 47 seconden. In Morzine volgt hetzelfde recept, maar nu op een grilliger weg en na ziekte.
Telekom trekt het favorietengroepje uiteen
Aan de voet van de Joux Plane blijven elf renners vooraan over. Udo Bölts, de Duitse knecht van Telekom, legt een hard tempo op dat de groep snel uitdunt. Abraham Olano verdwijnt uit beeld, terwijl José María Jiménez en Fernando Escartín met zichtbare moeite standhouden.
Pantani wacht. Hij rijdt niet met de souplesse van Alpe d’Huez en oogt zwaarder in zijn bewegingen. Toch schuift hij telkens naar voren. Ullrich, Riis en Richard Virenque, de Franse kopman van Festina, weten wat er kan gebeuren zodra de Italiaan ruimte krijgt.
Die ruimte komt op het steilste deel van de klim. Pantani vindt zijn moment en hij versnelt. Het commmentaar is helder: ‘Pantani rijdt goed, ziet het gat en twijfelt geen ogenblik.’
Bölts probeert nog op het wiel te komen, maar dat is kansloos. Ullrich reageert, terwijl Virenque, geheel in stijl, aanvankelijk rekent op de achtervolging van anderen. Die aarzeling is genoeg om Pantani uit het zicht te laten verdwijnen.
Eén versnelling beslist de klim
Pantani is een aanvaller, geen klimmer die zijn tegenstanders langzaam uit het wiel rijdt. Zijn kracht ligt in de tempowisseling wanneer iedereen al tegen op de limiet zit. Het is een lust voor het oog om naar de Italiaan te kijken.
De voorsprong groeit naar ongeveer 40 seconden. Met nog een kilometer klimmen bedraagt het verschil circa 50 seconden op Ullrich en Virenque. Festina heeft een groot deel van de etappe gecontroleerd, maar de ploeg ziet haar beoogde ritzege wegrijden. Riis en Escartín volgen verder terug.
Boven op de Joux Plane heeft Pantani ongeveer 55 seconden voorsprong. Na de top volgt eerst een kort oplopend stuk richting de Col de Ranfolly. Dan is het riemen vast en afdalen geblazen.
Wat een afdaling
De weg naar beneden is smal en oneffen. Sommige bochten knijpen op het laatste moment, waardoor een renner zijn lijn tijdens het insturen moet aanpassen. Ullrich daalt voorzichtig, passend bij een leider die een ruime marge in het klassement verdedigt. Virenque neemt meer risico, maar krijgt de Italiaan niet terug in beeld.
Pantani daalt aanvallend, zoals een piraat het schip met de gouden dukaten ziet. Na ongeveer zeven kilometer is zijn voorsprong gegroeid tot 1 minuut en 18 seconden. De achtervolgers verliezen ook in de afdaling tijd.
In Morzine zijn er enkel nog wat technische bochten en een korte stijgende strook. Pantani rijdt alleen door de straten en wint met 1 minuut en 17 seconden voorsprong op Virenque en Ullrich. Het is zijn tweede ritzege van deze Tour. De aanval levert geen gele trui op, want Ullrichs voorsprong blijft voldoende groot, maar Pantani herovert wel de derde plaats die hij tot Parijs zal behouden.
De voorbode voor 1998
De overwinning wordt later ook verbonden aan zijn uitzonderlijke snelle klimtijd. Afhankelijk van de gekozen meetpunten lopen schattingen uiteen van ongeveer 33 tot 36 minuten. Zulke vergelijkingen vragen om context, zeker voor prestaties uit het EPO-tijdperk, maar de uitslag van de etappe staat vast: niemand kon zijn aanval beantwoorden en niemand kon hem in de afzink terughalen.
Een jaar later wint Pantani zowel de Giro als de Tour. Op de Joux Plane is dat nog toekomstmuziek. Zijn aanval komt op het moment dat de rest geen antwoord meer heeft. Boven heeft hij 55 seconden voorsprong. In Morzine rijdt Pantani alleen.