Foto A.S.O./Thomas Maheux
Marion Rousse wil geen zwaardere Tour de France Femmes: ‘Niet noodzakelijk’
De koersdirecteur ziet meer waarde in afwisselende ritten dan in extra hoogtemeters. Volgens haar bewees de editie van 2026 dat moeilijker niet automatisch betere koers oplevert.
In Nice heeft Marion Rousse, koersdirecteur van de Tour de France Femmes, zich uitgesproken tegen het automatisme om iedere volgende editie zwaarder te maken.
De vijfde editie sinds de herlancering in 2022 telde negen koersdagen, 1.175 kilometer en 18.795 hoogtemeters. Volgens Rousse zat de kracht van het parcours in de afwisseling tussen vlakke ritten, heuvelwerk, bergetappes en een individuele tijdrit, met de Mont Ventoux en de vier passages over de Col d’Eze als blikvangers.
“We kunnen de koers zwaarder maken, maar willen we dat? Niet noodzakelijk,” zei Rousse na de finish van de Tour. “Ik ben er geen voorstander van om de moeilijkheidsgraad voortdurend te verhogen, maar dat is mijn persoonlijke standpunt.”
Zware bergritten niet per s ebeter?
Rousse baseert haar terughoudendheid ook op haar eerdere werk als televisieanalist. Een loodzwaar profiel levert volgens haar niet vanzelf aanvallende koers op. Wanneer de slotklim allesbepalend is, kunnen klassementsrensters hun krachten lang sparen en vooral naar elkaar kijken.
“Als het te zwaar is, kan dat de spanning wegnemen, omdat de rensters elkaar tot de laatste klim blijven aankijken,” zei ze.
De Tour van 2026 was bepaald geen eenvoudige ronde. Op het officiële programma stonden drie vlakke etappes, drie heuvelritten, twee bergetappes en een individuele tijdrit. Bijna elke dag lag er wel een hindernis die het peloton uit elkaar kon trekken. De zevende etappe zorgde bovendien voor de eerste aankomst op de Mont Ventoux in de geschiedenis van de moderne Tour Femmes. Vanuit Bédoin ging het 15,7 kilometer omhoog aan gemiddeld 8,8 procent.
Rousse wil zulke cols behouden, maar niet iedere etappe vanuit dezelfde gedachte ontwerpen. Een ronde met uitsluitend zware bergritten kan voorspelbaarder worden dan een route waarop sprinters, puncheurs, tijdrijdsters en klassementsrensters telkens ander terrein krijgen.
Beaujolais leverde strijd zonder lange slotklim
Als voorbeeld noemde Rousse de vijfde rit van Mâcon naar Belleville-en-Beaujolais. Die 140 kilometer telden acht gecategoriseerde klimmetjes en in totaal 2.880 hoogtemeters. Demi Vollering, kopvrouw van FDJ United-Suez, plaatste haar aanval vlak bij de top van de Col de Durbize.
Marlen Reusser, klassementsleidster van Movistar Team, kon mee, net als Kasia Niewiadoma van Canyon//SRAM. Niewiadoma zette op 300 meter van de streep haar sprint in, waarna Vollering haar voorbijging. Reusser hield daardoor de gele trui vast met twaalf seconden marge op Vollering.
De rit had invloed op het klassement, maar bleef tot aan de finish open. “We proberen de soorten etappes af te wisselen en we hadden een geweldige rit in de Beaujolais,” zei Rousse.
Ook de achtste etappe paste in die visie. Twee korte, steile muren in de finale gaven de rit volgens de koersdirecteur het karakter van een voorjaarsklassieker. Het parcours dwong de rensters vroeg positie te kiezen, zonder dat een lange slotklim alle voorafgaande actie overschaduwde. “Iedere dag gebeurde er iets,” zei Rousse.
Ferrand-Prévot bleef zichtbaar na tijdverlies
De variatie pakte niet voor iedere favoriet goed uit. Pauline Ferrand-Prévot, titelverdedigster van Team Visma | Lease a Bike Women, verloor in de tijdrit naar Dijon 2 minuten en 12 seconden op Reusser. In de Beaujolais moest ze opnieuw lossen en gaf ze op de slothellingen nog eens 2 minuten en 30 seconden toe.
Rousse wilde aan die tegenvallende Tour geen definitieve conclusie verbinden. Ze wees op het palmares van Ferrand-Prévot en acht een nieuwe strijd om de eindzege mogelijk. “Zij is de eerste die teleurgesteld is dat ze hier niet op honderd procent was,” zei Rousse. “Maar ze stond iedere dag bij de start en finish, en dat betekende ook veel voor de mensen.”
Tour moet jonge meisjes voorbeelden geven
De wedstrijd begon op 1 augustus in Lausanne en trok voor de tweede keer sinds 2022 vanuit het buitenland Frankrijk binnen. Voor het eerst lag er een volledige week tussen het einde van de mannen-Tour en de start van de vrouwenwedstrijd. Rousse zei dat vooraf twijfel bestond over de publieke belangstelling, maar dat de afzonderlijke plek op de kalender goed uitpakte.
Rousse ziet die groei ook buiten de kijkcijfers: toen ze zelf op zesjarige leeftijd begon te koersen, zag ze op televisie vrijwel alleen mannelijke profs. De huidige generatie kan zich tijdens de Tour identificeren met vrouwelijke kopvrouwen, rittenjaagsters en kampioenen.
“Jonge meisjes de kans geven om te dromen, en niet alleen van fietsen, is een heel mooi doel,” zei ze.