Meest memorabele Nederlandse Vuelta-prestaties: Erik Breukinks ritwinst in 1992 (20)
Tijdens de Vuelta van dit jaar blikt HetisKoers.nl iedere dag terug op de meest memorabele prestaties van Nederlandse renners in eerdere edities van de Spaanse ronde. Volkomen subjectief en arbitrair tellen we een top 25 af. Op nummer 20 een renner die in de Vuelta nooit presteert wat hem in de Giro en Tour wel lukt – een podiumplek behalen in de eindrangschikking – maar wel één dag boven zichzelf en alles en iedereen uitstijgt, Erik Breukink.
Vloek op de Vuelta
De Vuelta is niet de ronde van Erik Breukink. Waar de Gelderlander in de Giro drie opeenvolgende edities mee strijdt om het roze en in de Tour van 1990 lang zicht heeft op het geel – een slechte dag op de Tourmalet doet hem de das om – kan hij in Spanje maar weinig potten breken. Hoger dan een zevende plaats in 1993 weet Breukink nooit te komen in het eindklassement. In dienst van het Spaanse ONCE staat de Nederlander dat jaar in de hiërarchie achter ploeggenoten als Alex Zülle en Laurent Jalabert. Het is de reden dat hij zich nog wel eens moet wegcijferen in dienst van het ploegbelang.
Meesterknecht bij PDM
Ook twaalf maanden eerder, als hij nog voor PDM rijdt, is Breukink niet de uitgesproken kopman in de Vuelta. Ploegleider Jan Gisbers trekt in Spanje de kaart Raúl Alcalá. De Mexicaan, door meerdere Nederlandse renners met wie hij samen rijdt bij PDM bestempeld als het ‘troetelkind’ van Gisbers, kan de verwachtingen echter niet waar maken. Alcalá komt in 1992 niet verder dan de achtste plaats in het eindklassement. Als het peloton de stadsgrenzen van Madrid passeert kijkt hij tegen een achterstand aan van bijna dertien minuten op winnaar Tony Rominger. Niet dat Breukink het beter zou hebben gedaan als Gisbers hem in plaats van Alcalá vooraf als kopman had aangewezen. De Nederlandse Vuelta-debutant zakt al in de eerste week door het ijs en raakt kansloos voor een hoge eindklassering. De op het oog eenvoudige vierde etappe is zijn Waterloo. Breukink zit achterin het peloton als de wind de hele boel in waaiers uiteen trekt. De PDM-renner belandt in de laatste groep en verspeelt bijna vier minuten op de klassementsfavorieten. ‘Maagklachten!’, werpt ploegleider Gisbers de Nederlandse journalisten toe. ‘Nee, hoor. Ik zat gewoon niet op te letten’, nuanceert Breukink later zelf.
Tijdrit als revanche
Het onnodige tijdverlies zorgt ervoor dat de specialist tegen het uurwerk drie dagen later al relatief vroeg aan de 49,5 kilometer lange opdracht tussen Alquerías del Niño Perdido en Oropesa moet beginnen. Liefst 85 renners glijden na Breukink nog van het startpodium. Gebrand op revanche trapt de Nederlander zich een dik uur lang letterlijk het snot voor ogen. Kenners weten genoeg. Als Breukink een tijdrit finisht met de inhoud van zijn neus aan zijn gezicht gekleefd, dan is dat een goed teken. Hij heeft het zelf eens in een interview toegegeven aan Mart Smeets. Pas als Breukink met een relatief schoon gelaat over de meet komt, moet men zich zorgen maken.
Spannende uren
In Oropesa zit het snot haast achter zijn oren. De hevige regen, die de renners de hele dag teistert, kan dat zelfs niet wegspoelen. De Nederlander klokt dan ook veruit de snelste tijd. Desondanks is hij verre van optimistisch. Specialisten als Melchor Mauri, Tony Rominger en Pedro Delgado moeten immers nog komen. Er breken spannende uren aan voor de Nederlander, maar hij houdt stand. Niemand is sneller. Jesús Montoya, die de leiding in het algemeen klassement overneemt van Pello Ruiz Cabestany, komt nog het dichtst in de buurt, maar schiet negen tellen tekort.
Breukink stijgt met stip in het klassement en de eerder nog zo cynische Gisbers is weer opvallend positief over zijn pupil. Dat zal van korte duur zijn. De volgende dagen gaat het peloton de Pyreneeën in, waar de weergoden opnieuw flink huishouden. Op de verregende en door een dikke mistlaag bedekte flanken van de Tourmalet krijgt Breukink nog maar weer eens een inzinking te verduren. Ook Alcalá kan de sterkste klimmers van de Vuelta van 1992 niet volgen en verliest het zicht op een topklassering. Er kan een dikke streep door de klassementsambities van Gisbers en zijn renners. Al is de ronde dankzij twee sprintzeges van Jean-Paul van Poppel, een etappeoverwinning van Tom Cordes in de slotweek en die ene uitschieter van Breukink in de tijdrit naar Oropesa uiteindelijk lang niet verloren voor de PDM-ploeg.
