Foto Sirotti
Etappe 6 Tour de France 2026: Tourmalet en Aspin als echte test
De zwaarste Pyreneeënrit van de eerste week voert het peloton over de Col d’Aspin en Col du Tourmalet, maar de nieuwe aankomst op Gavarnie-Gèdre maakt van deze etappe een tactisch mijnenveld. Wie durft, en wie rekent?
Het peloton verlaat Pau op donderdag 9 juli met de wetenschap dat de bergen nu echt beginnen. Honderdzesentachtig kilometer scheiden de renners van Gavarnie-Gèdre, een finishplaats die nog nooit in de Tour de France voorkwam, en onderweg liggen twee cols die tot het fundament van deze ronde behoren. Dit is de eerste etappe waarin de klassementsmannen kleur moeten bekennen, al hangt veel af van de opbouw van het parcours.
Parcours
Vanuit Pau gaat de route eerst zuidwaarts langs Lourdes en Bagnères-de-Bigorre, over zo’n veertig kilometer aan valleiweg, tot de weg omhoog gaat. De Côte de Loucrup (1,9 km aan 7,1%) en de Côte de Mauvezin (3 km aan 6,8%) vormen de aanloop.
De Col d’Aspin, 12 kilometer aan 6,5%, is de eerste grote scherprechter. Na de afdaling zet het peloton koers naar de flanken van de Col du Tourmalet: 17,1 kilometer aan 7,3%, met passages tot 10%. Bovenop de Tourmalet liggen nog 38 kilometer te rijden. Daar zit het probleem: de klim naar Gavarnie-Gèdre telt 18,7 kilometer, maar komt gemiddeld maar uit op 3,7%. De weg loopt vrijwel voortdurend rechtuit, met slechts een handvol bochten na Gèdre. Alles bij elkaar staat er bijna 4.000 hoogtemeter op de teller, maar de laatste negentien kilometer voelen als een andere koers dan wat eraan voorafging. Dat wordt een klim op buitenblad. Hard tempo rijden en dan ergens demarreren.
Tourmalet is key
De Tourmalet is de sleutelpassage van deze etappe. De col, die sinds 1910 in de Tour figureert en sindsdien meer koersgeschiedenissen heeft opgeleverd dan welke Pyreneeënberg ook, draagt niet voor niets de Souvenir Jacques Goddet en levert 20 bergpunten op aan de eerste renner boven. Wie meer wil weten over de mythe en het bewogen verleden van deze berg, kan terecht in ons achtergrondstuk over de Tourmalet.
Maar tactisch zit het venijn in het stuk daarna. Een aanval op de Tourmalet is een gok: wie daar wegrijdt, moet daarna nog 38 kilometer overbruggen op een flauwe slotklim, mogelijk met tegenwind. We kunnen daar een inmiddels beproefde tactiek verwachten: een vluchtersgroep met sterke helpers, een kopman die inhaalt en dat helpers de kopman opwachten en de overbrugging naar Gavarnie maken. Zonder dat scenario wordt het waarschijnlijker dat de klassementsmannen in een gereduceerde groep samen boven komen en op de lange klim naar Gavarnie-Gèdre naar elkaar kijken, tot iemand in de slotkilometer de sprint aantrekt.
Koersdirecteur Christian Prudhomme houdt ook rekening met een ijzersterke vluchtgroep. “Een strijd tussen de grote mannen is zeker mogelijk op de Aspin en Tourmalet, maar als ze inhouden dan heeft een vluchtgroep met goede klimmers een betere kans,” zei hij
De laatste keer dat de Tour finishte op de Tourmalet, was in 2019. Dat was toen de Franse feestdag, die niet op Quattorze juillet viel. Pinot won de etappe en het was de start van het avontuur van JuJu Julian Alaphilippe in het geel. Het gaf ook mooie plaatjes.
Favorieten
Op basis van de tot nu toe bekende startlijst gaan we toch kijken naar de beste klimmers:
- Tadej Pogačar (UAE Team Emirates – XRG) – Daar hoeven we weinig aan toe te voegen.
- Jonas Vingegaard (Team Visma | Lease a Bike) – Als je Pogi zegt, moet je ook Vingegaard zeggen
- Remco Evenepoel (Red Bull – BORA – hansgrohe) – Heeft dit seizoen bewezen dat zijn punch scherper is dan ooit, met een zege in de Amstel Gold Race; Luik-Bastenaken-Luik werd gewonnen door Tadej Pogačar, waarbij R.EV niet kon bijbenen en op 1.42 derde werd.
- Richard Carapaz (EF Education – EasyPost) – De sluwe vos die een etappe als deze goed aan zou moeten kunnen. Als de Tourmalet een kleine kopgroep oplevert, kan de Ecuadoriaan profiteren.
- Giulio Ciccone (Lidl – Trek) – Ciccone kon niet scoren in de giro, dus de aanvallende klimmer zou zich zo maar kunnen roeren. Interessant als vluchter of als de klassementsploegen ruimte laten.
- Tom Pidcock (Pinarello Q36.5 Pro Cycling Team) – Het is even afwachten hoe zijn vorm echt is, maar qua allround kwaliteiten is hij een gevaarlijke renner als de etappe grillig verloopt in plaats van voorspelbaar.
- Paul Seixas (Decathlon CMA CGM Team) – Wat moeten we eigenlijk van het Franse supertalent verwachten? Hij won dit seizoen in de Algarve, het Baskenland en bij de Waalse Pijl. Een ritzege in zijn eerste Tour, op Franse bodem, zou een statement zijn.
- Thymen Arensman (Netcompany INEOS) – wellicht wat chauvinistisch, maar gezien Arensman zijn topklasseringen en tweevoudige winst vorig jaar zou dit niet eens een slecht idee zijn. Hoewel die beide overwinningen kwamen op een slotklim die wat steiler was, moeten we ‘m toch opschrijven. Plus: hij woont om de hoek, in Andorra. Dus hij zal heel goede parcourskennis hebben.
Outsiders om in de gaten te houden: Florian Lipowitz (Red Bull – BORA – hansgrohe), Mikel Landa (Soudal Quick-Step) en Lenny Martínez, die op jacht kan gaan naar bergpunten op de Tourmalet.
Wat nog meer?
Ook de bergtrui en bonificatieseconden spelen mee. De Tourmalet levert als hors-catégorie-col tot 20 bergpunten op, waarmee de strijd om de bolletjestrui al vroeg in de Tour vorm kan krijgen. Op de finish in Gavarnie-Gèdre wachten bonificatieseconden van 10, 6 en 4, en uiteraard ook bergpunten. Maar de 2e categorie levert maar 5 punten op voor de nummer 1. Voor klassementsrenners die op seconden jagen, kan die bonificatie net het verschil maken.
De omgeving levert in elk geval fraaie tv-beelden op. Vlak naast de finish ligt het Cirque de Gavarnie: een prachtig dal met kliffen van zo’n 1.500 meter hoog en een van de hoogste watervallen van Europa. UNESCO-werelderfgoed vormt het decor voor een mooie Pyreneeënrit.
Foto Sirotti

Foto Sirotti
Foto Sirotti