Foto Stefano Sirotti
Vuelta versus Renewi Tour: waarom de topsprinters Spanje mijden
Lekker sprinten in België blijkt aantrekkelijker dan drie weken gegrild worden en overleven in Spanje. Het verschil zit niet alleen in de timing, maar ook in het type sprinter dat nog tegen het Vuelta-parcours bestand is.
Op 20 augustus gaat de koers van Blankenberge naar Ardooie, 174 kilometer zonder beklimmingen en met de wind als voornaamste tegenstander. Aan de start van die tweede rit in de Renewi Tour staan zoals het er nu naar uitziet Tim Merlier, voormalig Belgisch kampioen en veelwinnaar, Jasper Philipsen, die ook in klassiekers uit de voeten kan, en Jonathan Milan, de Italiaanse sprinter. Ook Paul Magnier, Olav Kooij, Dylan Groenewegen en Arnaud De Lie worden op de voorlopige deelnemerslijst vermeld.
Twee dagen later begint de Vuelta. Daar is de spoeling onder de pure sprinters opnieuw dun. Matthew Brennan van Team Visma | Lease a Bike wordt als enige uitgesproken pure sprinter genoemd. Mads Pedersen en Wout van Aert hebben een snelle finish, maar passen met hun brede arsenaal niet in die categorie. Alberto Dainese krijgt bij Soudal Quick-Step wel de sprintrol, terwijl Kaden Groves namens Alpecin-Premier Tech naar ritwinst zoekt.
De verdeling laat zien hoe de plaats van de sprinter in een grote ronde verandert. De korte overgang na de Tour speelt mee, maar het Vuelta-parcours vormt de belangrijkste verklaring: 21 etappes, 3.275 kilometer en slechts vier ritten die als ‘vlak’ zijn aangeduid.
Maar vier mogelijke massasprints
Naast die vier vlakke dagen telt de Vuelta vier heuvelritten, één heuvelrit met aankomst bergop, vier ritten door het middelgebergte en zes bergetappes. Twee individuele tijdritten vullen het programma aan. Zelfs een vlak etiket biedt geen garantie dat de sprintersploegen de vlucht onder controle kunnen houden of hun kopman ongeschonden naar de finale brengen.
Christoph Roodhooft, ploegleider bij Alpecin-Premier Tech, trekt daarom een grens tussen een pure en een complete sprinter. “Je moet echt een complete sprinter zijn om in de Vuelta ritten te kunnen winnen. Daarmee bedoel ik iemand die relatief comfortabel internationale parcoursen aankan. Zowel Groves als Philipsen behoren tot die categorie”, zei Roodhooft.
Groves gaat naar Spanje, Philipsen rijdt de Renewi Tour. Hun verschillende programma’s tonen dat het parcours slechts één factor is. Ploegen wegen ook herstel, seizoensplanning en de verwachte opbrengst van drie koersweken mee.
Voor Merlier valt die afweging negatief uit. Jurgen Foré, CEO van Soudal Quick-Step, maakt daarbij onderscheid tussen zijn twee snelle mannen. “Voor Magnier is een tweede grote ronde op een jaar nog wat te veel van het goede. En voor een Merlier is het net iets te zwaar”, zei Foré. Dainese neemt in Spanje hun plaats in, zodat de ploeg de schaarse sprintkansen niet volledig laat liggen.
Overleven zonder doel
Voor een sprinter begint de wedstrijd vaak lang voor de rode vod. In een bergrit gaat het om binnen de tijdslimiet blijven, energie sparen waar dat kan en met de ploegmaats de grupetto organiseren. Daarna volgt mogelijk opnieuw een heuvelrit waarin geen prijs te halen valt.
Marc Sergeant, voormalig ploegleider en kenner van het peloton, wijst vooral op die mentale tol. “Voor misschien een handvol sprintkansen moet je wel drie weken afzien”, zei hij. “Je mag niet onderschatten wat zo’n grote ronde mentaal vergt van die sprinters. Iemand als Merlier ziet dat parcours en denkt: hoe moet ik daaraan beginnen?”
Een gemiste kans weegt daardoor zwaar. Een waaier, een valpartij of een lastige aanloop kan één van de weinige geschikte ritten kosten. De sprinter houdt dan nog altijd de volgende cols en lange wedstrijddagen over, maar zonder zekerheid op een nieuwe kans.
Renewi Tour meer bruikbaar
De Renewi Tour biedt een beter alternatief, van 19 tot 23 augustus. Vijf massasprints zijn niet vanzelfsprekend. De openingsrit rond Diest bevat wat kassieklimmetjes, terwijl de derde etappe via de ‘Pater’, de Muur van Geraardsbergen en de Bosberg naar een aankomst bergop voert. Ook Leuven krijgt op de slotdag een technisch circuit met korte hellingen. Maar toch is dit beter voro de snelle mannen.
Ardooie is de duidelijkste afspraak, terwijl de glooiende finale in Bilzen en enkele andere aankomsten ruimte laten voor een sprint van een uitgedund peloton. Voor renners als Philipsen en De Lie sluiten zulke ritten bovendien aan bij hun kracht in klassiekerkoersen.
De keuze komt daarmee neer op de verhouding tussen belasting en kansen. In de Lage Landen krijgen de sprinters vijf dagen koers met meerdere bruikbare finales. De Vuelta is daarentegen een slijtageslag, die ook geen klassieke sprintfinale biedt. Want de laatste etappe is een klimmersfestijn.