Vuelta 2026 etappe 3: de lange aanloop van Gruissan naar de slotklim richting Font Romeu
De eerste aankomst bergop voert vanuit het vlakke kustland naar bijna 2.000 meter hoogte. Op de Col de Mont-Louis en in Font Romeu moeten de klassementsrenners al kleur bekennen.
Op maandag 24 augustus trekt het peloton van de Middellandse Zeekust richting de Catalaanse Pyreneeën. De derde etappe van de Vuelta a España 2026 voert over officieel 166 kilometer van Gruissan naar Font Romeu en eindigt met bijna dertig kilometer aan vrijwel onafgebroken klimwerk.

Na de openingstijdrit in Monaco en de heuvelrit naar Manosque is dit de eerste aankomst bergop. De circa 2.600 hoogtemeters maken de rit tot een vroege waardemeter voor het klassement, één dag voor de korte bergetappe door Andorra.
Gruissan keert terug, Font Romeu opnieuw in 2026
Gruissan, een kustplaats in het departement Aude, verscheen in 2017 voor het eerst in de Vuelta. Toen eindigde de tweede etappe vanuit Nîmes er. De plaats maakte pas zeven jaar later haar debuut in de Tour de France, als vertrekpunt van de zestiende etappe van 2024.
Het kasteel van Gruissan staat centraal tussen concentrisch aangelegde straten, waardoor het oude dorp vanuit de lucht een spiraal vormt. Vanaf de kust trekt de koers naar een finish die bijna 2.000 meter hoger ligt.
Font Romeu, een wintersportoord met 1.770 inwoners, zag het Vuelta-peloton in 2021 al passeren. In 2026 krijgt de plaats voor het eerst een aankomst. Het dorp ligt rond 1.800 meter hoogte en huisvest het Franse Centre National d’Entraînement en Altitude, waar sporters op hoogte trainen. In de Tour van dit jaar was Font Romeu ook al doorkomstplaats, toen in de etappe 3 naar Les Angles.
Twee beklimmingen bepalen de finale
Het officiële routeschema van La Vuelta voorziet de geneutraliseerde start om 13.21 uur. De eerste helft loopt eerst langs de vlakke kust, via onder meer Sigean, Rivesaltes, Baixas en Millas. Hier krijgt de vlucht van de dag ruimte, al zullen ploegen met klassementsambities de voorsprong beheersbaar willen houden.
Na Ille-sur-Têt loopt de weg geleidelijk op. In Villefranche-de-Conflent, op ongeveer 45 kilometer van de finish, ligt de tussensprint. Via Serdinya bereikt de koers Olette, waar op 35,6 kilometer van de streep het echte klimwerk begint.
Volgens Fernando Escartín, technisch directeur van de Vuelta, bestaat de finale uit een lange, gelijkmatige klim. De Col de Mont-Louis is volgens het roadbook 19,4 kilometer lang aan gemiddeld 4,8 procent. Over 934 hoogtemeters passeert het peloton Thuès-Entre-Valls, Fontpédrouse en Fetges voordat de bergprijs op 16,2 kilometer van de meet volgt.
Na een korte overgang bij La Cabanasse begint op 9,8 kilometer van de finish de slotklim naar Font Romeu, zonder volwaardige afdaling. Die stijgt gemiddeld 5 procent en overbrugt nog eens 490 hoogtemeters. De percentages zijn nergens uitzonderlijk; samen leveren de beklimmingen ongeveer 27 kilometer klimwerk op. Een hoog tempo op Mont-Louis kan de groep klassementsrenners al flink uitdunnen.
Pogacar, Almeida en Roglič bij de favorieten
Op basis van de voorlopige startlijst past het profiel uitstekend bij Tadej Pogacar en João Almeida, de Portugese klassementsrenner van UAE Team Emirates XRG. Zij kunnen hier goed uit de voeten.
Primož Roglič, de ervaren kopman van Red Bull-Bora-Hansgrohe, beschikt naast zijn klimvermogen over een sterke sprint na een zware finale. Ook Mattias Skjelmose past bij een aankomst vanuit een kleine favorietengroep.
Voor Enric Mas biedt de eerste Pyreneeënrit meteen terrein om tijd te pakken, terwijl Felix Gall gebaat is bij een harde koers vanaf Olette. Carlos Rodríguez, Cian Uijtdebroeks, Einer Rubio en Max Poole behoren tot de outsiders als er een goede vlucht kan ontstaan.
De verwachte aankomst ligt tussen 17.18 en 17.42 uur. Een dag later wacht alweer een zware, maar ook explosieve bergrit over 104 kilometer koers door Andorra.