Etappe 16 Tour de France 2026: op historische grond scheuren tegen de klok
De enige individuele tijdrit van deze Tour begint op de plek waar honderd jaar geleden de Grand Départ plaatsvond. In het parcours zit een klim, een afzink en een vlakke finale langs het Meer van Genève. Of dit een tijdrit voor Ganna is? Wellicht, maar het lijkt toch meer het terrein voor Evenepoel, Pogacar en Vingegaard.
Het water van het Meer van Genève schittert al in de verte wanneer de renners dinsdag 21 juli vanuit Évian-les-Bains van start gaan. Toch duurt het nog even voordat ze dit water bereiken. Eerst gaat de weg bijna tien kilometer meteen omhoog, waarna de renners afdalen naar het meer en vervolgens uitkomen op de vlakke aankomst in Thonon-les-Bains. In deze enige individuele tijdrit van de Tour de France kan er nog wat opschudding komen in het klassement.
Deze Tour telt slechts één ploegentijdrit en één individuele rit tegen de klok. Dat maakt etappe 16, over 26,1 kilometer, zwaarder dan het getal doet vermoeden. Na twee weken ploegentactiek, na bergritten in de Vogezen en de eerste Alpenblokken, staat hier elke renner alleen. Zoals beschreven in ons volledige parcoursoverzicht: 54.450 hoogtemeters verdeeld over 21 etappes, waarvan slechts deze ene dag het podium biedt aan de tijdrijder.
Historische grond
Évian-les-Bains heeft historie in de Tour. Precies honderd jaar geleden, in 1926, kreeg dit kuuroord aan het meer de eer van de Grand Départ. In plaats van Parijs, zoals gebruikelijk in die beginjaren, koos de Tour voor het mondaine Évian. Die Tour van 1926 werd de langste uit de geschiedenis: 5.745 kilometer verdeeld over 17 etappes, met 126 starters en slechts 41 finishers.
Op de erelijst van etappewinnaars in Évian staat ook Marc Demeyer, de Flandrien die in 1979 hier niemand minder dan Sean Kelly versloeg. Demeyer, winnaar van Parijs-Roubaix en zestig profkoersen, reed destijds vooral als knecht van Freddy Maertens. Helaas overleed hij al op 31-jarige leeftijd aan een hartaandoening. Eric Demets, die een boek over hem schreef, noemde hem “een reus van een vent, verzot op kasseien en nog sterker als het regende en vol modder lag. Hij is toch een vergeten renner en dat zou niet mogen.”
Parcours: drie bedrijven
Tourbaas Christian Prudhomme geeft het parcours een opzettelijke opbouw in drie gelijke delen: eerst klimmen, daarna dalen en daarna vlak. “Alleen de meest complete renners kunnen deze explosieve cocktail aan,” aldus Prudhomme.
Bedrijf één: de Côte de Larringes. 9,7 kilometer aan 4,3 procent, met de top op 799 meter hoogte. De klim is een soort loper, maar wie hier te hard opent betaalt de rekening verderop. Deze klim schakelt wellicht de echte tijdrijders uit. Bij de top staat de tweede tijdscontrole (na een eerste check bij kilometer 4,8).
Dan volgt bedrijf twee: een technische afdaling richting de oevers van het meer, waarbij de renners na 16,5 kilometer de Pont de la Douceur passeren. Afdalen op een tijdritfiets is net even wat anders dan op een standaard racefiets. Dit kan nog een complicatie vormen in het tweede bedrijf. We hopen uiteraard niet op een valpartij, maar een bochtje missen, dat kan hier zo maar gebeuren.
Het derde bedrijf : dit is de vlakke finale, maar wel met zeven bochten in de laatste vijf kilometer voor de finish bij het Château de Ripaille. De derde en laatste tussentijd staat op kilometer 18,1.
Het is een interessante opbouw, waardoor we mogelijk een prachtig toneelstuk in drie bedrijven krijgen voorgeschoteld.

Wat te verwachten
Veel renners zullen deze derde dinsdag ervaren als een soort verlengde rustdag. Het is geen echt lange tijdrit. Ganna zal ergens balen dat het geen vlakke tijdrit is zoals in de Giro.
De 184 renners in deze Tour, verdeeld over 23 ploegen, vertrekken tussen 13.00 en 17.15 uur. Het is dan waarschijnlijk geen 184 starters, want het is nog nooit voorgekomen dat op dag 16 alle renners in koers zijn. De laatste finisher wordt rond 17.50 uur verwacht.
Kanshebbers
Remco Evenepoel, de kopman van Red Bull-Bora-Hansgrohe, is de logische topfavoriet. De Belgische wereld- en olympisch kampioen tijdrijden domineert al jaren elke rit tegen de klok. Toch tempert dit parcours zijn voordeel: de openingsklim verkleint de marge die hij normaal op het vlakke opbouwt.
De man die hem het dichtst kan benaderen is Tadej Pogačar van UAE Team Emirates XRG. De Sloveen won recent de tijdrit in de Ronde van Zwitserland en rijdt op een nieuwe tijdritfiets die speciaal voor geaccidenteerd terrein is ontwikkeld. In de Tour won Pogačar al vier individuele tijdritten.
Jonas Vingegaard, kopman van Team Visma | Lease a Bike, behoort eveneens tot de kanshebbers. In 2022 en 2023 bewees hij op lastige Tour-tijdritten dat een zwaarder profiel hem juist ligt. De Deen werd in die edities eerste en tweede, telkens voor Pogačar. Alleen in de Giro van 2026 liet hij zien dat de tijdrit mogelijk zijn zwakte is. Die tijdrit was eigenlijk meer een powertijdrit, eentje voor Ganna c.s.
Daarachter volgen nog twee jonge kanshebbers. Isaac del Toro, ploeggenoot van Pogačar bij UAE en Tourdebutant, werd vorig jaar vijfde op het WK tijdrijden in Rwanda en toonde bloedvorm in de Tour Auvergne-Rhône-Alpes. De vraag is of de Mexicaan voluit kan en mag gaan of zijn kopman moet dienen de dagen erna. Juan Ayuso van Lidl-Trek, is ook nog maar 23 jaar, combineert klimkracht met een sterke tijdrit en kan hier een sprong in het klassement maken.
Een outsider om in de gaten te houden: Joshua Tarling van Netcompany INEOS, eveneens debutant. Hij is sterk in dit soort inspanningen, al zal hij de lange openingsklim liever niet doen.
Afkoelen of opwarmen?
Als de laatste renner bij het Château de Ripaille over de streep komt, is het afkoelen. Want de volgende dag volgen de Alpen. Eerst moet de rekening van deze 26 kilometer worden opgemaakt. Een tijdrit is de perfecte tourdag om te kijken. Je ziet alle renners voorbij komen, een-voor-een. En je weet: er is altijd ergens een verrassing.