Tour de France 2026, etappe 12: weer een sprint richting Chalon-sur-Saône?
De tweede opeenvolgende vlakke rit biedt de snelle mannen opnieuw een podium, maar na elf dagen koers is dat niet in beton gegoten en bepaalt de vermoeidheid of er daadwerkelijk een sprinter mag juichen in Chalon-sur-Saône.
De pitlane van het Circuit de Nevers Magny-Cours ruilt op donderdag 16 juli het geronk van motoren in voor het klikken van schoenplaatjes. Vanuit het voormalige Formule 1-decor, waar Michael Schumacher acht keer de zwart-wit geblokte flag zag en Felipe Massa in 2008 de laatste Grand Prix won, vertrekken de renners oostwaarts voor 179,1 vlakke kilometers door de Bourgogne. Drie hellinkjes van de vierde categorie en een tussensprint in Decize na 45,8 kilometer scheiden het peloton van de finishlijn in Chalon-sur-Saône: op papier een dag voor de sprinters, in de praktijk een interessante kans voor de vluchters. Daarmee wordt het een examen in ploegcontrole halverwege de tweede Tourweek.

Chalon-sur-Saône: mooie aankomst
Chalon-sur-Saône ontvangt de Tour voor de zesde keer als finishplaats. De reeks levert een dwarsdoorsnede van koerstypen op. Brian Robinson won er in 1959 uit een ontsnapping, Jean Stablinski sloeg in 1961 toe met een late versnelling. Rik Van Linden pakte de zege in 1975 in een massasprint, Thierry Marie deed het in 1988 na een uitval. De meest recente Touretappe in de stad dateert van 2019, toen Dylan Groenewegen als eerste over de streep kwam na een jump op Caleb Ewan. Het was een van zijn zes Tourritzeges. Groenewegen droomt van het record voor meeste Nederlandse Tourzeges, maar zijn ploeg Unibet Rose Rockets ontving dit seizoen geen wildcard.

Parcoursbeschrijving
Vanuit Magny-Cours koerst het peloton via Saint-Pierre-le-Moûtier richting de Loire, die bij Decize wordt overgestoken. Daar ligt de tussensprint, goed voor maximaal 25 punten in het puntenklassement. De route buigt vervolgens af naar het zuiden van de Morvan, een noordelijke uitloper van het Centraal Massief, waar twee korte klimmetjes wachten: de Côte de Lanty (2 km aan 4%) en de Côte de Cuzy (2,4 km aan 4,5%). Beide liggen ruim honderd kilometer van de finish, ver genoeg om waarschijnlijk geen rol te spelen.
Het echte belangrijkste punt zit in de slotfase. De Côte de Montagny-lès-Buxy, slechts 2,6 kilometer aan 4,3%, krijgt zijn top op 19,7 kilometer van de streep. Koersdirecteur Christian Prudhomme liet er weinig twijfel over bestaan: “Zelfs met de hulp van de Côte de Montagny-lès-Buxy hebben de vluchters weinig kans om aan de sprintersploegen te ontkomen in de wijngaarden van Chalonnais.” Na de afdaling door de wijnstreek volgen vlakke, brede wegen richting Chalon-sur-Saône. Genoeg ruimte voor de sprinttreinen om zich op te stellen.
Favorieten
Voorpublicaties wijzen vooral naar de zuivere sprinters. De drie voornaamste kandidaten:
- Tim Merlier (Soudal Quick-Step) beschikt met Bert Van Lerberghe en Jasper Stuyven over een ervaren lead-out op vlakke aankomsten. Zijn explosiviteit in de laatste 200 meter maakt hem op dit type finish de logische eerste naam.
- Jasper Philipsen (Alpecin-Premier Tech) heeft een luxetrein om zich heen. Mathieu van der Poel als voorlaatste man, Jonas Rickaert als positiebewaker en Edward Planckaert geven de ploeg tactische flexibiliteit.
- Olav Kooij (Decathlon CMA CGM Team) kan rekenen op de wattages van Daan Hoole en Stefan Bissegger in de aanloop naar de sprint. Zijn topsnelheid is op zijn best vergelijkbaar met die van Merlier en Philipsen.
Daarachter staat een groep outsiders. Biniam Girmay (NSN Cycling Team) kan op zijn dag elke sprint winnen, maar mist de diepte in zijn trein. Mads Pedersen (Lidl-Trek) gedijt beter wanneer het parcours iets zwaarder is. Pascal Ackermann (Team Jayco AlUla) en onze eigen dark horse Arvid de Kleijn (Tudor Pro Cycling Team) zijn namen voor de top vijf, zeker als de treinen van de grote ploegen ontregeld raken.
Verwacht scenario
De eerste uren verlopen waarschijnlijk volgens een bekend script: een kleine vluchtgroep van twee tot vier renners krijgt ruimte, terwijl de sprintersploegen de marge beheersbaar houden. De tussensprint in Decize kan voor extra nervositeit zorgen. De groene trui ligt op tafel, en de manoeuvres die daar nodig zijn kosten krachten die later in de finale ontbreken.
Na Decize wordt het een spel voor de controle. De Côte de Lanty en Côte de Cuzy zijn te vroeg en te kort om de koers open te breken. Het kantelpunt komt op de Côte de Montagny-lès-Buxy. Een sterke vluchter kan hier de gok wagen, op twintig kilometer van de streep net genoeg om twijfel te zaaien bij de sprintploegen. De kans op succes is klein: drie tot vier georganiseerde treinen met elk zes man zullen die ruimte dichtrijden. Er zijn een aantal goede treinen, maar dat zal natuurlijk ook nog moeten blijken met alle bergetappes die dan al zijn afgewerkt.
In Chalon-sur-Saône draait alles om positionering in de laatste drie kilometer. Dan weten we hoe de vlag erbij hangt.