Foto Sirotti
Tourgeschiedenis op 16 juli. De Tour ’96 en de definitieve nekslag voor El Rey
Stoïcijns, onverstoorbaar, ongenaakbaar. Dat was vijf jaar lang het beeld dat net zoals Miguel Indurain heerste. Tot er het moment kwam dat die zelfde blik ineens een heel andere betekenis kreeg. Iets droevigs, een leeg- en moegestreden uitstraling. Vandaag precies 30 jaar geleden, tijdens de rit naar Hautacam op 16 juli 1996, was het moment dat de heerschappij van de Spanjaard definitief over bleek. Van een houdgreep naar een vrije val, in een Tour die (achteraf bezien) vanwege de dopage tot een van de zwartere bladzijdes van de Tourhistorie behoort.
Zwijgzaam, sober, sereen. Indurain was geen grote prater, geen showman, geen branieschopper. Integendeel. Naast Big Mig (vanwege zijn voor een klassementsrenner grote gestalte) en El Rey luidde een andere bijnaam niet voor niets De Grote Zwijger. Hij was geen man van het grote machtsvertoon. Een gentleman in fietskledij. Behalve als er een tijdrit op het programma stond, dan kon hij niet anders dan alle andere deelnemers tot figuranten veroordelen. Het was ook vooral daar waar hij timmerde aan zijn basis voor het winnen van zijn vijf Tours.
In 1996 blijkt hij feilbaar. Zelfs hij. Al in de eerste bergit in de Alpen verliest hij tijd en rijdt Indurain achter de feiten aan. Maar pas echt zwaar wordt hij met zijn neus op de feiten gedrukt tijdens de etappe naar Hautacam. Daar waar hij in 1994 nog een belangrijke slag sloeg voor de Tourzege en samen met Luc Leblanc wegreed van de rest ging het in 1996 definitief mis. De ongenaakbaar geachte Spanjaard zag er broos en vermoeid uit. Stoïcijns was het al even niet meer. Het lijden kreeg een gezichtsuitdrukking. Ook Miguel Indurain bleek plots een gewone sterveling te zijn. Telekom-renner Bjarne Riis reed met zijn vervaarlijke blik genadeloos weg van de concurrentie en sloeg een flinke slag. Naar later zou blijken bepaald niet op water en brood of spaghetti alleen. De Deen fietste rond met de bijnaam Monsieur 60%, vanwege zijn huizenhoge hematocrietwaarde (waardoor hij naar verluidt ’s nachts regelmatig wakker gemaakt moest worden, omdat zijn bloed zo dik als stroop was).
Daags na de definitieve mokerslag voor Indurain volgde nog een pijnlijke etappe. Want met de wetenschap dat er geen zesde Tourzege zou komen moest hij weer opstappen voor de rit naar zijn thuisgrond, een etappe naar Pamplona. Het eerbetoon werd eerder een martelgang. Maar een schaamtevolle exercitie werd het allerminst. Ondanks dat Indurain in de door Laurent Dufaux gewonnen etappe opnieuw op grote achterstand reed, werd hij onthaald als een held op zijn geboortegrond. Juist als de heerschappij definitief over is, is de waardering voor geleverde prestaties misschien het mooist. In het besef dat niet vanzelfsprekend of voor altijd is. Na de finish klonk het kippenvelopwekkende ‘In-du-rain! In-du-rain! In-du-rain!’ overal door de straten. Het had een volgende episode van zijn zegetocht moeten worden, het werd onbedoeld een ereronde.
Nadat Riis de gele trui in ontvangst genomen had trok hij de bezongen lokale held het podium op. Enigszins bedremmeld kijkend nam Miguel Indurain de toejuichingen in ontvangst. El Rey was dan misschien keihard onttroond, maar de liefde van het volk was zeker niet over.