Maandag 17 juni vond de ‘Mont Ventoux Dénivelé Challenge’ plaats. Het betrof de eerste editie, dus zal het allicht bij velen aan de aandacht ontsnapt zijn. Dat gold misschien ook voor de coureurs, want de bezetting was niet ‘breed gestoffeerd’. Commentator Bobby Traksel op Eurosport sprak zelfs van een devaluatie als je van te voren uit 5 kanshebbers kunt kiezen die er met de bloemen vandoor gaan.

De wedstrijd zet zichzelf op de kaart als ‘klimkoers’. Met de Mont Ventoux als slotklim gaat zo’n definitie als vanzelf al op.

Het mooie van deze wedstrijd is dat zij zowel rondom als óp de Ventoux gaat. Met een ‘clockwise’ beweging trekt zij vanuit Vaison-la-Romaine ten noorden van de Reus rechtsom naar beneden om via een westwaartse route alsnog bij de voet uit te komen. De omtrekkende schermutselingen kunnen beschouwd worden als een ode aan de behaagzieke gigant. Te allen tijde zien de renners over hun rechterschouder de Ventoux verblindend wit schitteren in de zon. De Ventoux zelf kijkt als een wufte jonkvrouw neer op het voetvolk dat op weg is om haar te bestijgen.

Elke zichzelf respecterende wielertoerist kent de Ventoux inmiddels, zonder twijfel, zo ver is de fietsreisindustrie ondertussen uitgedijd. Toen ik er kwam – en dat was heel vaak, monomaan mag je stellen – kwam ik tijdens een beklimming maximaal 10 (vooral afdalende) renners tegen. In het restaurant net onder de top herkende de serveerster mij op bepaald moment: “toi encore?” De laatste keer was in 1992. Inmiddels schijnt er een speciale parkeerplaats voor bussen met aangevoerde fietsrecreanten net buiten het dorp Bédoin te zijn aangelegd. De burgemeester van het dorpje heeft schrijver Bert Wagendorp met klem verzocht niet nóg een keer zo’n bestseller te schrijven.

Maar ik kwam er met plezier, in mijn tijd. Het leek op bepaald moment wel mijn tweede thuis. De lol zat niet alleen in die mythische klim, maar ook de omgeving. Het zijn geen Alpen waar je noodgedwongen het trio berg-afdaling-dal (kort) afwisselt. In de Provence kun je heerlijk op fietsvakantie, zomaar ergens heen fietsen, tot je een camping-à-la-ferme aantreft.

Daarnaast is het hét gebied van de platanen, de pittoreske dorpjes, de wijnplantages, de lavendel, en de ‘Appellation contrôlée Côtes du Ventoux’. Na een zeker aantal glaasjes gaan je ogen vanzelf dansen als ware je geïnjecteerd met bloeddoping.

Al die herinneringen kwamen bij mij terug bij het zien van de beelden maandag. Bobby Traksel beschouwt het beperkte kransje als een devaluatie. Toch wel bizar, want we willen toch dat de besten in koers om de zege strijden? Eén dag na het Criterium du Dauphiné en met de Ronde van Zwitserland elders, en de Route du Sud in het vooruitzicht is het knokken voor bestaansrecht. Maar ik hoop oprecht dat deze klimkoers uitgroeit tot een klimklassieker. Ruim 4000 hoogtemeters in 185 kilometers. Bedenk hoe de Strade Bianche in korte tijd is uitgegroeid tot monument.

Prachtige zijn de passages over de kleinere cols onderweg. Eurosport beperkt het tot de laatste 50 kilometers. Als er een ‘commercial break’ is kan ik zowaar switchen naar Ziggo Sport, die zenden ook uit, maar zonder onderbreking. Zo zie ik dan toch dat het peloton Flassan passeert, het dorp van Eric Caritoux, bij wielerleven al de Man van de Ventoux genaamd. Het peloton schiet verder door over ‘memory lane’, en blijkt tot mijn verrassing Bédoin links te laten liggen, instructies van de burgemeester? Het zal de klimroute van Caritoux zijn, maar zo heb ik natuurlijk geen vergelijking met de recordtijden van weleer (Charly Gaul in de Tour van 1958, 1 uur 2 minuten en nog wat, bijvoorbeeld). De jongens van AG2R-La-Mondiale geven gas, alles voor favoriet Romain Bardet. Die is net terug uit de koude natte Dauphiné, zal dat nu gaan lukken in een provencaals temperatuurtje rond de 30 graden. Als Romain dan zelf het ruime sop kiest blijkt er één horzel in zijn wiel te springen, ook uit het kransje van Traksel: Jesus Herrada.

Langs de weg, vooral in het bos, is het opvallend stil, geen zotte geëxalteerde vreemd uitgedoste mee-hollers. Pas bij Chalet Reynard wordt het drukker, maar ook daar lijken het allemaal pure liefhebbers (lees: kenners van de koers). Bardet probeert een aantal maal zijn horzel af te schudden. Tommy Simpson ziet het net onder de top meewarig aan, en dan ‘wie kaatst moet de bal verwachten’ is het Jesus Herrada die Bardet achterlaat. De commentatoren klinken wat teleurgesteld, ze hoopten op Bardet als klinkende debutant op de erelijst. Maar Herrada komt net van de Ronde van Luxemburg, goed gerodeerd. En Bardet, tsjaa, heeft een geldig excuus.

Kan het een klimklassieker worden? Zoals we ook niks wisten van de Strade Bianche in den beginne.

De eerste winnaar (2007) van die gravelkoers: anyone? Aleksandr Kolobnev, die naar verluidt dol was op whiskey. Ik vermoed dat Jesus Herrera een ‘tinto’ prefereert, een Côte du Ventoux.

Marc Peeters

Marc Peeters (1958) schrijdt en schrijft bij leven en welzijn voort op twee wielen. Fietst bij voorkeur naar boven, in plaats van zich naar beneden te laten vallen. Zijn verhalen volgen de kronkelige lijnen van zijn tochten. Verheugt zich het meest op de Leffe Blond na afloop. Ziet liever meer fietspaden dan een Grand Départ. Mist in alle commotie en aandacht rondom het d-woord de methodologisch verantwoorde nuance.

Latest posts by Marc Peeters (see all)