Foto Sirotti
Het onverwachte Giro podium van Unai Osa in 2001
De foto van de drie renners die gezamenlijk het podium van de Giro van 2001 bevolken, zal een kwart eeuw later menig hersenpan doen kraken. Het gezicht en de naam van degene die na Gilberto Simoni en Abraham Olano het schavot als derde heeft beklommen, is niet bepaald in het collectief geheugen blijven hangen. Sterker, de Spanjaard is dusdanig in de vergetelheid terechtgekomen dat het net lijkt of een goed gesoigneerde toerrijder naast de twee besten van de Italiaanse ronde op het podium is gaan staan. Alsof hij met zijn in een fanshop gekochte blauw-witte tenue van iBanesto.com, zoals de Spaanse ploeg waarvoor Miguel Induráin eerder furore maakte dan heet, per ongeluk langs de beveiliging is geglipt. Zoals in het verleden heel af en toe wel eens een hondsbrutale voetbalfan het veld op glipte om zich als twaalfde man op de elftalfoto van zijn favoriete club te laten vastleggen.
In Milaan is daar op zondag 10 juni 2001 echter geen sprake van. De nummer drie is wel degelijk een Giro-deelnemer die zich, net als zijn twee meerderen, drie volle weken lang het snot voor ogen heeft gereden. In een ronde waar een flinke dopingsmet aan kleeft en die vooral de geschiedenisboeken in zal gaan als ‘incidentrijk’ fietst een Spanjaard zonder noemenswaardige erelijst plotseling naar het podium. Alleen de Classique des Alpes – de Alpenklassieker die aan het begin van de jaren ’90 met veel bombarie door de directie van de Tour is geïntroduceerd, maar nooit haar beoogde status van monument-in-de-dop zal waarmaken en na vijftien edities geruisloos van de kalender verdwijnt – prijkt op zijn erelijst als hij in het voorjaar van 2001 doorbreekt. Aan de zijde van de in het roze gehulde Simoni en runner-up Olano bewijst de tot dan onbekende Unai Osa zich als klassementsrenner.
Allesbehalve favoriet
In tegenstelling tot zijn beide metgezellen op het podium in Milaan staat de Spaanse klimmer voor de Giro-start in Pescara op geen enkel favorietenlijstje. Ook tussen de outsiders voor een hoge klassering valt de naam Osa vooraf nergens te lezen. De 84ste editie van de Italiaanse ronde lijkt vooral een strijd te worden tussen de drie renners die een jaar eerder het podium hadden bevolkt. Stefano Garzelli, Francesco Casagrande en Simoni mogen tweevoudig winnaar Ivan Gotti, Paolo Savoldelli, de al genoemde Olano, tijdrijder Serhij Hontsjar en Jan Ullrich tot hun voornaamste uitdagers rekenen. En dan is er nog Marco Pantani. De Girowinnaar van 1998 is echter nog slechts een schim van de vedette van weleer. ‘Il Pirata’ werd twee jaar eerder, terwijl hij op weg leek zijn eindzege te prolongeren, uit koers gehaald omwille van verdachte bloedwaarden en sindsdien is hij in alle opzichten aardig afgegleden. Met Pantani houdt eigenlijk niemand rekening in 2001. Het blijkt al snel een terechte inschatting. De Italiaan staat niet hoger dan de 24ste plaats in het algemeen klassement als hij opnieuw tegen de lamp loopt. Bij een onaangekondigde en grootschalige politie-inval in de rennershotels wordt insuline gevonden in Pantani’s kamer. Hij moet de ronde direct verlaten en krijgt een schorsing van acht maanden aan zijn broek. De ‘piraat’ is niet de enige die de strijd noodgedwongen voortijdig moet staken. Enkele mindere goden, onder wie Sergio Barbero, Pascal Hervé en Riccardo Forconi worden betrapt op EPO en kunnen naar huis. De grootste rel is echter de uitsluiting van Dario Frigo. De opvallend sterk rijdende Italiaan, met geblondeerd haar, staat tweede in het klassement achter Simoni als ook bij hem doping wordt gevonden in zijn hotelkamer. Exit Frigo. Hem wacht eveneens een maandenlange schorsing.
Ullrich uit vorm
Ondertussen blijkt Ullrich nog lang niet over de vorm te beschikken die hem in staat zou moeten stellen twee maanden later Lance Armstrong het leven zuur te maken in de Tour. De Duitser eindigt in Milaan op een teleurstellende 52ste plaats. Casagrande zit op dat moment al drie weken thuis. De Italiaanse favoriet voor het roze komt in het openingsweekeinde hard ten val in de door regen spekglad geworden afdaling. Ook Garzelli, Savoldelli en Gotti verliezen tijd, die hen vrijwel onmiddellijk kansloos maakt op een topklassering. Tussen alle denkbeeldige rookwolken door laveert Osa als een volleerd slangenmens. De Spanjaard won twee jaar eerder weliswaar de Tour de l’Avenir, maar staat sinds zijn overstap naar de profs niet bekend als een buitengewoon klassementsrenner. Binnen iBanesto.com mag Osa echter zijn goddelijke gang gaan in de Giro. Kopmannen Francisco Mancebo en José María Jiménez en jong talent Denis Mensjov zijn niet in Italië aanwezig en richten zich op de Tour.
Osa’s Italiaanse ploeggenoten Marzio Bruseghin en Leonardo Piepoli zijn er wel, maar hebben nog niet de status die ze enkele jaren later bereiken. In de achtste etappe, een heuvelachtige rit naar Reggio-Emilia, klimt Osa de top 10 van het klassement in. Daarna lijkt het of er een magneet op zijn voorband zit, die hem vastklinkt aan Simoni, Olano en de andere gevestigde klassementsmannen. Terwijl om hem heen meerdere concurrenten wegvallen of door het ijs zakken, houdt Osa stand en klimt dag na dag een sport op de ladder omhoog. In Milaan staat hij derde. Het blijkt achteraf een eenmalige uitschieter. De Spanjaard zal in de Vuelta van 2003 nog negende worden, maar verder nooit meer een noemenswaardig klassement rijden. Net als veel generatiegenoten wordt ook hij later in verband gebracht met doping en gaan er onderzoeken lopen. Zijn derde plek in de Giro van 2001 blijft echter voor altijd staan. Ook al herkent bijna niemand hem nog als de foto van het eindpodium, nu precies een kwart eeuw geleden, getoond wordt, het is wel degelijk eendagsvlieg Unai Osa.

Foto Sirotti
Foto Sirotti
Foto Sirotti