Foto Sirotti

Wielercultuur

De fietsende filosoof en schrijver: Guillaume Martin (1993)

Vraag Guillaume Martin tussen welk rijtje namen hij de zijne het liefste ziet staan, Bernard Thévenet, Laurent Fignon en Bernard Hinault – de drie meest recente Franse Tourwinnaars – of Blaise Pascal, Henri Bergson en Jean-Paul Sartre – drie voorstaande Franse filosofen – en het zal vermoedelijk even stil worden. Bedachtzaam en weloverwogen zal Martin zijn antwoord formuleren. De keuze is voor hem bepaald niet eenvoudig. Beide reeksen namen wekken immers bewondering op bij de renner, die voordat hij toetreedt tot het profpeloton eerst een wetenschappelijke opleiding tot filosoof heeft afgerond. Terwijl zijn leeftijdsgenoten zich te goed doen aan internet en videogames, zit Martin na iedere training urenlang met zijn neus in de boeken. In 2015, uitgerekend hetzelfde jaar waarin hij op de fiets doorbreekt door de juniorenversie van Luik-Bastenaken-Luik op zijn naam te schrijven, behaalt Martin ook zijn master filosofie aan de Universiteit van Parijs-Nanterre. Uiteraard sijpelt de koers aan alle kanten door in de scriptie, die de toekomstige profrenner bij zijn professor inlevert. Als student combineert de Fransman niet alleen letterlijk zijn beide passies, hij linkt ze ook aan elkaar in de bijna vuistdikke thesis, die hem enkele weken later zijn universitaire titel zal opleveren. Martin past de negentiende eeuwse filosofie van de Duitse denker Friedrich Nietzsche toe op de koers. Later zal hij in een interview eens toelichten dat in zijn optiek niet Pierre de Coubertin, die algemeen beschouwd wordt als een van de grondleggers van de Olympische Spelen en aan wie de aloude gedachte ‘meedoen is belangrijker dan winnen’ wordt toegeschreven, de geestelijk vader is van de topsport, maar juist Nietzsche. Die brengt te berde dat winnen het logische gevolg is van het verleggen van grenzen. Precies dat spreekt Martin aan. Hij beschouwt zichzelf zelfs als een geestverwant van de Duitser.

In de scriptie – Applying Nietzsche In Modern Day Sports luidt de titel – verweeft de Franse renner zijn beide passies met elkaar alsof je water en siroop samen limonade laat worden. Ook als hij, kort na een dikke voldoende voor zijn schrijven te hebben geoogst, zijn handtekening zet onder een profcontract bij Wanty-Groupe Gobert, onderscheidt Martin zich van zijn collega-renners. Niet zo zeer door prestaties op de fiets, maar door hetgeen waarmee hij in de uren dat hij niet op het zadel zit, bezig is. Martin wil iets bewijzen. Aantonen dat de aanname dat wielrenners per definitie niet de meest snuggere personen op aarde zijn, pertinente nonsens is. NRC-verslaggever Dennis Boxhoorn tekent uit de mond van de Fransman op dat die in zijn thuisland ervaart dat er nog wel eens op coureurs wordt neergekeken. Net als op mensen die andere vormen van fysieke arbeid leveren om hun brood te verdienen, voegt Martin toe. Om dat te ontkrachten heeft de renner een heus toneelstuk geschreven, Plato Versus Platoche. Terwijl Martin in de zomer van 2018 onderweg is naar een 21ste plek in de Tour, pent hij in de avonduren op zijn hotelkamer een filosofische komedie neer. Die wordt niet veel later opgevoerd tijdens een theaterfestival in Avignon. Voor de regie tekent zijn eigen moeder, die dankzij haar werk als actrice over de broodnodige toneelervaring beschikt. Het is lang niet de enige creatieve en filosofisch ingestoken uitspatting, die ontspruit aan het brein van Martin.

 

Schrijver Martin

Een jaar later komt hij met een boek. Socrates Op De Fiets, heet het. Een bescheiden deel van het verhaal is autobiografisch en gaat over het leven als renner en de mores binnen het profpeloton. Het grootste gedeelte is echter een verslag van een fictieve en anachronistische Tour de France. Martin laat zijn favoriete filosofen, ingedeeld in landenploegen, tegen elkaar fietsen. Natuurlijk zitten zijn persoonlijke nationale helden Pascal, Bergson en Sartre in het Franse team. Nietzsche wordt namens Duitsland opgesteld. Griekenland is, in tegenstelling tot in echte koersen, eindelijk eens buitengewoon goed vertegenwoordigd. Met Socrates, Plato en Aristoteles staan er zowaar drie kopmannen aan het vertrek. Ook Nederland is van de partij, want Erasmus en Spinoza mogen in dit deelnemersveld vanzelfsprekend niet ontbreken. Spoiler alert: laatstgenoemde zal de ‘ronde der filosofen’ zelfs winnen. Dankzij Martin en diens fantasie heeft Nederland er na Jan Janssen en Joop Zoetemelk zowaar een derde Tourwinnaar bij.

Geen eendagsvlieg

Heel positieve recensies krijgt het schrijfdebuut niet. In de inleiding meldt Martin trots van zijn uitgever de vrije hand te hebben gekregen, maar dat was met terugwerkende kracht misschien toch niet zo’n heel goed idee. Zoals wel vaker is alle begin moeilijk. Waar de renner zich gaandeweg zijn profcarrière steeds meer ontpopt tot een van de beste Fransen in de eindklassementen van de Tour, Vuelta en Giro, laat ook zijn schrijverscarrière een trendlijn zien die oploopt als een Alpencol. Drie jaar na het boek over die fictieve editie van de Ronde van Frankrijk komt Martin, dan inmiddels rijdend voor de Cofidis-ploeg, met een opvolger. In Het Peloton En Ik, dat deels is geschreven tijdens de Tour van 2021 – Martin werd achtste; zijn beste klassering tot nu toe – onderzoekt hij de overeenkomsten en verschillen tussen een peloton en de samenleving. Aan de hand van persoonlijke voorbeelden uit de koers kijkt hij bovendien naar maatschappelijke problemen, zoals klimaat en democratie. Nu levert zijn werk hem wel veel lof op. In plaats van zijn naam toe te voegen aan het rijtje Franse Tourwinnaars is de kans groter dat Guillaume Martin zich schaart tussen beroemde schrijvende landgenoten als Michel Houellebecq en Annie Ernaux.

Bekijk ook van Vincent de Lijser

Vandaag jarig: Martin Early en zijn zeldzame zege in de Tour 1989

Wielercultuur

Hoe Iljo Keisse en Glenn O’Shea de Zesdaagse van Gent 2012 wonnen

Zonder te praten

Wielercultuur