Foto Sirotti
Hoe Carlo Bomans in 1989 Belgisch Kampioen werd
De ploeg die de Tourwinnaar en de wereldkampioen levert, wordt aan het einde van het jaar haast vanzelf beschouwd als een van de sterkste van het wielerseizoen. In 1989 is niets minder waar. De overwinningen van Greg Lemond in Parijs en een maand later in Chambéry zijn niet meer dan een camouflage, die de chaos bij zijn werkgever heel handig verhult. Het is dat jaar namelijk een puinhoop binnen de ADR-ploeg. Niet alleen achter de schermen rommelt het bij het, door een autoverhuurbedrijf gesponsorde en door José De Cauwer geleide, team. Ook in koers is meermaals zichtbaar dat ADR verre van een eenheid is. Het kost de ploeg niet zelden een aansprekende overwinning.
Gebrand op een sterk optreden
Een week voordat de Tour in Luxemburg van start gaat, staat de zegeteller op niet meer dan zeven stuks. Drie daarvan zijn geboekt door Eddy Planckaert. De sprinter annex klassiekerspecialist had een teleurstellend voorseizoen achter de rug. In de Ronde van Vlaanderen kon hij zijn succes van een jaar eerder niet prolongeren en ook Gent-Wevelgem en Parijs-Roubaix waren in mineur geëindigd. Alleen de E3 Prijs in Harelbeke wist de jongere broer van Willy en Walter aan zijn erelijst toe te voegen. Eerder in het seizoen had Planckaert de weinig aansprekende Spaanse eendagskoers GP Ciudad de Albacete op zijn naam geschreven en ook een etappe in de Vuelta gewonnen. Ploeggenoot Marnix Lameire had dat laatste eveneens gepresteerd en vervolgens nog twee ritten in de Ronde van Aragon buit gemaakt. Johan Lammerts voegde er nog een dagsucces in de Ronde van de Mijnvalleien aan toe, maar vervolgens stokte de zegeteller van ADR als een fiets waar de ketting vanaf is gelopen. Vandaar dat De Cauwer en zijn ploeg gebrand zijn op een sterk optreden tijdens het Belgisch kampioenschap, zes dagen voor de Tour. Een van de renners in de zwart-geel-rode driekleur krijgen is topprioriteit. Spoiler alert: ADR zal hopeloos falen. De Cauwer slaagt er niet in alle neuzen dezelfde kant op te bewegen, waardoor een lachende derde aan de haal gaat met de titel. Diens naam luidt Carlo Bomans.
Doorspoelen naar het eind
Als de 242 kilometer lange titelstrijd rond Waregem een boek of een film was geweest, zou je met een gerust hart onmiddellijk kunnen doorspoelen naar de slotscène of alleen het laatste hoofdstuk hoeven lezen. Urenlang gebeurt er namelijk nagenoeg niets. Lamgelegd door de brandende zomerzon, die het kwik laat oplopen tot ruim boven de dertig graden Celsius, werkt het peloton plichtmatig haar rondjes af. De bel, ten teken dat de laatste omloop ingaat, lijkt met terugwerkende kracht het sein dat het deelnemersveld beseft dat het publiek nog iets te goed heeft. Alsof er plotseling een schuldgevoel opborrelt bij een aantal renners, wordt de eindeloos lijkende saaiheid binnen de kortste keren omgebouwd tot een bloedstollend spannende ontknoping. Iets eerder hebben zestien renners zich al van de rest afgescheiden. Liefst vijf van hen dragen het lichtgroene tricot van ADR. De in geldnood verkerende en later enigszins malafide blijkende Brugse zakenman François Lambert heeft statistisch gezien ineens meer dan dertig procent kans op de kampioenstrui. Natuurlijk zit kopman Planckaert erbij, net als Fons De Wolf, René Martens, Johan Museeuw en – what’s in a name! – Filip Van Vooren. Tot de overige koplopers behoren Claude Criquielion, Edwig Van Hooydonck, Herman Frison en Bomans. Laatstgenoemde, rijdend voor het door Walter Godefroot geleide Domex-Weinmann, kan slechts op een ploeggenoot terugvallen. Jan Goessens. Het lijkt onbegonnen werk tegen de numerieke meerderheid van het vijftal ADR-renners.
Martens’ schakelprobleem
De bel heeft al even geklonken als Martens zijn duivels ontbindt. De winnaar van de Ronde van Vlaanderen van 1982 neemt een voorsprong van een meter of honderd, maar verder groeit zijn marge niet. De achtervolgers krijgen het gat echter niet dicht. Bomans zet al snel Goessens op kop, maar hoe de Belg ook sleurt en trekt, Martens geeft geen krimp en houdt stand. Ondertussen wordt Planckaert steeds onrustiger. De kopman van ADR heeft duidelijk zijn zinnen op de Belgische driekleur gezet, maar die raakt steeds verder uit het zicht doordat zijn metgezellen het gat ten opzichte van zijn ploegmaat niet weten te dichten. Waar schaduwkopman De Wolf zich duidelijk heeft verzoend met het teambelang, probeert Planckaert steun te ronselen om Martens bij te halen, zodat hij zelf op de Nokereberg kan demarreren. Het is de verklaring voor de merkwaardige situatie die volgt. Kijkers naar de BRT zien plotseling een renner in hetzelfde fluorescerende lichtgroen als de koploper de forcing voeren. Museeuw heeft zich voor het karretje van Planckaert laten spannen en knabbelt seconde na seconde van de voorsprong van Martens af. Die begaat op de laatste scherprechter van de dag bovendien een kapitale fout. De hele dag kampt de Belg al met problemen met zijn versnellingsapparaat. Bergop schakelen is onmogelijk en hij moet telkens met een te groot verzet omhoog. Rondenlang gaat dat goed, maar in kansrijke positie vergeet Martens het euvel. Hij schakelt toch en tikt de ketting van zijn derailleur.
Bomans profiteert
Ondertussen stormt Planckaert de Nokereberg op. Van het tiental seconden dat de ene ADR-renner op de ander voor lag is door Martens’ eigen onhandigheid ineens niets meer over. De koploper moet een voet aan de grond zetten. Ondertussen stuift Planckaert zijn onfortuinlijke ploegmaat voorbij alsof die er niet staat. Slechts een concurrent kan hem bijhouden. Bomans. Die profiteert van het feit dat zijn metgezel niemand meer vertrouwt. Voor hetzelfde geld krijgt hij een koekje van eigen deeg en rijdt een van de anderen van ADR nu achter hem aan?! Vandaar dat Planckaert volle bak doortrekt, met Bomans op zijn denkbeeldige bagagedrager. Zelfs de sprint besluit hij van kop af in te zetten. Het blijkt een kamikazeactie, ongeacht of die nu is ingegeven door overmoed of de angst door zijn eigen ploeg te worden geflikt. Zijn laatst overgebleven opponent heeft kilometerslang krachten kunnen sparen, rijdt een iets kleiner verzet dan Planckaert en laat zich gewillig lanceren om onbedreigd naar de Belgische titel te rijden. Terwijl de ADR-renners elkaar in de coulissen uitmaken voor alles dat vies en voos is, laat een wat kalende, blonde renner zich in de driekleur hijsen. Niet Planckaert, maar Carlo Bomans mag als Belgisch kampioen naar Luxemburg om daar aan de Tour te beginnen. Een ronde die met Greg Lemond uitgerekend een renner van ADR als winnaar zou krijgen.
