Foto A.S.O/ Cxcling/ Naike Erenozaga

Fietsinspiratie

Column: La Vuelta – Julio Iglesias

Voor sommigen is het het mooiste dat er is, voor anderen een verplicht nummertje en voor nog weer anderen een ware beproeving, waarbij de balans wordt opgemaakt tussen succes en verlies. De tijdrit, in elke grote ronde zit er minstens een en meestal twee, soms in ploegverband, maar sowieso altijd eenmaal individueel. De meeste klassementsmannen lusten er wel pap van, maar diegene die er iets minder bedreven in zijn kijken er met angst en beven naar uit. Het is het moment waarop de in de bergen zorgvuldig opgebouwde en vaak met bloed, zweet en tranen verdedigde voorsprong op de naaste belagers in minder dan een uur teniet kan worden gedaan.

Een klassementsman was Johnny Klok niet. Zijn bouw was iets te stevig voor het hooggebergte, het was niet zo dat hij in de laatste bus belandde en zich over bergen moest stoempen om niet buiten tijd binnen te komen, maar om nou te zeggen dat hij als een klimgeit elegant het hooggebergte bedwong was ook wat overdreven. Daarentegen was hij weer te licht voor de sprint, hij had een prima motor, die het meestal tot vlak voor de meet volhield, maar de finale punch die van een sprinter een winnaar maakte bezat hij niet. Eigenlijk was hij de vleesgeworden middelmaat, maar dan wel met die hele grote motor, wat van hem de perfecte knecht maakte. Dit met één kanttekening: zijn grote motor was de basis voor een fenomenale tijdrit, waarmee hij zich ook individueel kon onderscheiden. Als het tegen de klok ging, dan waren er weinigen die zo hard konden als Johnny, in het peloton werd hij respectvol Johnny de Brommer genoemd. Johnny was daarnaast goedlachs en had zelf ook vaak de lachers op zijn hand. Kortom: Johnny was de perfecte teamgenoot, zowel voor het brommerwerk in grote rondes als voor de mentale aspecten die bij drie weken bivakkeren boven de dertig graden in ongeconditioneerde hotelkamers hoorden. Hij kon er voor zorgen dat de moed er gedurende dit soort ontberingen in werd gehouden.

Zelf kon Johnny het meest genieten van zijn tijdritten. Hoewel hij het knechtenwerk voor zijn kopmannen altijd met veel plezier deed, haalde hij toch de meeste voldoening uit zijn races tegen de klok waar hij voor eigen succes kon gaan. Sinds zijn jeugd bij de nieuwelingen had hij plezier gehad in deze pittige, individuele exercities, waar hij door de jaren heen steeds beter in was geworden. Bij de nieuwelingen won hij de districtskampioenschappen van het noorden, maar was nog te licht voor het landelijke podium. Als eerste jaars junior volgde zijn eerste landelijke podiumplek en als tweedejaars junior besteeg hij voor het eerst het hoogste treedje. Die plaats stond hij daarna zowel bij de beloften als bij de grote mannen in Nederland niet meer af en ook op wereldniveau behoorde hij tot de absolute top.

Tijdens een tijdrit ontstond er altijd spontaan een liedje in zijn hoofd. Of eigenlijk een flard van een liedje, enkele regels uit een couplet met een refrein of alleen het refrein. Dit fungeerde als een mantra waarop hij de meters die nog voor hem lagen kon wegtrappen. Hoe meer hij in zijn ritme kwam, hoe beter het mantra in zijn hoofd als een soort mentale drug ging werken. De wereld om hem heen werd buitengesloten en in zijn hoofd was er de weg vóór hem, zijn fiets en het drummende mantra. Schreeuwende ploegleiders waren niet aan hem besteed, dat leidde hem alleen maar af en irriteerde hem mateloos. In volledige stilte, met de zen van zijn mantra om zich heen legde hij keer op keer de perfecte tijdrit af.

De zestiende rit in de Vuelta dat jaar stond al maanden rood omcirkeld in de agenda van Johnny. De individuele tijdrit was lang en vlak dat jaar. Een mooi parcours door een licht geaccidenteerd landschap van olijfgaarden en langs brede wegen beloofden niets dan goeds voor de dag die voor hem lag. Vol goede moet stond Johnny, dankzij zijn huidige klassering als honderddertiende in het algemeen klassement, als een van de eerst kanshebbers op de dagzege aan de start.

De eerste kilometers kwam hij direct lekker in zijn ritme. Het weer was aangenaam, na een warme week in het stoffige binnenland reden ze vandaag langs de kust waar een plezierige briesje stond wat ervoor zorgde dat het kwik rond de vijfentwintig graden bleef hangen. Datzelfde briesje kwam niet boven kracht twee uit, alles bij elkaar uitstekende omstandigheden voor een topprestatie. Het was wachten welk liedje zich vandaag in zijn hoofd zou aandienen. Zodra dat er was zou hij de rest van de wereld kunnen buitensluiten en op zijn mantra met volle kracht naar de meet toe kunnen denderen. Sneltrein Johnny was klaar voor vertrek!

Terwijl de eerste klanken door zijn hoofd klonken realiseerde hij zich dat er iets niet klopte. De liedjes in zijn hoofd waren altijd uptempo of er zat in ieder geval een duidelijk ritme in. Op dat ritme kon hij zich voortbewegen, maar wat er nu in zijn hoofd kwam was melodisch, er zat geen ritme in, het zoemde onbestemd door zijn hoofd. Ook de tekst kon hij niet thuisbrengen, Spaans dat wist hij wel, dat had hij de afgelopen weken uitentreuren gehoord.

Plotseling schoot het door hem heen, het was het liedje dat gisteren tijdens het avondeten meerdere keren uit de luidsprekers in de eetzaal had geschald. Iets dat leek op ‘olijven uit de rivier’ en nadat ze het voor de vierde keer voorbij hoorden komen, hadden ze de eigenaar gevraagd of er ook andere muziek kon worden gespeeld. Dit tot grote verontwaardiging van de uitbater, want wie hield er nou niet van señor Julio Iglesias…

‘Ik dus niet,’ dacht Johnny met terugwerkende kracht, maar het was te laat. Hoe hard hij ook zijn best deed om het lied uit zijn hoofd te verbannen, hij wist dat het tijdens deze rit niet meer zou vertrekken. En zo zakten de ‘olijven uit de rivier’ richting Johnny’s benen die daardoor langzaam volliepen. Als papperige zandzakken brachten deze krachteloze benen hem naar de streep, waar hij compleet leeg gereden en ontgoocheld overheen zwabberde. Zo eindigde Johnny, geheel onverwacht en met dank aan señor Iglesias, op een zeer ondankbare drieënvijftigste plaats.

Bekijk ook van Fedde Benedictus

Column: La Vuelta – Julio Iglesias

Fietsinspiratie

Column: La Vuelta – vallen en opstaan

Wielercultuur