Foto Hans Peters for Anefo (via Commons-Wiki)

Wielercultuur

De jarige Jan Huisjes en zijn bijna-titel: Van teleurstelling in Beek tot twee nationale titels in 1977

Het Nederlands kampioenschap van 1977 is al ruimschoots over de helft als steeds meer mensen beginnen te geloven in een daverende verrassing. Niet een van de erkende favorieten, zoals Gerrie Knetemann, Joop Zoetemelk of Hennie Kuiper, lijkt op weg naar de rood-wit-blauwe driekleur, maar een 26-jarige eerstejaarsprof uit Hardenberg. Jan Huisjes is zijn naam. Een relatief onbekende renner, uitkomend voor De Onderneming. Gesponsord door een oliehandel uit Gouda is de bescheiden ploeg voor het tweede opeenvolgende jaar aanwezig in het peloton.

Waar het grote TI-Raleigh, aangestuurd door ploegleider Peter Post, de grote smaakmaker is in vele internationale koersen en de Frisol-ploeg van Piet Libregts een goede tweede is in de pikorde, staat De Onderneming nadrukkelijk in de schaduw van de grootmachten. Niet meer dan elf renners telt de selectie in 1977. Gerard Vianen, Jan Krekels – beiden enkele jaren eerder ritwinnaar in de Tour – en voormalig nationaal kampioen Tino Tabak zijn de bekendste namen, die in het roodwitte tricot over ‘s heren wegen rijden. Ook Gerrie van Gerwen, later vooral bekend als rennersmanager tijdens de na-Tourcriteriums, maakt deel uit van de ploeg en dan is er nog een eerstejaarsprof met een ijzersterk eindschot in de dijen. Huisjes kan zowel op de weg als de baan uitstekend uit de voeten, met name omdat hij een niet te onderschatten sprint in huis heeft. Precies dat laatste maakt dat op zondag 26 juni 1977 steeds meer mensen beginnen te geloven in zijn winstkansen. Na honderd van de in totaal te rijden 239 kilometer rond de Adsteeg in het Zuid-Limburgse Beek is de neoprof op avontuur gegaan. In gezelschap van twee medevluchters legt hij een groot deel van de ruim acht kilometer lange omlopen, die de renners in totaal 29 keer moeten rijden, een voor een af. Het drietal werkt eendrachtig samen en bouwt al snel een royale marge op. Bovendien maakt Huisjes een ijzersterke indruk en kan hij bogen op zijn eindschot. Iets dat over zijn twee overgebleven rivalen nauwelijks gezegd kan worden.

Ondanks dat TI-Raleigh en Frisol het gehele kampioenschap vooral opvallen door hun collectieve passieve rijgedrag, hebben beide ploegen wel degelijk een mannetje mee gestuurd in het kielzog van Huisjes. Aad van den Hoek behartigt de belangen van TI-Raleigh, terwijl Fedor den Hertog zorgt dat ook het witte Frisol-tenue de gehele koers zichtbaar is. Ruim zeventig kilometer, waarin het trio een marge van zes minuten ten opzichte van het peloton vergaart, rijden de drie samen vooruit. Dan wordt langzaamaan pijnlijk duidelijk dat niet zijn medevluchters, maar vooral de afstand de meest geduchte tegenstander gaat zijn van Huisjes. De debutant is een koers van tweehonderd kilometer niet gewend. Laat staan dat er daarna nog een uur doorgefietst dient te worden. Bovendien heeft hij zich niet onbetuigd gelaten als het gaat om wie van de drie de meeste kopbeurten voor zijn rekening neemt. Zodra Den Hertog bemerkt dat het beste er af is bij de in een sprint normaal gesproken rappere Huisjes, besluit hij het er direct op te wagen. Met een korte, maar ferme tempoversnelling schudt hij de neoprof af. Ook Van den Hoek moet onmiddellijk passen. Ineens is Den Hertog alleen. Dat hij nog zestig kilometer solo dient te overbruggen neemt hij voor lief. Terecht, zal achteraf blijken. Pas na de finish zien de anderen de kersverse nationaal kampioen terug. Huisjes en Van den Hoek zijn dan al enige tijd bijgehaald door een vijftal anderen, onder wie Kuiper en Knetemann. De moegestreden renner, die nooit eerder in wedstrijdverband 240 kilometer had gereden, rest slechts een anonieme achtste plaats. Had hij halverwege het NK, net als een snel groeiend aantal toeschouwers en volgers, nog de illusie serieus kans te maken op het roodwitblauw, naarmate de finish dichterbij kwam werd de zeepbel hardhandig doorgeprikt.

Nog geen zes weken later krijgt Huisjes zijn kans op revanche. Hij kan immers behalve op de weg ook uitstekend op de piste uit de voeten. Sterker, misschien liggen daar wel zijn kwaliteiten. In ieder geval als het aan baancoach Jan Derksen ligt. Die adviseert Huisjes zich meer te specialiseren. In het Zesdaagse-circuit zou hem dat in de wintermaanden een aardig belegde boterham kunnen opleveren. Bovendien vallen er op de baan jaarlijks meerdere nationale titels te behalen. Precies zo’n zelfde roodwitblauwe trui als de neoprof in Beek was misgelopen, doordat hij zich in al zijn overmoed en enthousiasme door met name Den Hertog te veel had laten afmatten. Een baankoers gaat echter nooit over meer dan tweehonderd kilometer. Slechts een kwart ervan moet er op donderdag 4 augustus 1977 worden afgelegd om te bepalen wie zich Nederlands kampioen op de vijftig kilometer mag noemen. Geholpen door ploegmaten Van Gerwen en Tabak hebben de drie renners van De Onderneming halverwege de titelstrijd, samen met nog vijf anderen, al een ronde voorsprong te pakken op de rest van het deelnemersveld. Dat gegeven elimineert de meeste van Huisjes’ concurrenten. Als het octet na 49,8 kilometer mag gaan sprinten, toont hij zich zonder problemen veruit de snelste. Een nationale titel is alsnog een feit. De volgende dag komt er daar op het sprinttoernooi zelfs nog een tweede bij, als Huisjes Wim de Wilde en Piet van der Touw aftroeft. Een daverende verrassing op de Adsteeg was te hoog gegrepen voor Jan Huisjes, maar vijf weken na dat NK hangen er toch maar mooi twee roodwitblauwe kampioenstruien in zijn kast.

Foto Hans Peters for Anefo (via Commons-Wiki)

Bekijk ook van Vincent de Lijser

De jarige Jan Huisjes en zijn bijna-titel: Van teleurstelling in Beek tot twee nationale titels in 1977

Wielercultuur

Terug in de tijd: het jaar 1997 toen de jarige Rolf Sørensen De Ronde won

Wielercultuur