Fietsinspiratie

Rustdag in de Giro d’Italia – de meesterknecht

De meeste renners wisten al voordat ze belofte werden dat het er net niet in zat. Niet dat ze slecht waren, nee dat zeker niet, dat bij lange na niet, ze wonnen op jonge leeftijd veel. Eerst de trainingswedstrijdjes, dan criteriums en zelfs af en toe een klassieker bij de nieuwelingen of de junioren. Ze waren goed, heel erg goed zelfs, maar niet de beste, niet de top, dus wat dan?

tekst: Fedde Benedictus

Deze renners hadden tijd nodig om te ontdekken dat ze niet tot die absolute top behoorden. Ze waren hun hele jeugd al veel aan het winnen, maar naarmate ze ouder werden en stevigere wedstrijden gingen rijden, begon de lat hoger te liggen en hun prestaties lager. Een periode waarin ze met hun neus op de feiten werden gedrukt en enigszins teleurgesteld diezelfde neus van het wielrennen afwendden en deze richting andere doelen in het leven staken. De harde lessen van het behalen van de absolute top… of net niet.

Dat gold niet voor Bonne Boomsma, Bonne was vroeg begonnen met wielrennen en wist al snel dat hij geen winnaar was. Hij had dat op zijn elfde al geaccepteerd. En juist daardoor had Bonne nooit het plezier in de wielersport verloren. In een tijd ver voordat het ging over kopmannen en knechten, over winnaars en waterdragers had hij zich al bij zijn situatie neergelegd. Bonne was een waterdrager en dus besloot hij dat, als hij dat dan toch was, hij maar beter een van de beste waterdragers van het peloton kon worden.

 

En terwijl iedereen om hem heen bezig was om kopman te worden, was Bonne bezig om de beste knecht ter wereld te worden. Waar anderen helden hadden als: Eddy Merckx, Bernard Hinault, Lance Armstrong en Alberto Contador, waren Bonnes helden mannen als: Gert Jacobs, George Hincapie en Bram Tankink. Echte mannen die water konden halen, dragen en doorgeven. En mannen die een koers tactisch konden lezen, ook iets waar Bonne zich jaren in bekwaamde. Kortom: de waterdragers waren in de ogen van Bonne de echte helden van het peloton.

Zo groeide Bonne, net als zijn helden, door tot meesterknecht. In zijn jeugd bij de nieuwelingen en junioren, waar er minder ruimte was voor ploegentactiek, koerste hij nog voor eigen succes, waarbij hij structureel uitslagen in de top tien reed, maar nooit het podium haalde. Wel zagen scouts zijn zeker aanwezige talenten en via een opleidingsploeg waar hij zijn waterdragende kwaliteiten verder ontwikkelde, belandde hij als derdejaars belofte bij een Italiaans WorldTeam. Na een leerzaam eerste jaar, waar hij werd ingezet in de kleinere etappekoersen en werd klaargestoomd voor het grotere werk, volgde in zijn tweede jaar de ultieme uitdaging. Na twee frustrerende jaren waarin hun kopman als derde was geëindigd in de grootste thuiswedstrijd was dit jaar het enige doel van de felgroene ploeg om een roze eindklassering te behalen en Bonne was geselecteerd om hem daar naar toe te knechten.

Hoewel de ploeg het zeker niet onverdienstelijk deed stond de kopman op de laatste dag voor de finish in Milaan weliswaar op het podium, maar wederom op het verfoeide derde treetje. Toch waren de verschillen klein, de achterstand van de kopman op het roze was slechts achttien tellen. Er stond die dag een zware bergrit op het menu. Op de een na laatste klim van de dag, eentje van de buitencategorie moest Bonne op drie kwart van de top de klimgeiten van het peloton, waaronder zijn mede meesterknecht de klimmer Baroni en zijn kopman Gambani, laten gaan.

Vlak voor de top van de klim kwam de ploegleidersauto naast Bonne rijden en vertelde de ploegleider hem dat hij op iets minder dan een minuut van de kop van de wedstrijd fietste. Hij hoorde dat zijn kopman Gambani op de top zijn bidon had gemist en klaagde over te weinig voeding voor de finale. Bonne werd volgepakt met gelletjes en stak twee bidons onder zijn shirt, waarna een zeer effectieve plakbidon, met een UCI waarde van minstens 500 Zwitserse Frank, zijn achterstand op de top terugbracht tot dertig seconden. Als een baksteen met doodsverachting stortte Bonne zich vervolgens in de afdaling naar beneden en geholpen door het extra gewicht van de bidons sloot hij onderaan de klim weer aan in het laatste wiel van het uitgedunde peloton. In de vallei overhandigde Bonne zijn teamgenoten twee bidons en de nodige gelletjes, waarna hij zich op kop van de groep zette. In het overgebleven stuk van de vallei, voor de laatste klim van de dag, sleurde Bonne de resten van wat ooit het peloton was geweest verder aan flarden. Hij reed zich helemaal leeg terwijl Baroni en Gambani de door hem meegebrachte bevoorrading tot zich namen. Hij zette de Italianen perfect af voor de laatste klim, waarna zij met hernieuwde energie op deze klim iedereen uit het wiel reden. Na een ongenadige kopbeurt van een geravitailleerde Baroni, soleerde Gambani met overmacht naar de finish.

Toen tien minuten na zijn kopman ook Bonne over de meet kwam, stond Gambani inmiddels met een fris gezicht en grote glimlach op het podium. In de verte zag Bonne hem in het roze staan en genoot van het moment. De trui straalde mooier dan ooit en toen hij naar zijn eigen shirt keek leek dat ook roze gekleurd. ’s Avonds op Sporza zag Bonne zijn kopman in een interview de dag nabeschouwen, met de wandeletappe naar Milaan voor de boeg had hij een comfortabele voorsprong van 45 seconden in het algemeen klassement. Uitvoerig deed de Italiaan uit de doeken, dat daarvan 15 aan Bonne, 15 aan Baroni en 15 aan hemzelf te danken waren. De volgende dag werd Gambani in Milaan gehuldigd als winnaar van de Giro.

Bekijk ook van HetisKoers!

Rustdag in de Giro d’Italia – de meesterknecht

Fietsinspiratie

Mechanic Monday: Pro Elite work stand van Feedback Sports in de Service Course!

Een must voor elke sleutelaar?

Service Course (Materiaal)