Wielercultuur

Giro d’Italia – de vroege vlucht

De lange sliert renners en volgauto’s bewoog zich langzaam voort door het golvende Toscaanse
landschap dat deze tweede week van mei was ontploft in een weelderige zee van groen. De zon
streelde het peloton bij een aangename temperatuur van 23 graden en daardoor kabbelde datzelfde
peloton met de vaart van een sierlijk meanderend beekje door la Bella Italia. De vroege vlucht had
al na tien kilometer de zegen van het peloton gekregen en reed inmiddels op een riante
voorsprongen van elf minuten, maar de koers was nog lang, er waren nog ruim 120 kilometer te
gaan. Bijna niemand maakte zich druk, het leek alsof de riposo over het wielercircus was
neergedaald.

Dat gold niet voor Sietse Spaaksma, hij zat achterin de Skoda Octavia van Vini Frisoni, een kleine
Italiaanse ploeg die geheel onverwacht een wild card had gekregen voor deze Giro. Vandaag was
voor hen een topdag, want van de vier renners in de vlucht kwamen er twee uit hun gelederen, een
ongekende luxe. Normaal sloot de ploegleiderswagen van de Frisoni’s als laatste de rij, hun best
geklasseerde renner stond op een 83e plaats in het algemeen klassement, maar vandaag mochten ze
na een half uurtje koers de hele stoet voorbij om zich achter de kopgroep te nestelen. Sietse was de
materiaalman van de ploeg. Hij zat vergezeld van een set wielen achter de twee ploegleiders op de
achterbank. De voorbank van de auto ratelde in rad Italiaans over de tactiek die ze zouden kunnen
aanwenden om de dagzege binnen te slepen. Sietse die een handjevol Italiaanse woorden kende, kon
er weinig tot niets van volgen. Door de opgewonden Italiaanse woordenbrij klonk de
wedstrijdradio, de jurywagen hield alles in de koers bij en deed dat in het Engels wat Sietse beter
begreep en dus volgde hij de koers op die manier. Het feit dat Sietse achterin de auto zat had dan
ook niets te maken met zijn taalkennis maar alles met zijn talent. Sietse kon namelijk wisselen als
een dolle, een nieuw wiel zat er bij hem binnen enkele seconden in. Daar kwam bij dat Sietse een
fenomenale duwer was, als een renner weer op de fiets zat dan duwde Sietse hem op gang en niet
met een armetierig zetje, waarmee meer lucht werd verplaatst dan kracht overgebracht, nee, Sietse
kon duwen zoals Ted van der Parre in zijn beste dagen, waarbij hij renners als een raket lanceerde.

Op tachtig kilometer van de finish begon de voorsprong van de vier vluchters langzaam terug te
lopen. Het peloton ontwaakte vanuit de riposo en de sprintersploegen binnen de gelederen die kans
zagen op de dagoverwinning begonnen langzaam in beweging te komen. Een stuk of vijf ploegen
zetten hun mannetjes op kop en de voorsprong van de vroege vlucht begon volgens de harde wetten
van de wielersport langzaam te slinken.

Hoe hard de vluchters ook hun best deden om hun voorsprong te behouden, kilometer na kilometer
tikten de seconden en minuten in hun nadeel weg. Op tien kilometer van de streep waren er nog
maar twee minuten over. De twee Frisoni’s besloten in overleg met de ploegleiders dat de meest fitte
zijn kansen op de dagzege zou wagen. Gamba kwam net terug van een blessure en was bereid zich
op te offeren voor zijn ploeggenoot. Hij deed nog een lange laatste kopbeurt waarna Bartioli uit zijn
wiel sprong en solo wegreed. Gamba liet een gat vallen en de medevluchters waren niet meer in
staat om Bartioli te volgen. Bartioli hield de voorsprong na zijn demarrage nog een aantal kilometer
op twee minuten tot hij opeens begon te slingeren. Hij riep iets in zijn microfoontje richting de
ploegleiderswagen. Zijn achterwiel was lek. Om kostbare tijd met het wisselen van het toch iets
lastigere achterwiel te voorkomen werd ervoor gekozen om van fiets te wisselen. Bartioli stopte,
Sietse sprong, dolenthousiast dat hij aan de beurt was om zijn kwaliteiten te tonen, uit de auto,
klikte een fiets van het dak waar Bartioli op sprong en zorgde met een ferme duw dat de renner de
vaart er meteen weer lekker in had. De voorsprong slonk door de actie naar anderhalve minuut,
maar dankzij de snelle wissel en de imposante duw was de kans op winst in deze etappe nog steeds
aanwezig.

Bartioli was erg klein, zelfs voor een Italiaan, zijn teamgenoten waren minimaal vijftien centimeter
langer dan de gedrongen hardfietser. Een tweede fietswissel, naar een fiets van een ploegmaat, zat
er dan ook niet in. Als er nog iets zou gebeuren in de laatste kilometers zou er een wiel gewisseld
moeten worden. En alsof de duivel er mee speelde, reed Bartioli iets voorbij de vod van de laatste
kilometer voor de tweede keer lek. ‘Anteriore, anteriore!’ riep een van de Italianen vanaf de
voorbank, terwijl de ploegleidersauto op vijftien meter voor de uitwijkstrook tot stilstand kwam.
Dat was een Italiaans woord dat Sietse kon dromen, het voorwiel was lek. Sietse griste het juiste
wiel van de achterbank en sprong uit de auto, hij trok het gehavende voorwiel uit de vork en
plaatste in een vloeiende beweging het reserve exemplaar op zijn plaats, met een aantal snelle
draaien zette hij het wiel vast en terwijl hij het kapotte wiel als een bowlingbal richting de
ploegleiderswagen slingerde begon hij met duwen. Achter hem verdween de ploegleiderswagen in
de uitwijkstrook, het peloton was inmiddels genaderd tot op 25 seconden. Sietse was alleen met de
renner, hij duwde en gaf de push van zijn leven, zodat Bartioli als een projectiel richting de finish
werd geschoten.

Sietse keek achterom en zag het aanstormende peloton op nog geen tweehonderd meter achter zich.
Hij dook met gevaar voor eigen leven over de balustrade en landde op zijn handen omdat zijn
voeten achter de bovenkant van het hek bleven hangen. Een toeschouwer hielp hem op de been en
terwijl hij weer rechtop stond en naar de finish keek zag hij Bartioli met een voorsprong van vijf
meter als eerste over de meet gaan.

Bekijk ook van Fedde Benedictus

Giro d’Italia – de vroege vlucht

Wielercultuur

Asfalt, Luik Bastenaken Luik en klinkerkryptonite

Wielercultuur