Foto Sirotti
De jarige Tom Cordes en zijn winst in Trofeo Baracchi 1990
‘Hij was zeker even vergeten dat we weggaan…’ Met hoorbare verbazing in zijn stem licht Tom Cordes toe net zo verrast te zijn geweest als menig Nederlandse sportjournalist, toen zijn bijna ex-ploegleider ten tonele verscheen. De voorbije maanden lag de renner immers voortdurend in de clinch met Jan Raas. Net als ploeggenoot Rolf Gölz. In de optiek van de kalende Zeeuw had het tweetal veel te hoge salariseisen gesteld, maar was daar, gezien hun prestaties, in het geheel geen aanleiding toe.
Woedende Raas
Het had Raas in woede doen ontsteken en voor een niet te lijmen breuk gezorgd tussen de ploegleider en zijn twee pupillen. Niet dat de scheiding op dat moment meteen in gang gezet kan worden. De kalender geeft immers aan dat het pas juni is als de spreekwoordelijke bom barst en het wielerseizoen is net over de helft. Er komen dus niet bepaald leuke maanden aan voor de beide renners. Hun rancuneuze ploegleider besluit Cordes en Gölz buiten de Buckler-ploeg voor de aanstaande Tour de France 1990 te houden. Bovendien moeten beiden hun peperdure tijdritfietsen onmiddellijk inleveren en maar afwachten of en wanneer ze nog worden opgetrommeld door Raas om ergens een koers te rijden. Het is dat de Nederlandse ploeg, in tegenstelling tot de hedendaagse WorldTour-teams, uit niet meer dan twintig renners bestaat en de sponsorbelangen groot zijn. Niet lang na de Tour belt Raas, zij het met frisse tegenzin, de beide dissidenten toch weer op om hun najaarsprogramma kenbaar te maken. Cordes en Gölz dienen namens Buckler nog een paar wereldbekerwedstrijden te rijden, evenals enkele kleinere rittenkoersen. Als slot van hun dienstverband bij de door een alcoholvrij biertje gesponsorde ploeg, worden de twee in september naar Noord-Italië gestuurd om in de koppeltijdrit Trofeo Baracchi aan te treden. De ‘overlopers’ tonen er feilloos aan dat herkenbare emoties als wrok, teleurstelling en rancune de ideale drijfveren zijn om een goed resultaat te behalen.
Niet langer nodig
Dat Cordes en Gölz de bijna honderd kilometer lange chronorace van Borgo Valsugana naar Trente rijden is niet zozeer een afscheidscadeau van hun ploegleider, maar meer het ondubbelzinnige bewijs dat Raas het tweetal niet langer nodig heeft. Een dag voor de Italiaanse koppeltijdrit wordt in Eindhoven namelijk de Grand Prix de la Libération verreden. Een chronorace in teamverband, die bovendien meetelt voor het wereldbekerklassement voor ploegen. Het Buckler van Raas kan een goede uitslag en de bijbehorende punten uitstekend gebruiken. 1990 is namelijk niet het beste seizoen voor de Zeeuw en zijn renners. Waren zijn eerdere ploegen Kwantum en Superconfex in voorgaande jaren alom aanwezig in klassiekers en grote ronden, voor Buckler blijft het bij etappeoverwinningen in de Tour voor Frans Maassen, Gerrit Solleveld en Jelle Nijdam en verder vooral resultaten in de wat kleinere koersen. Desondanks weigert Raas obstinaat om hardrijders Cordes en Gölz op te stellen in Eindhoven. Eerstgenoemde mag zich zelfs een specialist noemen in de ploegentijdrit. Als amateur had Cordes in 1986, in gezelschap van Rob Harmeling, Gerrit de Vries en John Talen, zelfs namens Nederland de wereldtitel gepakt op de honderd kilometer. Het was een van de wapenfeiten die Raas er toe verleidde de renner uit het Utrechtse Wilnis twee jaar later een profcontract aan te bieden. Vrijwel onmiddellijk had Cordes het in hem gestelde vertrouwen beloond door als neoprof etappes te winnen in de ronden van Valencia en Galicië. Ook in zijn tweede seizoen had hij zijn ploegleider meermaals verblijd met een overwinning. De vreugde was echter snel omgeslagen in woede toen Cordes en manager André Boskamp hadden geprobeerd de uitslagen te gelde te maken door om salarisverhoging te vragen.
B-programma
Ineens was de Nederlander, net als Gölz, die eveneens bij Raas om opslag was komen zeuren, veroordeeld tot het rijden van een B-programma. De Duitser had na het slecht-nieuwsgesprek met zijn ploegleider onmiddellijk wereldkundig gemaakt aan het einde van het seizoen over te zullen stappen naar het Italiaanse Ariostea. Die deal was snel beklonken. Kopman en oud-wereldkampioen Moreno Argentin is niet alleen Gölz’ buurman in Monaco, maar ook een vaste trainingskameraad. De connectie met Italië zorgt ervoor dat de Duitse renner al in de zomer van 1990, terwijl zijn ploeggenoten de Tour rijden, door Mino Baracchi wordt benaderd om in september deel te nemen aan de koppeltijdrit die zijn naam draagt. In ruil voor een riante startvergoeding kiest de koersdirecteur zelf wie hij uitnodigt voor ‘zijn’ wedstrijd en heeft bovendien een dikke vinger in de pap als het gaat om de te vormen paren. Als Gölz Baracchi voorstelt zijn mede-dissident bij Buckler mee te nemen, gaat Baracchi onmiddellijk akkoord. Raas vindt het eveneens prima. Het zal een van de laatste keren zijn dat de twee het Buckler-shirt dragen.
Winst in Trente
Dat ze het tenue na honderd kilometer buffelen door Noord-Italië ook op het erepodium zullen tonen, had de Zeeuwse ploegleider echter nooit verwacht. Met name Gölz schiet als een komeet uit de startblokken in Borgo Valsugana. Het bliksemvertrek doet Cordes zelfs kortstondig naar adem happen, maar al snel verandert het duo in een goed samenwerkende geoliede machine. In de eerste wedstrijdhelft moeten de Buckler-renners nog wat tellen prijsgeven op het Poolse duo Zenon Jaskula-Joachim Halupczok, maar halverwege de Trofeo Baracchi zetten ze veruit de snelste tijd op de klokken. De drie minuten eerder gestarte tandem Franco Ballerini-Maurizio Fondriest wordt zelfs ingelopen door Cordes en Gölz. Breed lachend staan de twee even later op het podium in Trente. Enkele minuten eerder zijn ze door Raas gefeliciteerd met hun overwinning. Ondanks alle wrevel van de maanden voordien, heeft de ploegleider de moeite genomen persoonlijk naar Italië af te reizen om de twee vanuit zijn volgauto bij te staan. Het zorgt voor vragende blikken. Zowel bij de beide renners als bij de Nederlandse sportjournalisten, die bij de koers aanwezig zijn. Als Tom Cordes door een van hen wordt gevraagd naar de verrassende aanwezigheid van Raas reageert de winnaar van de laatste editie van de Trofeo Baracchi heel laconiek: ‘hij was zeker even vergeten dat we weggaan…’
Foto Sirotti
Foto Sirotti