De Nieuwe Hinault (10): Laurent Jalabert
In 1985 wint Bernard Hinault als nog altijd laatste Fransman de Tour. In de ruim vier decennia die volgen worden vele Franse talenten, tegen wil en dank, opgezadeld met het predicaat ‘de nieuwe Hinault’. Geen van allen kunnen ze de hooggespannen verwachtingen uiteindelijk waarmaken. Deze hele Tour lang nemen we iedere dag zo’n voormalige ‘nieuwe Hinault’ onder de loep. Waarom zag het er aanvankelijk zo veelbelovend uit, maar lukte het toch niet om in de voetsporen van Hinault te treden? In het slotweekeinde, als het peloton Parijs bereikt, toetsen we de prestaties van het tweetal dat momenteel geldt als de Franse nationale hoop in bange dagen. Kévin Vauquelin en supertalent Paul Seixas. Is een van die twee dan misschien degene die Hinault eindelijk weet op te volgen en Frankrijk haar zo lang en vooral zo vurig gewenste volgende Tourzege bezorgt?
Naam: Laurent Jalabert
Bijnaam: JaJa
Jaren actief: 1989-2002
Ploegen: Toshiba, ONCE, Team CSC
Aantal Tourdeelnames: 11
Hoogste Tourklassering: vierde in 1995. Ook wint Jalabert in totaal vier keer een etappe en neemt zowel de groene als de bolletjestrui tweemaal mee naar huis
Waarom leek hij de opvolger van Hinault? : nou, in eerste instantie lijkt Jalabert totaal niet de nieuwe Hinault. Hij is namelijk een sprinter, die zijn zinnen zet op dagsuccessen en het puntenklassement. Als Jalabert in de eerste Touretappe van 1994 samen met Wilfried Nelissen op afschuwelijke wijze tegen het asfalt klapt in Armentières – het beruchte incident met de fotograferende politieagent, die door zijn cameralens de afstand tot het spurtende peloton totaal verkeerd inschat – schoolt hij zich om. Jalabert belooft zijn vrouw plechtig zich nooit meer in een massaspurt te zullen storten en gaat op een andere manier trainen. Hij blijkt verdomd aardig te kunnen klimmen en heeft ook een prima tijdrit in huis. Mede door zijn aanvalslust en de dominantie van zijn ONCE-ploeg wordt hij in 1995 vierde in de Tour en wint de Vuelta.
Waarom was hij het niet? : de Tour is de Vuelta niet en dus komt Jalabert erachter dat hij ten opzichte van de beste ronderenners van de jaren ’90 – mannen als Miguel Induráin, Alex Zülle, Jan Ullrich en Marco Pantani – toch net wat te kort schiet. De vierde plek in de Tour van 1995 lijkt misschien een beetje geflatteerd, maar dat valt reuze mee. In de door hem gewonnen overgangsetappe – rit 12 naar Mende – krijgt Jalabert van zijn collega’s ruim vijf minuten cadeau. Zonder die bonus zou alleen Ivan Gotti vóór in plaats van achter hem zijn gefinisht en was ‘JaJa’ dus nog steeds vijfde geweest in het eindklassement.