Wielercultuur

De Tourritwinst van de jarige Jean-Claude Colotti (1961)

Er zijn maar weinig Tourritzeges op zo’n mooi opgemaakt presenteerblad aangereikt als die van Jean-Claude Colotti op woensdag 22 juli 1992. De Fransman neemt de gulle gift van zijn twee collega’s, die door hun manier van rijden niet meer zijn dan zijn nederige lakeien, met grote dankbaarheid aan. De renner van Z – de sponsor is een kinderkledingmerk – viert de grootste overwinning uit zijn loopbaan al enkele honderden meters voordat hij in Montluçon de aankomstlijn passeert en doet dat op zeer uitbundige wijze. Hij balt zijn vuisten, strooit welig met kushandjes in de rondte en maakt gebaren die doen vermoeden dat hij elk moment als een soort superheld zal opstijgen. Colotti neemt er de tijd voor. En heeft die ook. 35 kilometer eerder heeft hij zich op kinderlijk eenvoudige wijze ontdaan van zijn twee medevluchters. De Fransman had precies in de gaten gehad wat er aan de hand was. Zijn metgezellen gunnen elkaar de overwinning niet, maar zijn vooral bang voor hun eigen verlies. Beiden hebben, net als hun ploegleiders, eerder vrede met een overwinning van Colotti dan van hun directe rivaal. De renner van Z wordt dan ook geen strobreed in de weg gelegd, als hij op een typisch Franse boerenlandweg vanuit laatste positie aanzet, de twee voorbij stormt en in een tijdsbestek van slechts enkele tellen aan de horizon verdwijnt. Achteraf zal Colotti nog wel eens denken of het niet leuk was geweest een lange neus te maken naar het tweetal op het moment van passeren, maar misschien was dat net een snuf zout te veel in de wonde geweest. De Fransman weet dondersgoed hoe de vork in de steel zit. Hij profiteert in Montluçon van een al jaren voortdurende Koude Oorlog tussen Peter Post en Jan Raas. De Nederlandse ploegleiders, die in 1992 verantwoordelijk zijn voor respectievelijk Panasonic en Buckler, gunnen elkaar het licht in de ogen nauwelijks en een overwinning in het geheel niet. Sterker, de twee laten hun renners vooral rijden om de ander te doen verliezen in plaats van zelf te winnen.

Tot overmaat van ramp is zowel Post als Raas in de zomer van 1992 naarstig op zoek naar een nieuwe geldschieter. Een logicus zou redeneren dat overwinningen die zoektocht juist vergemakkelijken, maar zo werkt het brein van de twee ploegleiders niet. Die vrezen beiden dat hun kansen op het vinden van een sponsor alleen maar slinken als de ander succes heeft. En dus moet dat koste wat het kost worden voorkomen. Pas daarna kan er aan eigen succes worden gedacht. Die werkwijze verklaart waarom Jelle Nijdam in de zestiende etappe achter de ontsnapte Peter De Clercq en Dmitri Zjdanov aanspringt, om vervolgens de samenwerking in het kopgroepje volledig lam te leggen. De Rus draagt immers de rood-geel-blauwe kleuren van Panasonic en mag dus per se niet winnen. Wie nu de beelden van toen bekijkt kan niets anders dan plaatsvervangende schaamte voelen. De kritieken van de mondiale wielerpers zijn in 1992 niet mals, maar daar trekken Post en Raas zich een etmaal later precies niets van aan. Opnieuw rijdt er van beide ploegen een renner in de aanval, als na 47 van de in totaal te rijden 189 kilometer vijf man een kleine voorsprong hebben. Op dat moment ziet het er echter geenszins uit dat de kopgroep een lang leven is beschoren. De twee aanstichters zijn immers de twee beste klassementsrenners van de ronde. De onuitputtelijk lijkende en altijd strijdlustige Claudio Chiappucci gooit aan het einde van het eerste koersuur de knuppel in het hoenderhok en nodigt zo vanzelfsprekend gele truidrager Miguel Induráin uit om eveneens ten strijde te trekken. Colotti haakt aan en namens Post en Raas springen Marc Sergeant en Frans Maassen mee. De andere klassementsrenners geven het kwintet nauwelijks ruimte en dus besluit de Belg, de meest ervaren van de drie anderen, Chiappucci en Induráin vriendelijk doch dringend te verzoeken zich terug te laten zakken, zodat zij een vrijgeleide krijgen om voor dagsucces te rijden. Dat gebeurt. Het overgebleven trio bouwt al snel een flinke marge op.

Geruime tijd ziet het er naar uit dat Sergeant, Maassen en Colotti gedrieën naar Montluçon zullen fietsen om daar onderling uit te maken wie de zeventiende Touretappe wint. De renner van Z heeft op papier de minste staat van dienst – hij won, in tegenstelling tot zijn medevluchters, bijvoorbeeld nog nooit een rit in de Franse ronde – maar kan een overtuigende reeks ereplaatsen overleggen. Zo werd Colotti in 1991 tweede in Parijs-Roubaix, achter Marc Madiot, om een jaar later als vijfde aan te tikken op het Vélodrome André Pétrieux. Twee weken later finishte hij als vierde in de Amstel Gold Race. De Fransman is dus een niet te onderschatten outsider in de straten van Montluçon. De drie vluchters zullen de stad in de regio Auvergne-Rhône-Alpes echter nooit samen bereiken. Met nog 45 kilometer te rijden meldt Theo de Rooij, de assistent van Post, zich bij Sergeant met de mededeling dat de Belg niet meer op kop mag komen. Die zet wordt door zijn collega Hilaire Van der Schueren, de rechterhand van Raas, gepareerd met eenzelfde instructie voor Maassen. Ineens heeft Colotti twee blokken beton aan zijn achterwiel hangen. De Fransman voelt onmiddellijk aan dat dit een uitgelezen kans is. Op een relatief smalle landweg laat hij zich iets uitzakken. Het tempo van de koplopers daalt, doordat Sergeant en Maassen hun benen nagenoeg stil houden, tot dat van een omaatje dat op zaterdagochtend naar de bakker kachelt. De drie kunnen het lijden, want het peloton heeft ruim een kwartier achterstand. En dan hijst Colotti zich uit het zadel, stuurt naar de linkerkant van de weg, stuift zijn medevluchters voorbij en is weg. Maassen en Sergeant gebaren naar elkaar, vloeken, tieren, maar houden nog altijd de benen stil. Instructies van hogerhand, heet dat. Opdracht van de baas en wie betaalt, bepaalt. Onbedreigd rijdt Jean-Claude Colotti naar de dagzege, die hij zo dus op een wel heel royaal presenteerblad krijgt aangereikt. Ondertussen spreekt de hele wereld schande van het optreden van Maassen en Sergeant. Hun ploegleiders krijgen op hun lazer van de Tourdirectie voor het in diskrediet brengen van de sport. Nog diezelfde nacht wordt er, op initiatief van BRT-commentator Mark Uytterhoeven, een geheime ontmoeting belegd midden in een Frans bos. Daar praten Post en Raas over hun vete en beloven beiden plechtig dat ze elkaar niet meer in de weg zullen rijden.

Bekijk ook van Vincent de Lijser

De Tourritwinst van de jarige Jean-Claude Colotti (1961)

Wielercultuur

Over de winst in Wevelgem 2007 en over 130km/u van de berg

Marcus Burghardt's carriere kent meerdere hoogtepunten

Wielercultuur