Foto A.S.O./Charly Lopez

Tour de France Wielercultuur

De eerste Ventoux: hoe een onbekende reus in 1951 Tourlegende werd

Een klim uit de Tour is zoveel meer dan enkel een klim. Er liggen verhalen, zo voor het oprapen. Soms heroisch, soms pijnlijk, maar een ding weet je zeker. Ze liggen er. Precies 75 jaar geleden reed de Tour voor het eerst over de Mont Ventoux. Lucien Lazaridès bereikte als eerste de kale top, maar pas latere overwinningen en drama’s gaven de berg zijn gevreesde reputatie. De verhalen? Denk maar aan Eros Poli, aan Pantani vs Armstrong en, hoe zouden we het kunnen vergeten, de monsterzege van Wout van Aert?

Op 22 juli 1951 wacht boven Malaucène een weg die nauwelijks lijkt gemaakt voor de Tour de France. De hete noordflank van de Mont Ventoux, de 1.900 meter hoge reus van de Provence, bestaat uit ruim twintig kilometer klimmen over een slecht wegdek. Daarboven ligt een kale wereld van witte kalksteen. Daarna volgt nog een lange afdaling richting Avignon.

De eerste 143 kilometer van de rit vanuit Montpellier blijven rustig. Het peloton bewaart zijn krachten voor de Ventoux, een nog onbekende beklimming in een Tour die tot dan vooral langs de grenzen van Frankrijk trok. Op de lagere hellingen zorgt de Spanjaard Manuel Rodriguez voor de eerste schifting. De favorieten komen vooraan: geletruidrager Hugo Koblet, de Zwitserse klassementsleider, met de Franse kopmannen Raphaël Géminiani en Louison Bobet in zijn buurt.

Halverwege zijn Géminiani en Gino Bartali, de tweevoudig Tourwinnaar, nog vooraan. Lucien Lazaridès, een 28-jarige Franse klimmer, sluit aan en valt ongeveer twee kilometer onder de top aan. Niemand reageert meteen. Lazaridès bereikt als eerste renner in de geschiedenis van de Tour de top van de Ventoux. Hij krijgt tien bergpunten en veertig seconden bonificatie. Bartali volgt veertig seconden later.

Bobet wint, Koblet houdt stand

Lazaridès stort zich alleen in de afzink. Hij passeert volgwagens en motoren, terwijl het wegdek weinig ruimte laat voor fouten. In de bocht van Saint-Estève kiest hij zelfs de verkeerde kant van de weg. Géminiani en Koblet halen hem na Bédoin terug. Bobet en Pierre Barbotin keren later eveneens terug in de voorste groep.

Drie kilometer voor Avignon plaatst Bobet de beslissende demarrage. Hij wint na 224 kilometer in 7 uur, 24 minuten en 44 seconden. Barbotin wordt tweede op vijftig seconden, Bartali derde op 56 tellen. Lazaridès eindigt als zesde.

De Ventoux verandert het klassement niet. Koblet behoudt het geel en staat nog 1 minuut en 32 seconden voor Géminiani. Lazaridès blijft derde. De Zwitser zal Parijs bereiken met 22 minuten voorsprong op Géminiani, na een Tour die ook wordt herinnerd om zijn lange solo richting Agen. De eerste Ventouxpassage raakt daardoor aanvankelijk op de achtergrond.

De keuze voor de berg paste wel bij een koers die haar landkaart openbrak. De Tour van 1951 startte in Metz en trok voor het eerst nadrukkelijk door het Franse binnenland. De Ventoux was bovendien geen klassieke doorgang tussen twee dalen. De weg liep omhoog omdat de berg er lag. De beklimming zelf was het doel.

Bobet geeft de berg een reputatie

Een jaar later keert de Tour al terug. Jean Robic passeert als eerste de top en wint in Avignon, maar ook die passage wordt overvleugeld. De Tour van 1952 behoort aan Fausto Coppi en de nieuwe aankomsten bergop bij Alpe d’Huez en Sestriere.

In 1955 krijgt de Ventoux zijn eerste beruchte hoofdstuk. Bobet, inmiddels wereldkampioen, rijdt weg op de bovenflank en legt ongeveer zestig kilometer alleen af. Hij wint in Avignon met zes minuten voorsprong en zet de Tour naar zijn derde eindzege op rij.

Achter hem valt Ferdi Kübler, Tourwinnaar van 1950, de berg aan. Géminiani waarschuwt hem volgens de overlevering: “Pas op, Ferdi, de Ventoux is geen col zoals de andere”. Kübler antwoordt dat Ferdi evenmin een renner als alle andere is. Enkele kilometers later slingert hij over de weg. Hij bereikt Avignon gedesoriënteerd en rijdt op een moment zelfs de verkeerde richting uit. De volgende dag stapt hij af.

Ook Jean Malléjac bezwijkt die middag. Hij ligt bewusteloos langs de weg, met één voet nog vast aan zijn fiets, en krijgt zuurstof toegediend. Vermoedens van stimulantengebruik worden ontkend door de renner en zijn verzorger. Vanaf dat moment wordt de Ventoux ook verbonden met hitte en lichamelijke ontregeling.

De kale top wordt een finish

In 1958 maakt de Tour van de top voor het eerst een aankomst. Charly Gaul, de Luxemburgse klimmer, wint een tijdrit van 21,5 kilometer vanuit Bédoin in 1 uur, 2 minuten en 9 seconden. Later die zomer verovert hij ook het eindklassement.

In 1967 volgt een tragedie. De Britse wereldkampioen Tom Simpson stort ongeveer twee kilometer onder de top in. Na een eerste val klimt hij opnieuw op de fiets, maar tweehonderd meter verder bezwijkt hij definitief. Ampullen met amfetamine worden in zijn achterzak gevonden. Simpson overlijdt op de berg. Zijn monument staat nog altijd naast de weg.

Drie jaar later wint Eddy Merckx bij dat monument de rit naar de top. Tourdirecteur Jacques Goddet legt er een krans wanneer Merckx passeert. Aan de finish moet de geletruidrager zelf aan de zuurstof. Ook die zege staat in het teken van de omstandigheden.

Zeldzaamheid in de Tour

De Tour gebruikte de Ventoux tot en met 2025 slechts achttien keer, tegenover 87 bezoeken aan de Tourmalet en 31 aan Alpe d’Huez. Die schaarste voorkwam gewenning.

De berg leverde in verschillende decennia nieuwe verhalen op. Eros Poli, een lange gangmaker, overleefde in 1994 met een enorme voorsprong de beklimming en won na de afdaling in Carpentras. Chris Froome reed in 2013 Alberto Contador uit het wiel. Drie jaar later rende hij zonder fiets omhoog nadat een motor was stilgevallen en een val had veroorzaakt. In 2021 beklom de Tour de berg voor het eerst tweemaal in één rit. Dat was dé dag van Wout van Aert, die toen leek te vliegen en tweemaal de Reus van de Provence bedwong.

Bij de eerste passage ontbraken de finish bij de zendmast en het monument voor Simpson, en was er nog geen vast scenario voor Tourdrama. De weg boven Malaucène was nog ruw. De eerste naam op de top bleef die van Lucien Lazaridès.

Lees ook van HetisKoers!

Vuelta 2026 etappe 3: de lange aanloop van Gruissan naar de slotklim richting Font Romeu

Koersverhalen

Grote Italiaanse ploegbaas Giancarlo Ferretti overleden op zijn 84ste

De ijzeren sergeant achter 870 zeges

Wielercultuur