Vandaag in Tourgeschiedenis: 16 juli 2011 – Jelle Vanendert temt Plateau de Beille
Een knecht zonder kopman koos op 16 juli 2011 precies het goede moment. Terwijl de Tourfavorieten elkaar bestookten en dwars zaten, reed Jelle Vanendert naar zijn allereerste profzege en verdedigde Thomas Voeckler opnieuw het geel op Plateau de Beille.
Het is 16 juli 2011 als Jelle Vanendert, de 26-jarige Belgische klimmer van Omega Pharma-Lotto, op Plateau de Beille over een grote lap witte tekst rijdt. ‘Go Go Jelle’ staat met grote letters op het asfalt. Vanendert ziet de tekst niet. Hij kijkt voor zich uit op de weg, naar de laatste overgebleven vluchter en naar de ruimte achter zich.
Als er nog 6,8 kilometer moeten worden geklommen, zet hij aan vanuit de groep der favorieten. Andy Schleck heeft al enkele keren aangevallen, maar Alberto Contador, Cadel Evans en de andere klassementsmannen hebben telkens gereageerd. Zodra Vanendert weggaat, kijkt iedereen weer naar elkaar. Even later haalt hij Sandy Casar in. De Fransman is de laatste overlever van een omvangrijke vlucht en heeft zijn voorsprong lang verdedigd. Vanendert passeert hem en rijdt alleen verder naar de top. Twee dagen nadat Samuel Sánchez hem op Luz-Ardiden in de sprint versloeg, kiest de Belg voor een aankomst zonder sprint.
Een vrije rol na de val van Van den Broeck
Vanendert was niet als rittenkaper aan zijn eerste Tour begonnen. In de openingsweek hielp hij Philippe Gilbert, die de eerste etappe won en de gele trui pakte. Daarna moest Vanendert in de bergen werken voor klassementskopman Jurgen Van den Broeck.
Die taak verdween in de negende rit naar Saint-Flour. Van den Broeck kwam zwaar ten val en verliet de Tour met onder meer een schouderbreuk, een klaplong en gebroken ribben. Zijn uitvallen gaf Vanendert vrijheid, al was die duur betaald door de ploeg.
De Limburger had in het voorjaar al laten zien dat hij meer was dan een anonieme knecht. Hij werd zesde in de Waalse Pijl en ondersteunde Gilbert tijdens diens sterke Ardense campagne. Na drie seizoenen met blessureleed kon Vanendert in 2011 voor het eerst een jaar zonder pijn koersen. Op Luz-Ardiden volgde het eerste bewijs in de bergen: tweede achter olympisch kampioen Sánchez.
Zes beklimmingen en een gehavend peloton
De veertiende etappe voerde over 168 kilometer van Saint-Gaudens naar Plateau de Beille. De Col de Portet-d’Aspet, Col de la Core, Col de Latrape, Col d’Agnès en Port de Lers vormden het voorprogramma van de slotklim buiten categorie.
Na vijf kilometer zette Frans kampioen Sylvain Chavanel de vroege vlucht in gang. Uiteindelijk reden 24 renners voor het peloton uit, onder wie Bauke Mollema, Jens Voigt, David Millar en Casar. Hun maximale voorsprong bedroeg 9 minuten en 10 seconden.
De afdalingen eisten intussen hun tol. Laurens ten Dam miste na de Col d’Agnès een bocht, sloeg over de kop en vervolgde de rit met een bebloed gezicht. Voigt ging eveneens tweemaal tegen de grond, maar keerde terug bij zijn ploeggenoten. Voor de voet van Plateau de Beille was de kopgroep uiteengevallen en had Casar de beste papieren van de vluchters.
Favorieten laten hem gaan
Op de slotklim nam Leopard Trek de koers in handen. Andy Schleck probeerde met herhaalde versnellingen Contador, Evans en geletruidrager Thomas Voeckler te lossen. De verschillen bleven klein. Iedere aanval werd beantwoord, waarna het tempo kort terugviel.
“De favorieten hadden al verschillende keren aangevallen. Ik dacht dat ze misschien al op hun limiet zaten en dat dit het perfecte moment was om aan te vallen,” zei hij na de finish.
Vanendert stond op meer dan twaalf minuten en vormde geen bedreiging voor het geel. Sánchez ging wel in de achtervolging. De Spanjaard kwam dichterbij, maar Vanendert hield boven nog 21 seconden over. Andy Schleck werd derde op 46 seconden. Evans leidde de overige favorieten twee tellen later over de streep.
Na 5 uur, 13 minuten en 25 seconden had Vanendert zijn eerste profzege binnen. Hij nam bovendien de bolletjestrui over van Jérémy Roy. Rob Ruijgh was op de zeventiende plaats de beste Nederlander.
Voeckler overleeft opnieuw op Plateau de Beille
Achter Vanendert vocht Voeckler verder om zijn gele trui te behouden. De Fransman had in 2004 op dezelfde berg zijn gele trui nipt behouden. Zeven jaar later reed hij als zevende binnen, in dezelfde tijd als Contador en Evans. Zijn voorsprong op Fränk Schleck bleef 1 minuut en 49 seconden.
“Ik had niet verwacht met de favorieten te finishen,” zei Voeckler. De klassementsmannen neutraliseerden elkaar na iedere versnelling, waardoor hij telkens naar hun wiel kon terugkeren. Op de streep balde hij zijn vuist.
Vanendert doorbrak intussen een reeks. De eerdere winnaars op Plateau de Beille waren Marco Pantani, Lance Armstrong en Alberto Contador, telkens renners die in hetzelfde jaar ook de Tour wonnen. Voor België was het de eerste zege in een bergrit met aankomst op een col sinds Lucien Van Impe in 1981.
Vanendert droeg de bolletjestrui tot de rit naar Alpe d’Huez en eindigde uiteindelijk als derde in het bergklassement. Zijn overwinning bleef zijn enige Tourritzege. De maker van ‘Go Go Jelle’ meldde zich ook na een oproep tijdens de huldiging in Hamont-Achel niet. Vanendert had de woorden gemist, maar precies daar was hij wel vertrokken. Toeval? Dat bestaat niet.