Foto Sirotti

Wielercultuur

Terug in de tijd: 2006 – Toen de jarige Fränk Schleck de Amstel Gold Race won

Een team ben je niet als je allemaal hetzelfde shirt draagt. Een team ben je als je samenwerkt. Elkaar door dik en dun steunt. ‘Teamwork makes the dream work’, zeggen de Amerikanen. Het is een gevleugelde uitspraak die menigmaal terugkomt in boeken en tijdens seminars over bedrijfsvoering en het aansturen van groepen mensen. Het motto, dat volgens Google dient te worden toegeschreven aan de Amerikaan John C. Maxwell, die in 2002 een boek over leiderschap die titel meegeeft, is zeker van toepassing op Team CSC.

Foto Sirotti
Foto Sirotti

Los zand

In niet meer dan slechts een paar jaar tijd smeedt Bjarne Riis een op los zand gelijkend gezelschap renners van diverse nationaliteiten tot een hecht team, dat de successen aan elkaar rijgt als malse stukken vlees aan een spies. Een van de kopmannen die de niet onomstreden Deense ploegleider naar grote hoogten stuwt is een jonge Luxemburger, in wie aanvankelijk niemand veel ziet. Ploegleider Riis zal pas in 2007 openlijk toegeven in zijn hoogtijdagen als renner doping te hebben gebruikt. Al sinds zijn Tourzege van elf jaar eerder zingt in het peloton rond dat de vroeg kalende renner destijds een veel te hoge hematocrietwaarde zou hebben gehad, hetgeen zou kunnen duiden op het gebruik van verboden middelen.

Dan terug naar Fränk  De zoon van Johnny Schleck, in de jaren ’60 en ’70 zelf beroepsrenner, lijkt aan het begin van zijn profcarrière weinig indruk te maken. Ook senior was geen veel-winnaar, maar wel degelijk een verdienstelijk helper, die in dienst van vermaarde ploegen als Pelforth en BIC een niet te onderschatten bijdrage leverde aan vele successen, zoals de eindoverwinning van Luis Ocaña in de Tour van 1973. Als de jonge Fränk in het najaar 2001, na een korte stage bij Festina, te licht wordt bevonden voor een profcontract, wijst niets er op dat een volgende Schleck jaren later de erelijsten van grote koersen gaat vullen. Niemand ziet het echt zitten in de jonge Fränk. Op éé persoon na. Riis sluit de Luxemburger in de armen en neemt hem onder zijn vleugels. Het revolutionaire systeem dat de Deense ploegleider hanteert en waarin teamwork een cruciale rol speelt, zal de dromen van Schleck tot waarheid maken.

Bescheiden selectie

De onorthodoxe werkwijze die Riis hanteert wordt in het doorgaans conservatieve wielermilieu aanvankelijk niet zonder hoon gade geslagen. De voormalig Tourwinnaar is in 2000, kort na het beëindigen van zijn actieve loopbaan, in de ploegleidersauto van Memory Card-Jack & Jones gestapt. De bescheiden selectie, met ex-TVM renners Jesper Skibby, Bo Harmburger en Tristan Hoffman als bekendste namen, rijdt vooral in kleinere koersen en dus gaat Riis op zoek naar versterking. In financiële zin en, onlosmakelijk verbonden met het budget, sportief. Als in 2001 de Amerikaanse IT-gigant Computer Sciences Corporation, kortweg CSC, de merknaam wordt die het meest prominent op de rood-witte shirts van de Deense ploeg prijkt, kan Riis gaan bouwen aan wat een van de meest succesvolle teams van de jaren ’00 zal worden. Hij legt Laurent Jalabert vast en in diens kielzog komt een bont gezelschap aan nationaliteiten voor het team rijden. Belgen, Fransen, Spanjaarden, Italianen, Nederlanders, Zwitsers, Australiërs, Amerikanen; het lijkt een te zeer uiteenlopend rennersgilde om op korte termijn een fatsoenlijke eenheid van te kunnen smeden, maar de aanpak van Riis loont. Hij stuurt zijn pupillen voor ieder volgend seizoen eerst op survivalkamp, om elkaar beter te leren kennen en de onderlinge samenwerking te stimuleren. Oud-militair Bjarne Slot Christiansen wordt ingehuurd om het groepsproces te bewaken. Wie niet mee wil of dwars ligt kan meteen vertrekken. Ingerukt, mars. Naar huis. Om niet meer terug te hoeven keren. Kernwaarden als loyaliteit, respect en toewijding worden in de rennershoofden gestampt, zoals je op school Engelse of Franse woordjes leerde.

Geloof betaalt zich uit

De opmerkelijke en vernieuwende aanpak zorgt ervoor dat de renners van Team CSC voor elkaar door het vuur willen gaan, maar ook boven zichzelf uit stijgen. Dat laatste gebeurt in het voorjaar van 2006. De zoon van Johnny Schleck is dan inmiddels aan zijn vierde volwaardige seizoen onder de vleugels van Riis bezig. Dat waar de Deen altijd in heeft geloofd begint zich steeds meer te openbaren. Fränk is een potentiële toprenner. De ploegleider heeft het altijd al gezien en nu beginnen steeds meer mensen er getuige van te worden. Op de valreep van het vorige jaar was Schleck achter Paolo Bettini en Gilberto Simoni knap derde geworden in de Ronde van Lombardije. Een eerste grote zege zou dus in het verschiet moeten liggen. Op zondag 16 april 2006, een dag na Schlecks 26ste verjaardag, is het zover. Uitgerekend in een van de weinige eendagskoersen die Riis zelf wist te winnen, de Amstel Gold Race, pakt het ploegenspel van Team CSC voortreffelijk uit en wint de oogappel van de Deen, negen jaar nadat hij zelf de beste was in Zuid-Limburg. Knechten als Jens Voigt en Nicki Sørensen rollen een rode loper uit, waar Schleck en medekopman Karsten Kroon vervolgens dankbaar gebruik van maken. Dat de Luxemburger in de finale, kort voordat hij op minder dan tien kilometer van de aankomst op de Cauberg de beslissende demarrage plaatst, zijn Nederlandse ploegmakker nog uit de wind houdt, onderstreept de filosofie van Riis. In zijn team is iedereen gelijk en gunnen de renners elkaar alles. ‘Teamwork makes the dream work’. John C. Maxwell zal trots zijn geweest op Fränk Schleck en zijn ploeggenoten.

Bekijk de beelden van de Amstel Gold Race 2006:

Bekijk ook van Vincent de Lijser

De jarige Ludo Janssens als een van de winnaars van de Druivenkoers

Wielercultuur

Terug in de tijd: de jarige Maksim Iglinski en zijn winst in L-B-L 2012

Wielercultuur