Tourgedichten: Ballon d’Alsace
Joost Hontelez zag de Tour voorbijtrekken op de Ballon d’Alsace. Nadat hij zelf naar de col was gefietst, uiteraard.
Ballon d’Alsace
Een trilogie
I.
Honderdtwintig jaar na dato
moet Pottier, de pionier zo
ongeveer evenveel volgers,
volgelingen kennen als er
sparrenbomen groeien op de
flanken, langs de slingerweg
omhoog. Verhard is deze col
zeker niet de hardste maar
René ging al 20 km/u in 1905.
Half zo hard ging ik en of dat
goed genoeg was. Denk het wel,
ik ben van het jaar van de Tour
van Gimondi. Half zo oud als de
oudste col, de Ballon d’Alsace.
II.
Donder boven de Vogezentoppen
en onder in het dal. Wie heeft de
voorsprong, de kopgroep of de
regen? Het rommelt in de Tour,
wie zijn klassement bewaakt,
speelt mooi weer, laat vroege
schermutselingen over aan
de Richard Coeur-de-Lion van
dienst en zijn kompanen, de
gebroeders viking en Bennie
Lee. De helden zwoegen hier
bij mij en Pogi en het peloton
komen langszij. En het onweer?
Ook het onweer trekt voorbij.
III.
Vingegaard mag kopwerk
doen zoveel hij wil, hij mag
Richard het nieuwe leeuwenhart
terugpakken (merci beaucoup)
maar als het Tadej de Grote
hier op dit fietspad behaagt,
hier op de Col du Haag, dan
zet hij aan en danst met die
souplesse die jaloers maakt
die bewondering veroorzaakt
weg en ziet hij hem niet meer
terug. Voor iedereen gewoon
te vlug. Dat is saai misschien,
maar ik heb hem wel gezien.


