Foto Sirotti

Wielercultuur

Tanti Auguri, Davide Bramati!

Wie de beelden kent van Davide Bramati zal balen dat hij tijdens zijn actieve loopbaan niet wat vaker zelf een race won. De beelden van een intens meelevende Italiaan achter het stuur van een ploegleidersauto, een overwinning vierend van een van zijn renners alsof het de geboorte van z’n kind is. Schitterend. Met een mix van typische Italiaanse passie en bravoure slaat Bramati bijna het stuur in tweeën, wurgt zijn collega op de bijrijdersstoel en slingert een stortvloed aan vreugde uitingen en krachttermen door de wagen. Als je Bramati ziet juichen, zou het Louis van Gaal bijna moeten worden verboden om dat woord ooit nog te gebruiken. Het mooiste was ooit de tegenstelling tussen Brian Holm en Bramati in de Tour 2014. Bramati stuurde de auto en schoof van links naar rechts. Holm sprak mechanisch via de communicatie. Tony Martin greep geel met een last De beelden zijn niet meer beschikbaar. Bramati werd namelijk beboet voor het niet dragen van een gordel. Eeuwig zonde.

Bramati na de winst van Matteo Trentin in 2013:

Bramati en Patlef

Gedurende de liefst zeventien jarige rennerscarrière van emotionele Italiaan, blijven zijn zegegebaren meestal uit het zicht van camera’s, journalisten en fans. Ze vinden voornamelijk plaats in de coulissen van menig koers, wanneer een ploeggenoot zich opmaakt voor de huldigingsplechtigheid en ‘en passant’ nog snel Bramati even bedankt voor het geleverde beulswerk. De Italiaan is een typische helper. ‘Gregario’, zeggen zijn landgenoten zo mooi, omdat het Nederlandse ‘knecht’ veel te oneerbiedig klinkt. Tot zijn takenpakket behoort immers veel meer dan kopwerk leveren en bidons en jasjes vervoeren van collega-renners naar volgauto’s en vice versa. Niet voor niets maakt Bramati een tijdperk deel uit van het peloton, waarin je een pasgeboren baby kunt opvoeden tot adolescent. Bramati start als jonge renner in 1990 bij de inmiddels vergeten Diana-ploeg – niet te verwarren met het Nederlandse Sauna Diana; het befaamde Nederlandse amateurteam dat in diezelfde periode werd gesponsord door het gelijknamige bordeel langs de A16 bij Zundert. Daar treft hij de man die hem niet veel later onder zijn vleugels neemt en die hem de fijne kneepjes bijbrengt van eerst het rennersmetier en vervolgens het ploegleidersvak. Patrick Lefevere is op dat moment nog de assistent van Walter Godefroot bij het Belgische Weinmann, maar zal al snel het talent van Bramati erkennen. Naarmate hij steeds meer een hoofdrol vertolkt achter de schermen, maakt Lefevere zijn pupil steeds belangrijker.

 

Strateeg en aanjager

Bramati is het verlengstuk van de ploegleiding op de fiets. De Italiaan is strateeg, wegkapitein, mentor, maar zelden winnaar. Slechts vijfmaal in die zeventien jaar ziet hij kans zelf te winnen, in plaats van de talloze kopmannen die de revue passeren naar succes te gidsen. Giuseppe Saronni, Gianni Bugno, Johan Museeuw, Frank Vandenbroucke en Pavel Tonkov; allemaal maken ze voor kortere of langere tijd gebruik van Bramati’s diensten. Ze laten zich veelvuldig door hun ‘gregario’ naar een bos bloemen en een fles ‘spumante’ gidsen. Het is de even ondubbelzinnige als eenvoudige verklaring voor het feit dat Bramati niet of nauwelijks wint. Een ieder met een beetje fotografisch geheugen kan zijn kwintet aan overwinningen eenvoudig uit zijn of haar hoofd leren, om op elk willekeurig moment op te sommen. Voor zover er een universum zou bestaan waar daar behoefte aan is, althans. Het blijft voor Bramati bij etappezeges in de Ronde van Portugal (in 1992 namens Lampre), die van Trentino (vijf jaar later, als de Italiaan zich al heeft aangesloten bij de manschappen van Lefevere, die op dat moment gesponsord worden door Mapei), de Ronde van Murcia (in 1999, opnieuw in dienst van Mapei), de Ronde van Aragon (2002, zelfde ploeg) en twee jaar eerder nog, vanzelfsprekend ook weer in het blauwe Mapei-tenue, schrijft Bramati zijn grootste en mooiste zege bij op zijn palmares. Hij wint dat jaar de zeventiende etappe van de Vuelta.

Van gregario naar ploegleider

Niet dat een dagsucces boeken op voorhand een hoofddoel was geweest. Integendeel. De rol van Bramati binnen de ploeg is in beton gegoten. Als de Spaanse ronde van 2000 op 26 augustus in Málaga van start gaat, staan er bij Mapei weliswaar een paar grote wijzigingen op stapel, maar die gelden nauwelijks voor Bramati. Lefevere zal aan het einde van het seizoen opstappen om samen met Johan Museeuw, Wilfried Peeters en enkele andere getrouwen de Domo-Farm Frites-ploeg uit de grond stampen. Die zal twee jaar later door QuickStep gesponsord gaan worden, de voormalige cosponsor van Lefevere’s Mapei, waardoor de wegen van de teammanager en zijn Italiaanse protegé elkaar opnieuw kruisen. Het verrast dan ook niemand dat Bramati, na zeventien jaren in het zadel, onmiddellijk achter het stuur van de ploegleidersauto mag plaatsnemen, als hij zijn fiets voorgoed in de schuur stalt. De Italiaan gidst vele renners naar klinkende successen, zoals hij in de Vuelta van 2000 een keer voor eigen kans mocht gaan. Toen was een overgangsrit, vier dagen voor het bereiken van finishstad Madrid, Bramati’s ‘finest hour’. Met de ronde in een beslissende plooi – Roberto Heras zou voor de eerste maal winnen, kopman Tonkov van Mapei wordt mede dankzij Bramati derde – mocht de Italiaan mee springen met een viertal anderen. Fabio Baldato is op papier de snelste van het gezelschap, dat verder bestaat uit Biagio Conte, Marco Zanotti en Pedro Díaz. Zover laat de altijd strategisch rijdende Mapei-renner het natuurlijk niet komen. Op vier kilometer van de meet versnelt hij en ontdoet zich van zijn medevluchters. De manier waarop Davide Bramati een paar minuten later juicht, om de grootste zege uit zijn lange loopbaan te vieren, is vele malen bescheidener dan wat hij laat zien als een camera feilloos registreert wat er in de volgwagen van QuickStep gebeurt als een van zijn renners wint.

Een van de mooiste: 

Bekijk ook van Vincent de Lijser

Tanti Auguri, Davide Bramati!

De meest passievolle ploegbaas in het peloton

Wielercultuur

De jarige Paul Wellens, Tour 1978 en Queen’s Bicycle race

Wielercultuur