Grote Italiaanse ploegbaas Giancarlo Ferretti overleden op zijn 84ste
Als renner werkte hij voor Felice Gimondi, vanuit de volgauto stuurde hij generaties kampioenen aan. Ferretti drukte ruim dertig jaar zijn stempel op Italiaanse topploegen.
Op zondag 9 augustus is Giancarlo Ferretti, de Italiaanse ploegleider die ruim dertig jaar profploegen aanstuurde, overleden. Dat meldden Italiaanse wielermedia.
Ferretti won zelf nooit een profkoers, maar verzamelde vanuit de volgauto en als teammanager 870 overwinningen. Hij werkte met kampioenen als Moreno Argentin, Gianni Bugno, Michele Bartoli, Paolo Bettini, Ivan Basso, Fabian Cancellara, Alessandro Petacchi en Vincenzo Nibali. Zijn strenge manier van leidinggeven leverde hem de bijnaam sergente di ferro op, de ijzeren sergeant.
Helper van Felice Gimondi
Ferretti werd op 9 augustus 1941 geboren in Lugo, in de streek Romagna. Bij de amateurs won hij vijf wedstrijden. In de Tour de l’Avenir van 1962 kwam zelfs de eindzege in beeld: na een aanval op de Izoard reed hij virtueel in het geel, totdat een val in de afdaling en een lekke band zijn klassementsambities beëindigden.
Tussen 1963 en 1970 reed hij als prof voor Legnano, Sanson en Salvarani. Grote uitslagen bleven schaars, al werd hij in 1967 vijfde in Parijs-Tours. Zijn waarde lag vooral in het werk voor anderen. Bij Salvarani werd hij een trouwe helper van Felice Gimondi, de Italiaanse Tour-, Giro- en Vueltawinnaar met wie hij een hechte band opbouwde.
In de Tour van 1967 reed Ferretti over de Mont Ventoux toen Tommy Simpson, de Britse wereldkampioen van 1965, instortte. Ferretti vertelde later dat hij kort daarvoor een bidon met alcohol had aangenomen. Nadat hij eraan had geroken, wilde hij de fles weggooien. Simpson vroeg hem die te geven. De Brit overleed door een combinatie van amfetaminen, alcohol, hitte en uitputting.
Ferretti bleef zich die snikhete dag herinneren. Hij vertelde dat de renners lange tijd geen water uit de volgauto’s mochten aannemen. Pas dicht bij de finish deelde de organisatie bidons uit. Ferretti vroeg zich later af of eerdere bevoorrading Simpsons leven had kunnen redden, maar benadrukte dat dit zijn eigen theorie was.
Van Bianchi naar bijna 900 overwinningen
In 1971 leidde Ferretti de amateurs van Rinascita naar de Coppa Italia. Twee jaar later begon hij bij Bianchi als ploegleider in het profpeloton. Daar begeleidde hij opnieuw Gimondi, nu vanuit de ammiraglia. Onder zijn leiding won Gimondi Milaan-Sanremo in 1974 en op 34-jarige leeftijd de Giro d’Italia van 1976. Ferretti was ook betrokken bij Gimondi’s wereldtitel in Barcelona.
Na twaalf jaar bij Bianchi volgden Ariostea, MG Boys Maglificio, Riso Scotti en Fassa Bortolo. Bij Ariostea, dat hij van 1986 tot 1993 leidde, boekten Argentin, Adriano Baffi, Giorgio Furlan en Rolf Sørensen grote overwinningen. Bij MG werkte hij onder anderen met Bartoli en Bettini.
Ferretti koppelde koersinzicht aan een strakke organisatie. Hij sprak rechtuit, eiste discipline en verwachtte dat renners zijn tactische aanwijzingen uitvoerden. Over Bugno, mogelijk de sterkste renner die hij begeleidde, vertelde hij hoe moeilijk diens koersgedrag soms te doorgronden was: wanneer een vlucht mislukte, ging Bugno op tien kilometer van de streep zelf op kop rijden. Ferretti begreep niet altijd waarom. Vervolgens won Bugno alsnog.
Fassa Bortolo als laatste grote ploeg
Tussen 2000 en 2005 bouwde Ferretti Fassa Bortolo uit tot een van de sterkste formaties van het peloton. In de ploeg reden gevestigde winnaars en talenten die later grote koersen wonnen. Basso, Cancellara, Pozzato en Nibali reden er vroeg in hun loopbaan.
Petacchi was daarvan het duidelijkste voorbeeld. De sprinter kwam met één profzege bij hem binnen en had er bij zijn vertrek 105. “Zelfs ik dacht niet dat hij zou worden wat hij uiteindelijk is geworden,” zei Ferretti tegen La Gazzetta dello Sport.
Zijn laatste seizoen werd ook overschaduwd door de zaak rond Dario Frigo. Tijdens de Tour van 2005 trof de Franse politie dopingproducten aan bij Frigo’s vrouw. Ferretti nam publiekelijk hard afstand van zijn renner. Een Frans hof achtte later Frigo’s verklaring geloofwaardig dat er binnen Fassa Bortolo een georganiseerd dopingsysteem bestond en druk op hem was uitgeoefend. Ferretti zelf werd niet voor doping veroordeeld.
Na het verdwijnen van Fassa Bortolo stapte hij eind 2005 uit de volgauto. Latere pogingen om terug te keren slaagden niet. “De ergste dag was de dag waarop ik begreep dat ik nooit meer in de ammiraglia zou stappen,” zei Ferretti daar later over. Met Nibali’s profdebuut in 2005 eindigde een loopbaan die bij Gimondi was begonnen en 870 overwinningen had opgeleverd.
Foto Sirotti