Foto By carlos corzo, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=54322089
El Bartolo: hoe drieënhalve kilometer gravel vandaag impact kan hebben in de Vuelta
De gravelstrook op de slotklim naar Castelló is kort, steil en voor bijna iedereen onbekend. Michael Woods wijst op een detail dat ploegleiders vandaag niet mogen missen: blijven zitten, want anders gaat het mis.
Ergens boven Benicàssim, waar het asfalt overgaat in gravel, ligt vanmiddag het punt waar de zesde Vuelta-etappe kan kantelen. De Puerto de El Bartolo is nog nooit in een profkoers beklommen, de meeste renners hebben er nooit gereden, en precies op het steilste en slechtst bereikbare deel van de klim wordt de weg onverhard. Over de lengte van die strook zijn de bronnen het niet eens: het routeboek houdt het op 1,9 kilometer, maar wie het klimmende gravel volledig meetelt komt op drie tot drieënhalve kilometer, grotendeels met dubbele cijfers en uitschieters richting de twintig procent.
Zoals we in onze etappepreview al schreven, kunnen hier de verschillen groot worden. Onderbelicht bleef hoeveel beslissingen ploegleiders vandaag rond die paar kilometer moeten nemen.
Zitten blijven
Michael Woods, de Canadese klimmer die eind 2025 na een blessure zijn loopbaan beëindigde maar het peloton nog van dichtbij volgt, kent dit soort passages uit de Tour en de Giro. Tegenover Cyclingnews verwoordt hij het detail waar het vandaag om draait: “Het enige dat echt verandert, is hoe je (de renner) omhoog rijdt. Ik had er zelf altijd een hekel aan wanneer gravel werd toegevoegd, omdat het iemand benadeelt die staand klimt. Blijven zitten is makkelijker, zo verlies je geen tractie met je achterwiel.”
Dat klinkt als logisch. Je ziet het ook op (glibberige) kasseien in Vlaanderen. Het raakt wel de kern van deze finale. Een explosieve renner die uit het zadel versnelt, offert op los grind grip op. Wie zittend een constant vermogen kan rijden, houdt zijn achterwiel belast en verliest niets. Voor ploegen met meerdere klimmers betekent dat: de zittende diesel mag het gravel gecontroleerd afwerken, de springveer moet zijn versnelling vóór of ná de strook plaatsen. We kunnen bijna allemaal wel opschrijven wie er makkelijk uit het zadel kan demarreren….
Een totale ontwrichting verwacht Woods overigens niet. “Ik denk dat het de koers kan beïnvloeden, want het is een lastige sectie. Maar het gravel gaat niemand de das omdoen. Het is zo kort, en het gaat bergop.” Klassementsrenners zullen er vooral níet willen verliezen: “Zelden probeer je als klassementsrenner in zo’n scenario voordeel te pakken. Je probeert vooral niets te verliezen.”
De bandenspanning: een beetje, niet meer
Pau Marti, renner van NSN Cycling Team en een van de weinige Vuelta-deelnemers uit de regio Valencia, kent de wegen rond Castelló beter dan wie ook, al is ook voor hem het gravel zelf nieuw terrein. De ploegen trainen tegenwoordig rond Calpe, El Bartolo ligt daar ver vandaan. Zijn informatie stemt gerust: “We hebben gehoord dat het gravel goed is aangestampt en vlak ligt, zonder veel kapotgereden stukken. Dus we rijden met dezelfde setup als altijd. Misschien laten we de bandenspanning iets zakken, maar slechts een beetje.”
Ondertussen komen er ook berichten over kopspijkers en andere scherpe zaken die op de klim liggen. Hopelijk zijn deze er niet bewust neergegooid (of iemand moet het klassement graag wat willen beinvloeden).
Als we het zo lezen, dan zal er weinig veranderen. Een beetje lucht eruit laten, dat kan altijd, maar als het verschil minimaal is. Lagere druk geeft uiteraard grip op de losse ondergrond, maar zorgt voor meer weerstand op het vlakke. En pech is hier duurder dan elders: de smalle klim is voor materiaalwagens nauwelijks bereikbaar, er is geen vlakke aanloop waar assistentie kan wachten, en direct na de top begint een snelle, technische afdaling. Een lekke band op kilometer valt dan bijna niet meer te herstellen. Woods verwacht dan ook dat ploegen dit vooraf dichttimmeren: “De jongens zullen er uiteraard van op de hoogte zijn. Er komen zeker extra protocollen rond lekke banden.”
De reservescenario’s liggen voor de hand: ploeggenoten vóór en achter de kopman houden voor een snelle wielwissel, materiaalhulp zo dicht mogelijk voor het opdraaien van het gravel organiseren, en accepteren dat wie boven pech krijgt, in de afdaling waarschijnlijk niet meer terugkeert.
Wie maakt tempo?
De grootste vraag is vervolgens: Tadej Pogačar, de rode trui van UAE Team Emirates XRG, begint met 3.21 voorsprong op Primož Roglič aan de etappe. Zijn ploeg hoeft dus niets, en dat maakt de vroege vlucht kansrijk. Maar geen verplicht werk hebben betekent niet dat de ploeg niets wil doen. Pogačar won in 2019 zijn allereerste grote-rondezege op de gravelrit naar Andorra, en Marti twijfelt niet aan de hiërarchie: “Pogačar is sowieso de favoriet. Hij kan op elk terrein winnen, dus alles hangt af van wat Tadej wil doen. En als het op een vlucht uitdraait, hangt veel af van de vraag of Van Aert erbij zit.”
Daar ligt de tactische keuze. Maakt UAE vóór de afslag naar El Bartolo tempo om Pogačar als eerste het gravel op te sturen, dan zet het meteen elke renner onder druk die staand moet klimmen. Wacht de ploeg, dan krijgt een vlucht met Wout van Aert als afmaker vrij spel in een finale die na de afdaling nog zo’n tien vlakke kilometers telt. Een eenzame aanvaller op het steilste gravel moet immers boven de top nog een steil asfaltdeel, de technische afzink en de vlakke aanloop naar de Avenida Chatellerault overleven. Marti zelf vreest die afzink niet: “De afdaling is op sommige plekken erg technisch, maar aangezien ik goed daal, moet dat lukken.”
Red Bull-BORA-hansgrohe staat voor dezelfde keuze in spiegelbeeld: Luke Tuckwell mee in de aanval sturen, of elke man bij Roglič houden voor het geval het gravel splitst of prikt.
Andere opties
Dat de Vuelta na jaren aarzelen eindelijk gravel omarmt, juicht Pedro Horrillo, oud-prof en tegenwoordig werkzaam bij organisator Unipublic, van harte toe. “Ik ben er helemaal voor, zolang de veiligheid van de renners niet in het gedrang komt,” zegt hij. “Het is geen complete Parijs-Roubaix die ze rijden. De Giro en de Tour hebben gravel, het is goed voor het publiek, en ook al zijn de renners verdeeld, ik denk dat die kleine ‘intrusie’ van gravel in het wegwielrennen definitief gekomen is om te blijven.”
Vergeleken met de dertig onverharde kilometers in de laatste Giro of de twintig kilometer kasseien in de Tour van 2022 is El Bartolo inderdaad een bescheiden passage. Het kan voor spektakel zorgen, maar het blijft altijd te bezien of dat gebeurt. Vanavond rond half zes weten we welke ploegleider zijn huiswerk het best heeft gemaakt. Het gravel zelf ligt er dan alweer stil bij tot de volgende generatie het komt verkennen.