Foto Unipublic / Cxcling / Naike Ereñozaga

Koersverhalen

Vuelta 2026, etappe 6: een gravelstrook op weg naar Castelló

Vier beklimmingen en een onverharde strook maken de rit vanuit Alcossebre geschikt voor aanvallers. Na de top van El Bartolo wacht echter nog ruim twintig kilometer koers.

Op donderdag 27 augustus verlaat het peloton de kust van Alcossebre voor een rit van 177,5 kilometer naar Castelló. De zesde etappe telt ongeveer 3.000 hoogtemeters, vier gecategoriseerde beklimmingen en een onverharde passage op de zwaarste klim van de dag. Toch ligt de finish niet boven: vanaf El Bartolo resten nog 20,6 kilometer, grotendeels in dalende lijn en met een vlakke finale.

Dat profiel maakt de rit lastig te controleren. Klimmers kunnen op El Bartolo het verschil maken, maar moeten hun voorsprong meenemen door de afdaling. Achter hen krijgen sterke dalers en renners met een snelle aankomst tijd om terug te keren. Bovendien wacht een dag later de aankomst op Aramón Valdelinares, waardoor klassementsploegen hun krachten mogelijk liever sparen.

Lutsenko in Alcossebre

Alcossebre speelt geen vaste hoofdrol in de geschiedenis van de Vuelta. Nicola Minali, de Italiaanse sprinter, won er in 1995 een massasprint. Pas 22 jaar later keerde de ronde terug voor een aankomst in de kustplaats, ditmaal met een finale bergop.

In 2017 begon Alexey Lutsenko, toen renner van Astana, aan de slotklim als overlever van de vroege vlucht. Hij liet Marco Haller achter en bereikte alleen de finish, vóór Merhawi Kudus. Marc Soler werd derde. Lutsenko noemde het in een interview met de Vuelta-organisatie “de mooiste overwinning uit mijn carrière tot dan toe”.

Alexey Lutsenko, wint in de Vuelta 2017
Alexey Lutsenko, wint in de Vuelta 2017 (C) Sirotti

Achter de vluchters gebruikte Alberto Contador de klim voor een eerste aanval op de klassementsrenners. Hij kwam net voor Chris Froome boven, terwijl Vincenzo Nibali 26 seconden verloor. Froome behield de leiderstrui.

De richting is in 2026 omgekeerd. Waar Alcossebre negen jaar geleden het decor van de beslissing vormde, is het nu het vertrekpunt. Lutsenko staat opnieuw op de voorlopige deelnemerslijst en kan vanuit de vlucht opnieuw een rol spelen, al ligt de streep ditmaal aan de andere kant van de bergen.

Vier beklimmingen

De officiële route trekt vanuit Alcossebre vrijwel meteen landinwaarts. Na 30,6 kilometer begint La Serratella, een klim van tweede categorie. De officiële cijfers geven 14 kilometer aan gemiddeld 3,8 procent. De top ligt na 44,6 kilometer koers, daar kan nog goed koers gemaakt worden.

Na de afdaling volgt de Coll de la Bandereta. Deze derde categorie is met 4,6 kilometer aan 6,7 procent korter, maar steiler. Vanaf de top op kilometer 66,1 loopt het parcours over overwegend dalende en vlakkere wegen naar Cabanes, Oropesa en Benicàssim. De tussensprint ligt na 120,1 kilometer, vlak voor de volgende twee klimmetjes

De eerste passage door het Desierto de las Palmas bedraagt 7,6 kilometer aan gemiddeld 4,9 procent. Op de top is het nog 48,9 kilometer naar de meet. Na een afdaling naar Benicàssim draait de koers terug naar dezelfde bergpartij, maar de tweede passage voert verder omhoog naar El Bartolo.

Die slotklim van eerste categorie telt 9,4 kilometer aan gemiddeld 7,1 procent en overbrugt 657 hoogtemeters. Volgens de lezingen ligt er ongeveer 1,9 kilometer onverhard, maar andere bronnen geven drie kilometer klimmend gravel, voor het grootste deel met dubbele cijfers. De ondergrond en de steile stroken kunnen materiaalpech veroorzaken, terwijl positionering al vóór het opdraaien van het gravel belangrijk wordt. Hier kunnen de jongens van de mannen worden gescheiden.

De top van El Bartolo ligt na 156,8 kilometer. Eerst volgt een steile afdaling, daarna krijgen achtervolgende groepjes ongeveer tien vlakke kilometers om de aansluiting te herstellen. De laatste 1,6 kilometer voert via een korte tunnel en rotondes naar de Avenida Chatellerault in Castelló. De organisatie verwacht de finish tussen 17.18 en 17.44 uur.

Pogačar en Skjelmose favoriet

Wie er zou kunnen winnen? Op papier is Tadej Pogačar, de Sloveense kopman van UAE Team Emirates – XRG, de belangrijkste naam voor iedere selectie op El Bartolo. Hij kan zelf aanvallen, maar zijn ploeg heeft met João Almeida, Jay Vine en Marc Soler ook opties om mee te schuiven in een sterke vlucht. Hoewel Almeida en Vine kampen met wat kwetsuren, maar goed.

Ook voor Mattias Skjelmose, de Deense klassementsrenner van Lidl – Trek, is dit een finale die goed zou kunnen liggen. Wat explosief en stuurvaardigheid die nodig zijn. Maar het zou wellicht ook iets voor Thibau Nys kunnen zijn, een van de snellere afmakers. Hij moet de schade op El Bartolo beperken om in Castelló nog voor de ritzege te kunnen sprinten.

Bij Red Bull – BORA – hansgrohe staan Primož Roglič op de voorlopige lijst. Hij lijkt niet in bloedvorm, dus het is afwachten of hij kan meedingen voor de prijzen. Dan zijn er nog gekende klimmers als  Richard Carapaz, Mikel Landa, Enric Mas en Santiago Buitrago die je altijd moet opschrijven. Of wat te denken van Cian Uijtdebroeks, die in de Tour vroeg afstapte. Wellicht is Spanje meer zijn omgeving.

Net als klassementsman Felix Gall van Decathlon CMA-CGM

Er zijn ook kansen voor een vroege vlucht met mannen als Lutsenko (die nu voor NSN rijdt), Soler (als hij mag), Valentin Paret-Peintre, Pablo Castrillo en Clément Champoussin, die dit aankunnen. Vanuit een uitgedunde favorietengroep komen ook Wout van Aert en Magnus Cort in beeld, mits zij op het onverhard binnen bereik van de voorste klimmers blijven. Van Aert zou lang mee moeten kunnen maar het is afwachten.

De beslissing valt waarschijnlijk op El Bartolo, maar de winnaar wordt mogelijk pas na de afdaling en de vlakke inhaalrace duidelijk.

Lees ook van HetisKoers!

Vuelta 2026, etappe 6: een gravelstrook op weg naar Castelló

Koersverhalen

Monaco voltooit Grote Ronde-trilogie met Vuelta-start

Koersverhalen