De bijzondere profcarriere van de jarige Jean Milesi
‘Life is what happens to you, while you’re busy making other plans’. De befaamde uitspraak van John Lennon, die menig tegeltje siert, schiet lang voordat de Beatle ‘m doet al veelvuldig door het hoofd van Jean Milesi. Niet in het Engels dan, maar in het Frans. De jonge renner uit Digne, de op één na grootste stad van het departement Alpes-de-Haute-Provence, houdt er aan het einde van de jaren ’50 geen rekening meer mee nog prof te worden.
Talentvolle jeugdrenner
Als jeugdrenner won hij weliswaar steevast zijn wedstrijdjes, zowel op de weg als in het veld, maar naarmate Milesi volwassener wordt, begint hem steeds meer te dagen dat hij te kort schiet ten opzichte van enkele leeftijdsgenoten, die wel de stap naar het profpeloton weten te zetten. De zoon van een fietsenmaker en een moeder die hoeden in elkaar naait, wordt in 1957 weliswaar Frans militairenkampioen, meer dan plaatsje in de amateurploeg van Liberia zit er na het voltooien van de dienstplicht niet in. Milesi houdt er serieus rekening mee dat zijn jongensdroom, het in de voetsporen treden van befaamde landgenoten als Tourwinnaars Jean Robic en Louison Bobet, nooit zal uitkomen. Het heeft er alle schijn van dat hij zijn vader zal gaan helpen in de fietsenzaak, om die op termijn over te nemen. Precies wanneer Milesi een dergelijk toekomstplan opstelt, heeft het leven iets heel anders voor hem in petto. Of eigenlijk Pierre Brambilla. De Franse Italiaan, die tien jaar eerder derde werd in de Tour en toen tevens het bergklassement op zijn naam schreef, is inmiddels Milesi’s ploegleider bij het amateurteam van Liberia. De ploeg heeft ook een profafdeling en daarom doet Brambilla zijn pupil een voorstel. Als die een aansprekende koers wint, zal zijn ploegleider regelen dat er een plaatsje voor hem wordt ingeruimd tussen de beroepsrenners. Het is een idee dat Milesi vrij achteloos aanhoort. Een grote overwinning boeken?! Hij?! Welnee! Hij zou niet eens weten hoe.
Geen vertrouwen
Het gebrek aan vertrouwen is dan ook de aanleiding dat Milesi in eerste instantie weigert zich aan te sluiten bij Jean Dotto. Zijn streekgenoot uit het Alpengebied is van plan om samen met nog een andere renner, Marcel Ferri, naar het zuidelijk gelegen departement Aude af te reizen om daar een eendagskoers te rijden. Of Milesi misschien interesse heeft zich bij hen te voegen? Nou nee, luidt dus aanvankelijk diens antwoord. Naarmate een profcarrière steeds meer een onhaalbare kaart lijkt te zijn en het werk in de fietsenzaak tijdrovender blijkt dan verwacht, is het trainen er al enkele weken bij ingeschoten. Dotto dringt echter flink aan en om van het gezeur van zijn kameraad af te zijn, stemt Milesi alsnog in. Het is een levensveranderende beslissing. Ondanks het gebrek aan kilometers in de benen kan de gewezen Franse militairenkampioen zijn opponenten met speels gemak volgen. Sterker, gaandeweg de wedstrijd, die Grand Prix d’Espéraza heet, voelt Milesi aan alles dat hij de beste is van het deelnemersveld. Hij demarreert, bouwt een ruime voorsprong op en wint. De amateurkoers is precies zo’n wedstrijd die ploegleider Brambilla bedoelde, toen die zei dat Milesi een aansprekende zege moest boeken en dat hij hem dan aan een contract zou helpen bij de profploeg van Liberia. Ineens wordt de droom van de jonge Fransman alsnog werkelijkheid. Die ene overwinning schenkt hem een twaalfjarige loopbaan als beroepsrenner.
Aanvalslustige knecht
Als Milesi gedurende dat dozijn profseizoenen overal de stenen uit de straat had gereden, zou er wellicht een spannend jongensboek of een mooie film in zijn carrière hebben gezeten, maar die wending heeft het leven niet voor hem bedacht. De Fransman blijkt een bovengemiddeld goede renner, maar is vooral een aanvalslustige knecht. Milesi komt uit voor ploegen als Mercier, Ford France en Bic. Hij staat kopmannen als Jacques Anquetil, Lucien Aimar en Raymond Poulidor bij. Rijdt liefst zeven keer de Tour en komt ook in zowel de Giro als de Vuelta aan het vertrek. In de grote ronden ontpopt zich tot voorloper van latere Franse renners als Thomas Voeckler en Sandy Casar. Types die altijd en overal ten strijde trekken. Meestal tegen beter weten in. De inspanningen wegen zelden tegen de baten op. In het geval van Milesi geldt dat nog meer dan voor zijn opvolgers. Waar die in latere decennia nog wel eens een graantje succes mee pikken, stranden de vele aanvalspogingen van Milesi over het algemeen lang voordat de finish in zicht komt. Op zijn palmares prijken slechts ritzeges in de Ronde van Romandië, de GP du Midi Libre en de Tour du Var. Het is een bescheiden successenreeks, maar wel een waar Jean Milesi als jonge twintiger nooit op gerekend had. Hij was op dat moment te druk met het maken van andere plannen, toen het leven – met dank aan Jean Dotto en Pierre Brambilla – hem onverwacht alsnog een profcarrière in de schoot worp.
