Foto Sirotti
Die ene tweede plek van Bo Hamburger tijdens het WK 1997
Tussen eeuwige roem en vergetelheid zit niet meer dan een fietslengte. Tenminste, voor Bo Hamburger. Het is de afstand die de Deen tekort komt voor de wereldtitel. Geen regenboogtrui, maar een zilveren medaille. Een bijrol op het erepodium in San Sebastián in plaats van het stralend middelpunt van belangstelling zijn. De renner van TVM zal niet voor altijd als kampioen in de geschiedenisboeken staan, maar slechts een bescheiden ‘oh-ja’-tje blijven in het collectief geheugen van mensen met een bovengemiddelde interesse in de wielersport. In plaats van de attent en sterk rijdende Hamburger mag een andere outsider zich tot de beste van de wereld laten kronen in het noorden van Spanje. Laurent Brochard, nog zo’n renner op wie niemand vooraf geld had durven inzetten, is de verrassende wereldkampioen van 1997.
Leon van Bon
Ook op degene die op het podium een bronzen plak krijgt omgehangen was niet per se gerekend. Tot 150 meter lijkt de nummer drie zelfs de nummer één te worden, maar uiteindelijk spurt in het kielzog van Brochard en Hamburger Léon van Bon naar de derde plek. De Nederlander lijkt in eerste instantie zelfs naar de titel te snellen, maar heeft zijn eindschot net te vroeg ingezet. Die fout maakt hem een weerloze prooi voor het in de slotmeters zichtbaar snellere tweetal. Het is het verdict van een WK dat op voorhand een te makkelijk parcours zou kennen. Tenminste, in de optiek van sommige critici. De 13,5 kilometer lange omloop rond San Sebastián, die liefst negentien keer dient te worden afgewerkt, kent slechts een noemenswaardig obstakel. Iedere ronde moet het peloton bij Oriamendi over een achthonderd meter lange hellende strook. Het maakt dat niet het parcours, maar vooral de stevig rond blazende Noord-Spaanse wind de meest geduchte tegenstander is van de renners die in 1997 hun zinnen hebben gezet op de regenboogtrui.
Een sprint met een omvangrijke eerste groep, of zelfs een massale aankomst, wordt niet uitgesloten als 163 renners op zondagochtend 12 oktober worden weggeschoten voor de 265 kilometer lange koers. Meerdere grote namen hebben afgezegd, onder wie sprinters als Erik Zabel, Tom Steels en Mario Cipollini. Zij vermoeden dat de zogenaamde ‘kenners’, die een spurt voorspellen, het mis hebben en zien het niet zitten een hele dag voor spek en bonen mee te fietsen. En als Mooie Mario iets niet wil, dan is het voor spek en bonen meefietsen.
Desalniettemin blijft een omvangrijke favorietenlijst over. Titelverdediger Johan Museeuw, bijvoorbeeld. Maar ook Laurent Jalabert, Mauro Gianetti, Dmitri Konysjev en Bjarne Riis worden algemeen als grootste kanshebbers op de titel beschouwd. De Italianen steken er in dat opzicht echter met kop en schouders bovenuit. Dankzij een sterrenploeg, waarvan Michele Bartoli, Francesco Casagrande en Gianni Bugno de voornaamste blikvangers zijn, kunnen zij op meerdere paarden wedden. De Nederlandse afvaardiging draait met name om aanstormend talent Michael Boogerd en routinier Erik Breukink. Het voor Rabobank rijdende koppel had een kleine vier maanden eerder het NK in Zuid-Limburg gedicteerd en samen uitgemaakt dat de roodwitblauwe kampioenstrui voor eerstgenoemde was. In de finale speelt geen van de genoemde favorieten echter een rol van betekenis. Niet de beoogde tenoren, maar renners die bij de bookmakers aanmerkelijk lager stonden genoteerd bepalen het verloop van het WK en zorgen voor een verrassende uitkomst.
Interne strijd
Doordat de Italiaanse supersterrenploeg meer tégen dan met elkaar rijdt – als Bartoli en Bugno in een verbrokkeld peloton achter een breuk komen te zitten, rijden uitgerekend Casagrande en Davide Rebellin vol door, zodat hun landgenoten nooit meer kunnen terugkeren aan het front – gaat een 22 man sterke voorste groep de slotronde in. Controle is ver te zoeken en dus regent het demarrages. Eerst trekt Melchor Mauri de boel uit elkaar. Zodra de Spanjaard door Van Bon tot de orde is geroepen, neemt Brochard het commando over. De tempoversnelling van de Fransman met de karakteristieke haardracht blijkt al snel beslissend. Mauri en Van Bon haken onmiddellijk aan. Bij het ingaan van de slotkilometer voegt ook Hamburger zich, in gezelschap van Udo Bölts en Laurent Dufaux, bij het trio. De Deen heeft enkele weken eerder, na zeven seizoenen in Nederlandse dienst, zijn vertrek bij de TVM-ploeg van Cees Priem aangekondigd.
Krachten sparen
Na de jaarwisseling zal hij uitkomen voor het Franse Casino. Daar zijn entree maken met de regenboogtrui om de schouders zou een verrassende, maar zeer welkome binnenkomer zijn. Vandaar dat Hamburger zichtbaar krachten heeft gespaard tijdens de achtervolging op de koplopers. Precies op het moment dat de Deen en zijn twee metgezellen de aansluiting lijken te vinden, versnelt Brochard opnieuw. Alleen Van Bon volgt hem. De Fransman houdt echter al snel zijn benen stil, zodat de zes sterksten van de dag wederom samensmelten. Het is voor Van Bon het sein alvast zijn eindschot in te zetten. De Nederlander heeft duidelijk geen zin in nog meer concurrentie, maar overschat zichzelf. Een spurt van liefst driehonderd meter is, zeker na een koers van 265 kilometer, te veel van het goede. Brochard en Hamburger springen onmiddellijk op zijn denkbeeldige bagagedrager. De twee laten zich kortstondig meevoeren en maken vervolgens onderling uit of de regenboogtrui naar Frankrijk of naar Denemarken gaat. Het wordt dat eerste land. Een fietslengte scheelt het. Meer niet. Terwijl Brochard zich voor altijd en eeuwig een wereldkampioen mag noemen rest de geklopte Bo Hamburger slechts de zilveren medaille, die hoort bij de immer ondankbare tweede plaats. Het is het verschil tussen een permanente plek in de geschiedenisboeken en niet veel meer zijn en blijven dan een bescheiden ‘oh ja’-tje in het geheugen van sommige wielerfans.
Foto Sirotti
Foto Sirotti