Foto A.S.O./Billy Ceusters

Mads Pedersen: groene trui via de methode-Girmay

De Deense klassiekerspecialist van Lidl-Trek onthult in Barcelona een plan voor groen dat draait om schade beperken, surfen in de finale en de verrassing van 2024 als blauwdruk.

Het is 3 juli 2026 als Mads Pedersen in een perszaal in Barcelona uitlegt waarom hij de komende drie weken niet zal proberen de snelste sprinter van het peloton te zijn. De Tour de France begint morgen, ruim 3.300 kilometer scheiden hem van Parijs, en de Deen van Lidl-Trek weet precies waar hij tekortkomt in de massasprint. Hij wil zijn groene-truicampagne bouwen op het precedent van Biniam Girmay in 2024.

“We weten dat ik niet zo goed ben als de zware sprinters in de pure massasprints,” zei Pedersen. “Sommige sprintdagen zullen duidelijk meer om damage control draaien dan om punten scoren. Maar we zagen een paar jaar geleden dat Girmay iedereen verraste.”

Die verrassing leverde Girmay destijds drie ritzeges en de groene trui op in Nice, zonder dat hij vooraf als favoriet voor het puntenklassement gold.

Surfen

Pedersen beschreef zijn tactiek als “surfen”: zich in de finale achter de juiste sprinters positioneren zonder zelf de sprint van voren aan te gaan. Het plan past bij de samenstelling van zijn ploeg. Mathias Vacek en Quinn Simmons rijden als helpers mee, maar geen van beiden is een klassieke lead-outman.

“We zijn niet het team dat de controle moet nemen,” zei Pedersen. “Ik heb geen Alex Kirsch, Stuyven en Hoole om een echte lead-out te rijden. En eerlijk gezegd heeft een lead-out voor mij nooit helemaal gewerkt. Ik ben niet de snelste, dus de sprint van voren beginnen heeft me niet geholpen. Ik moet me aanpassen.”

Hij verwees expliciet naar Girmay’s werkwijze: “Hij deed het goed met rondrijden en maar één man om zich te helpen. Dan moet je jezelf achter de juiste sprinters leggen op de laatste kilometer. Ik hoop dat een beetje te doen.”

Schade beperken, dan toeslaan

De strategie gaat ervan uit dat hij niet elke etappe vol hoeft mee te doen. Op de vijf uitgesproken sprintersritten, waar 70 punten naar de winnaar gaan, dicteren Jasper Philipsen, Tim Merlier en Girmay zelf de hiërarchie. Pedersen accepteert dat. Zijn winst moet komen uit de tussensprints en de dagen waarop het parcours minder zuiver vlak is.

Daar wringt wel iets. De tussensprints, die in 2026 25 punten opleveren voor de winnaar, liggen op veel etappes vroeg in de rit. Pedersen had ze liever later gezien. “Dat is behoorlijk irritant,” zei hij. “Het zou fijn zijn geweest als ze later op de etappes lagen, waar ik het verschil kan maken op de hellingen en een paar grote sprinters kan lossen.”

Toch zijn er uitzonderingen. Etappes 18 en 19 tussensprints bieden tussensprints die later in het parcours vallen, waardoor een renner met Pedersens profiel er meer speelruimte vindt.

Wat is er anders

De aangepaste puntenverdeling maakt het klassement in theorie gunstiger voor pure sprinters, maar het grotere aantal tussensprints houdt de deur open voor iemand die consistent scoort zonder etappes te winnen. Pedersen is daar helder over: “We geloven nog steeds dat het mogelijk is. We proberen nog steeds de groene trui te winnen.”

Vanaf morgen, als het peloton in Barcelona aan een ploegentijdrit begint, zal blijken of het model-Girmay kopieerbaar is voor een voormalig wereldkampioen die zijn Tour wil winnen via positionering, tussensprints en timing.

Lees ook van HetisKoers!

Uit zijn lijden verlost: De Lie geeft op in etappe 3

Koersverhalen

Tour de France etappe 3: van koning Pogi mag Baudin de bolletjestrui hebben

Koersverhalen