Foto Sirotti
Mollema steunt WK-bid Groningen-Drenthe bij laatste Amstel Gold Race: ‘Ziet er goed uit’
Bauke Mollema start in zijn laatste Gold Race. Op de ochtend van zijn elfde en laatste Amstel Gold Race is Bauke Mollema niet bezig met de koers, maar wordt hij gevraagd naar het officiële bid van Groningen en Drenthe voor het WK wielrennen in 2032. De UCI beslist in september en Mollema is natuurlijk een ambassadeur voor het hoge noorden.
Op het startpodium in Maastricht, enkele uren voor zijn elfde en laatste Amstel Gold Race, kijkt Bauke Mollema voorbij de Limburgse hellingen. De 39-jarige Groninger van Lidl-Trek spreekt zich tegenover L1 Nieuws uit over het officiële bid van Groningen en Drenthe voor het WK wielrennen in 2032. Het plan, zegt hij, “ziet er goed uit”.
Mollema werd begin april aangesteld als ambassadeur van de campagne. Sindsdien geeft hij het bid een gezicht dat verder reikt dan vergadertafels en bestuursdossiers. Bij NOS zei hij: “Het is jammer dat ik het zelf niet ga meemaken als actief renner, maar het vervult me van trots als ik eraan denk dat straks het Groningse land, de stad Groningen en de dorpen in Groningen en Drenthe het middelpunt zijn van een WK wielrennen.”
Tegen de achtergrond van zijn afscheid zet de renner met (etappe)zeges in de Tour de France, Il Lombardia en de Clásica San Sebastián op zijn palmares, geboren in Groningen en opgegroeid in Zuidhorn, zet zijn naam achter een plan dat pas werkelijkheid kan worden als hij al lang gestopt is.
Het formele bidproces
De campagne is meer dan serieus Op 25 november 2025 publiceerde de UCI de lijst met wereldkampioenschappen waarvoor formeel geboden kan worden, inclusief het WK op de weg in 2032. Kandidaten moesten uiterlijk 31 december 2025 een intentieverklaring indienen, gesteund door lokale overheden en hun nationale federatie, gevolgd door een compleet biddossier voor 31 januari 2026. Groningen en Drenthe hebben die stappen doorlopen.
De beslissing valt op het UCI-congres in september 2026 in Montréal, tijdens het WK wielrennen van dit jaar. Tot die tijd moet het bid concurreren met andere kandidaten in een internationaal selectieproces. We zien Mollema nog niet met tasjes geld a la Adi Dassler rondlopen, maar wellicht dat we hem ineens in zeg Afrika of in Zuid-Amerika zien opduiken voor een koers.
Achter de schermen werken Courage Events, TIG Sports en de KNWU samen aan het dossier. In februari 2026 bevond het plan zich nog in een verkennende fase. Tegen begin april was de campagne zichtbaar genoeg om Mollema formeel als ambassadeur te presenteren.
Noord-Nederland als WK-decor
Mollema’s pleidooi richt zich op twee sporen: regionale trots en economisch belang. “Dat wordt ongetwijfeld een wielerfeest voor Noord-Nederland”, zei hij bij NOS. “De regio kan zich geweldig op de kaart zetten. Maar ik geloof ook in de economische impact van het evenement. Groningen verdient deze impuls en deze plek in de spotlights.”
In de promotiefilm van het bid spreekt hij over een bereik van “ruim 250 miljoen mensen in meer dan 70 landen”, een getal dat de campagne gebruikt om de internationale zichtbaarheid van het evenement te onderstrepen. Geld uit het overheidsprogramma Nij Begun, bedoeld om Groningen en Noord-Drenthe te versterken na de aardbevingsschade, is deels gereserveerd voor de lobbyactiviteiten rond het bid.
Een WK op noordelijke Nederlandse wegen zou een ander decor bieden dan de hellingen waar Mollema vandaag voor het laatst als prof tussendoor rijdt. Groningen en Drenthe hebben geen Cauberg of Keutenberg, maar brengen weidsheid, wind en een wielercultuur die al jaren steunt op evenementen als de jaarlijkse Bauke Mollema Tocht door het Groningse. In Drenthe zal men toch ook graag naar de VAM-berg kijken als een scherprechter. Als er lusjes rondom Wijster (waar de VAM-berg ligt) worden uitgetekend, dan zullen we nog eens wat moois krijgen.
Op de ochtend van 19 april 2026 staat dat allemaal nog op de tekentafel.
Mollema zelf trapt nu voor de laatste keer door Zuid-Limburg. Wellicht kan hij nog wat ideeen opdoen voor een selectief parcours. Al zal in Groningen vooral de wind z’n werk moeten doen.