Foto A.S.O./Charly López
Alpe d’Huez: kan Pogačar de 36.40 van Pantani breken?
De Tour de France keert na vier jaar terug naar Alpe d’Huez, en deze Alpenklassieker wordt niet één maar zelfs twee maal beklommen. We worden verwend met twee opeenvolgende aankomsten op de legendarische klim. De belangrijkste focus zal zijn op Etappe 19 uit Gap, want dan kunnen we weer gaan kijken en vergelijken. Het is eigenlijk niet de vraag of, maar met hoeveel het record van Marco Pantani gaat worden verbroken. Toch??
Eenentwintig haarspeldbochten, elk voorzien van een naam, elke bocht heeft z’n eigen stukje historie. Het misschien wel de lelijkste berg, met de mooiste verhalen, hoewel Mont Ventoux ook niet uitblinkt in schoonheid. Maar ’that’s in the eye of the beholder’ zoals dat zo mooi heet. Toen ik zelf ooit als amateur begon met fietsen, hoorde ik fietsmaten hun tijden op Alpe d’Huez met elkaar vergelijken. ’56 minuten, 50 minuten, meer dan een uur’. Hoe dat gemeten werd, dat is mij nog onduidelijk, want goede Garmin/Wahoo materialen waren toen nog niet beschikbaar. En waar je dan meet en wie en wat, dat was onderdeel van de mythe. Het gebeurt dus al decennia lang. Dezelfde meters, dezelfde bochten en maar vergelijken met sterren uit heden en verleden. Op 24 juli keert de Tour de France er terug wanneer etappe 19 na 127,9 kilometer vanuit Gap finisht op 1.850 meter hoogte. Een dag later komt het peloton er via de Col de Sarenne opnieuw aan, de eerste keer in de Tourgeschiedenis dat Alpe d’Huez op twee opeenvolgende dagen als aankomstplaats dient.
Het laatste Tourweekend zal dus helemaal rondom ‘de Alpe’ draaien. Met voor Nederlanders het gehos in bocht 7 als hoogtepunt. Hopelijk laten ze de oranjemars achterwege. Ik vrees voor het ergste.
Vooral etappe 19, met 3.500 hoogtemeters op amper 128 kilometer een explosief ritje, doet historici en recordjagers likkebaarden. Op een korte bergrit ligt de snelheid vaak hoger. In 1995 was het een etappe van in totaal 5 uur en 159km. Die ene naam, van de dagwinnaar van toen, zingt weer rond: Marco Pantani. Zijn record uit 1995: 36 minuten en 40 seconden.
Obsessie met de klok
De obsessie met klimtijden op Alpe d’Huez gaat terug tot ver voor het digitale tijdperk. Naar een tijd waarin de man op de motor nog een functie had, zijn gele bord met krijtstrepen zorgde voor een zucht van verlichting of een gevoel van wanhoop.
Toen het peloton in 1987 boven op de berg overnachtte en de volgende ochtend per auto afdaalde, passeerden de ploegleiders amateurs die in hun eentje de haarspeldbochten beklommen met een stopwatch om de pols. Bernard Thévenet, destijds ploegleider, beschreef de scène ooit aan journalist Paul Kimmage: “Ze klokken hun eigen tijd. Ze weten precies hoe lang de koplopers er gisteren over deden om deze klim te bedwingen, en vanavond zullen ze de tijden vergelijken en uitrekenen hoeveel profs ze in deze etappe zouden hebben verslagen.”
In de jaren tachtig lagen de winnende klimtijden doorgaans boven de 40 minuten. Pantani, de Italiaan die ook zonder de Alpe een mythe zou worden, haalde daar in drie jaar tijd zo’n zeven minuten vanaf. Zijn snelste beklimming, 36.40 in 1995, geldt als consensus, al bestaat er historische discussie over het exacte meetpunt en over de vraag of zijn rit in 1997 (36.53) niet een beter ijkpunt is. Linksom of rechtsom heeft Pantani de drie snelste tijden. De dubieuze top vijf bestaat uit verder uit Lance Armstrong (37.36 in 2004) en Jan Ullrich (37.40 in 1997), maar geen van hen kwam onder de 37 minuten.
Snelle etappe
Het draait in die negentiende etappe niet alleen om de ’21 virages’ van de Alpe d’Huez. De aanloop met Col Bayard en Col du Noyer zal iedereen goed opwarmen, waarna een stuk afdaling ook weer ruimte geeft voor ontsnappingen. Of we hier de daalkunsten van Pidcock weer aan het werk gaan zien, who knows. De beklimming van de Col d’Ornon scheidt de laatste knechten van hun kopmannen. Dan volgt de klassieke slotklim vanuit Bourg d’Oisans: 13,8 kilometer aan 8,1 procent, met op de top bonificaties van 10, 6 en 4 seconden.
De laatste maatstaf op deze helling dateert van 2022, toen Tadej Pogačar, Jonas Vingegaard en Geraint Thomas samen boven kwamen in 39.08, de snelste beklimming sinds Floyd Landis in 2006. Het verschil met Pantani’s record bedroeg toen 2 minuten en 28 seconden. Die kloof is groot, maar klimrecords die sindsdien zijn gesneuveld, maken haar minder onoverbrugbaar.
Gaat hij het doen?
Pogačar, de 27-jarige Sloveense topfavoriet, zal bij iedereen top of mind zijn. Op Plateau de Beille reed hij in 2024 Pantani’s record aan flarden met een tijd van 39.41, ruim drie en een halve minuut sneller. In 2025 volgde een nieuw record op Mont Ventoux: 54.41, meer dan een minuut onder het oude record van Iban Mayo. Dat Pantani’s record voer voor de haaien gaat zijn, lijkt een kwestie van tijd. Of het dit jaar gaat gebeuren? Dat zal ook afhangen van andere zaken. Zoals tegenstrevers.
Jonas Vingegaard, de Deense rivaal, zal ook graag mee willen doen in deze ratrace. Hoewel hij geen specifieke recordjager lijkt is hij wel in topvorm. In de Giro d’Italia van 2026 klokte hij 36.17 op Piancavallo en dook daarmee onder Pantani’s 36.20 uit 1998. Hij is dus niet degene die predikt records na te jagen, maar ondertussen pikt hij z’n graantje mee. Vingegaard is de laatste jaren meer de volger dan degene die de demarrage plaatst. We gaan zien of die rollen omgekeerd zijn in de Alpen.
Remco Evenepoel, de Belgische hoop, zal ook zeker genoemd worden. We hebben ‘m nog niet goed kunnen zien strijden tegen Pogi en Vingo in de laatste Tours, mede door blessureleed en andere malheur. Hij lijkt nu vers aan de start te staan, met nul koersdagen in de afgelopen 2,5 maand. Heeft hij de power?
Tactiek kan de recordjacht uiteraard verstoren. We zien de laatste jaren wel dat hard tempo rijden bergop de norm is geworden. Het slopen van je tegenstander, daar gaat het om.
Toch is dit weer anders dan anders, want de klassementsmannen weten dat dezelfde berg een dag later opnieuw wacht, via de Col de Sarenne. Dat kan impact hebben. Ook de plaatsing in de Tour, in het laatste weekend, heeft invloed op de snelheid en uitkomst. Tegenwoordig is het herstel zo snel dat